Mijn Ida-knisper-tas

Weg met die saaie laptoptas. We gingen eens een mooie laptoptas maken, naar het voorbeeld van collega Liese. En daarvoor gingen we aan de slag met het boek “Mijn tas“.

Het boek staat vol met mooie tassen, van de eerste tas tot de laatste. Je wil eigenlijk van elke tas een exemplaar, of neen, zelfs meerdere, matchend bij elke outfit. Want een vrouw kan nooit genoeg tassen hebben.

Op stap met mijn tas.

Dus begin je met het patroon over te teken. Oh boy, wat was me dat. Hoewel er niet zo heel veel lijnen op het blad stonden, was het ongelooflijk zoeken. Want de naam van het patroondeel staat te midden van het patroondeel waardoor dat dan weer vlak bij een andere lijn stond van dat patroon, waardoor ik er bij momenten echt geen idee meer van had. Gelukkig staan ze in het boek nog eens getekend en met wat gepuzzel kwam ik er wel uit.

Ook de aanduidingen op de patroondelen waren me niet helemaal duidelijk. Soms staan die op het patroonblad, soms niet. Soms staan die op de foto’s, soms niet. En soms staan die in de tekst maar soms moet je ze dus ergens anders zoeken. Niet eenduidig en verwarrend. Maar bon, als ge alles samen legt, dan komt ge er wel.

Want de beschrijving is wel oké. Het aan elkaar zetten van het ritsdeel met die onderkant bijvoorbeeld, vond ik eigenlijk niet gemakkelijk, maar wel duidelijk uitgelegd.

Het stofje van de buitenkant komt uit een winkeltje in Boedapest. Niet mis, maar ik had toch beter het andere stofje gekocht, vind ik achteraf. Lang getwijfeld, ge hebt dat dan hé. Maar bon, toch een mooi aandenken aan Boedapest. En een zwarte rits zou te saai geweest zijn, dus stak ik er een rits in die perfect de overgang met de voering maakt. Oh, en ik heb ook een oude laptoptas gesloopt en er die ringske al aangezet zodat ik er de bijhorende riem kan aanhangen als ik dat wil. Wat ik voorlopig nog niet gedaan heb.

PhotoGrid_1412925488051[1]

De voering is er een stofje dat ik al heel lang liggen heb. Een gladdig voeringstofje. Topidee om een tas mee aan elkaar te zetten. Niet dus, maar het is toch schoon gelukt. Aan de binnenkant maakte ik kennis met de elastiekzak. En aan de andere kant een gewoon zakje. Slechte voeringfoto’s trouwens, maar ik moest toen dringend de trein af.

PhotoGrid_1412930657591[1]

Op een gegeven moment wou ik het geheel nog verstevigen met extra vlieseline. Alleen had ik dat niet meer liggen. Maar hé, ik had net een stuk lamifix gekocht in de Veritas, dat was iets gloednieuws zeiden ze me. Met lamifix kun je je stoffen plastificeren en dus waterdicht maken. Ik had het eerst op een buitendeel gestreken, maar daardoor werd het lelijk blinkend en dat wou ik niet. Dus heb ik de lamifix aan de binnenkant gestreken, waardoor de tas nu beter tegen een spatje water kan. Er is maar één nadeel aan: de tas knispert nu, net zoals knisperboekjes voor baby’s dat doen. We beschouwen dat als een extra veiligheid, voor als iemand de tas ongemerkt wil wegnemen op de trein.

Dat gezegd zijnde ga ik er me ook nog een extra gewatteerde laptophoes bijmaken ook, want de laptop kan wel nog wat extra bescherming gebruiken. Maar al bij al héél blij met mijn tas!

Ik dans nooit

“Ik dans nooit” zei ik onlangs op een beestig wijs/ legendarisch feestje. “En ik zal vanavond wellicht ook de hele avond zitten en tetteren, want dat doe ik het liefste van al.”

Om tien minuten later richting dansvloer gezogen te worden. En daar de volgende 8 uur of zo nog amper af te geraken. Of het was om wat water of cava te drinken.

Dat het een feestje was... #latergram

Enfin, ik dans dus echt zelden of nooit. De mensen die het die avond meegemaakt hebben, behoren tot de bevoorrechten.

Eén van de absolute hoogtepunt was uiteraard Eternal Flame van The Bangles. Een topnummer, dat weet ik al sinds mijn twaalfde zowat. En ondertussen ook het lijflied van de LWW. Als ge dat nummer op het juiste moment, met de juiste madammen en de juiste hoeveelheid alcohol oplegt, dan levert dat onwaarschijnlijke beelden op. Maar die ga ik hier uiteraard niet met u delen. Het origineel krijgt u wel.

OK, Time of my life was er ook eentje om te onthouden. Geheel toevalligerwijs of niet ook uit mijn tienerjaren.

Heerlijk.

500 km lopen en de blessure

In juni werd er nog gelopen, edoch al strak minder dan de rest: 60 kilometer, goed voor een goeie helft van de maanden ervoor. Hoe dat kwam? Post-Brussel-syndroom en juni, dat is ook gewoon altijd zot druk. Op het werk, op school, overal. Wel een groots moment in juni: op 15 juni liep ik mijn 500ste km, waardoor ik meteen begon te dromen van 1000 km dit jaar. Een mens moet doelen stellen in het leven.

In juli werd er nog minder gelopen: 23 kilometer. Maar toen begon ik last te krijgen aan een pees in mijn lies. Heel vervelend, heel pijnlijk. Lopen zat er niet meer in, rusten was het beste. Twee dagen voor ik op reis vertrok naar de dokter geweest: peesontsteking. Te laat om aan kine te beginnen, dan maar pijnstilling. De dag voor de reis had ik zo lopen over en weer hollen (valiezen maken en uw kot aan de kant doen, ge kent dat) dat ik ‘s avonds lag te bleiten van de pijn in de zetel. Gelukkig was stilzitten in een auto en rijden deugddoend voor mijn pezeke. Veel afgezien op reis en ik had zelfs assistentie nodig om mijn sletsen met riempjes aan te doen.

Teruggekomen, terug dokter, nu wel aan de kine begonnen. Bij ons aller Karine, wie anders. Iemand die Gentloopt organiseert, die mag een loperke wel helpen. :-) Enfin, drie sessies later was de ergste pijn weg, maar zeker niet alles. Het was een kwestie van een scheef bekken en een vaste heup. En dus verwees ze me door naar de ostheopaat.

Drie sessies bij de ostheopaat gedaan en de pijn is zo goed als weg. Nog niet helemaal. Maar de mens heeft mijn bekken rechtgezet en mijn heup terug losgetrokken en dat werkt dus wel. De ontstoken pees, die het gevolg was daarvan, voel ik nog wel wat, maar dat is iets wat heel traag geneest en het is stukken beter dan het was.

Ik heb al een paar keer gelopen en dat gaat goed. Nu weer dat lopen terug in de agenda krijgen. Het zal moeten want binnenkort doe ik mee aan de Urban Trail in Brugge!

Maar ik ga het wel kalmaan doen. Voorlopig enkel 5 à 10 kilometer en geen versnellingen.

Dus bon, ja, door twee maanden geen training en nu wat op het gemak trainen zal 1000 kilometer wel niet meer lukken. We gaan voor 750 dan maar. Ik zit nu op 550, dus nog 200 te gaan, moet lukken!

Book Challenge Explained

Onlangs was er een “book challenge” op facebook. Op Facebook is dat al snel bijna onvindbaar, maar hier gaat het langer mee. En kan ik meer uitleg geven. En kan ik het altijd terugzoeken in mijn archieven. Ziet, een paar voordelen van bloggen!

Boeken in willekeurige volgorde hoor. Een echte ranglijst opmaken is nog lastiger dan er tien te selecteren.

One day – David Nicholls
Van de auteur van de steengoeie tv-reeks “Cold Feet”. Ik zou die eigenlijk nog wel eens willen herbekijken, zou die nog standhouden? Alleszins, toen die op TV kwam, vond ik die zo goed dat ik ze meteen, voor ze op Canvas kwamen, op DVD heb gekocht. Ik heb ze dus allemaal staan en ik zou ze dus allemaal kunnen herbekijken, alleen zit ik niet zo vaak voor televisie. Toen de man een boek geschreven had, moest ik dat dan ook meteen hebben. Een boek voor in mijn top-3 zelfs, denk ik en het is vreemd dat ik dat nog niet herlezen heb. Momenteel is zijn nieuwste boek uit, “Us” en iedereen is dat aan het lezen op Goodreads. Alleen lees ik dus niet in het Engels. Hoewel ik voor deze misschien toch eens een poging ga ondernemen. Of wachten op hopelijk een vertaling.

Het woeden der gehele wereld – Maarten ‘t Hart
Niet zijn bekendste, dat zal wel voor eeuwig “Een vlucht regenwulpen zijn”, denk ik. Terwijl ik dat niet het beste vond. In het vijfde en het zesde middelbaar had ik een ongelooflijk goeie juf nederlands, Mevrouw Van Hoecke. Hoewel ik als kind veel gelezen had, las ik in mijn tienerjaren minder. Zij heeft me de liefde voor de literatuur terug bijgebracht, onder meer met de boeken van Maarten ‘t Hart. Lang geleden dat ik er nog eens iets van gelezen/herlezen heb eigenlijk.

De ontdekking van de hemel – Harry Mulisch
Een klassieker, maar ik vind dat een steengoed boek. Ik heb de verfilming gezien en ik vond dat nog niet slecht gedaan, want ik had het ergste verwacht eigenlijk. Maar niks boven het boek.

De verborgen geschiedenis – Donna Tartt
Een klassieker. Zeker al een keer of 5 gelezen, blijft goed. Door haar opvolger (“De kleine vriend”) heb ik me nooit kunnen worstelen. En aan “Het puttertje” ben ik ook nog niet begonnen, maar dat schijnt beter te zijn.

De marathon – Stephen King
Ik ben geen King-fan. Echt niet. Het moet allemaal niet te veel over spoken, monsters, en bovennatuurlijke wezens gaan. Maar ik hou wel van “vreemde vertrekpuntboeken“. Ik hou trouwens ook van vreemde vertrekpuntreeksen en in die zin vond ik onlangs ook “Les revenants” op Canvas een toffe reeks. Maar De Marathon is anders dan de meeste van zijn boeken. Het zou echt kunnen gebeuren. Maar ge wilt het niet meemaken, brrr.

Post voor mevrouw Bromley – Stefan Brijs
Zijn bekendste boek is wellicht “De Engelenmaker”, maar ik vind dit beter. “De Engelenmaker” zou meekunnen in de vreemde vertrekpuntboeken, maar het was me precies toch allemaal een beetje te ver gezocht. Wel benieuwd naar de film eigenlijk, wanneer komt die eigenlijk uit? Dit boek was eigenlijk het eerste boek in een hele reeks oorlogsboeken die ik aan het lezen ben.

Het parfum – Patrick Süskind
Voor het eerst gelezen in het middelbaar. Mijn broer moest een boekbespreking maken, maar mijn broer was geen boekenwurm. Ik heb dat dan maar gedaan voor hem. Wat zijn tegenprestatie was, weet ik eigenlijk niet meer.

De hongerspelen (enkel deel 1) – Suzanne Collins
Ik weet eigenlijk al niet meer waarom ik die er tussen gezet heb want het is geen blijvertje. Het is bovendien een eerste deel van een serie, waarvan ik deel twee stukken minder en deel drie ronduit slecht vind. Ik heb de film ook gezien en die is ook maar euh… tsjah. Enfin, deel 1 is echt keigoed en het hoort eigenlijk ook wel thuis in de serie van vreemde vertrekpuntboeken.

Monstertrilogie- Tom Lanoye
Maar ook eigenlijk alles van Tom Lanoye. Van die trilogie heb ik echt wel genoten, al weet ik niet of die de tand des tijds zal doorstaan.

Milleniumtrilogie – Stieg Larsson
De eerste 100 bladzijden vond ik ronduit saai. Echt doorworstelen. Maar daarna ben je vertrokken op de Stieg Larsson-trein hé.

Dat weinig benijdenswaardige clubje

In juli 2013 schreef ik

“En als iemand die ik ook maar een beetje ken zijn vader, moeder, broer of zus verliest, dan ben ik daar elke keer niet goed van. En als ze daarover iets zeggen/schrijven, dan is dat zo herkenbaar. Precies alsof we een clubje vormen. Een weinig benijdenswaardig clubje.”

Vandaag lees ik

“Het is net alsof je bij een soort club hoort hé? Een nabestaandenclub. Je wordt er niet vrijwillig lid van, het wordt je in de schoot geworden. En de leden wier leven is veranderd weten er meer van dan degenen die geen lid zijn. Alleen is de prijs van het erbij horen zo verschrikkelijk hoog.”

Uit “Het familieportret” van Jenna Blum. Verschenen in november 2011. Maar ik had het nog niet gelezen. Of hoe ge toch gewoon, onafhankelijk van elkaar, hetzelfde kunt schrijven.

Dat clubje, dat bestaat dus echt.

De nieuwe school, één maand later

Op 1 september zijn de kinderen dus gestart in de nieuwe school. Ik had er een goed gevoel bij, omdat de instapdag op het einde van vorig schooljaar zo goed verlopen was. Een paar dagen erna bleek zelfs dat de beste vriendin van Janne ook naar die school kon verhuizen, dus dat maakte het alleen maar beter. En dus vertrokken ze met drie naar de nieuwe school.

Drie nieuwe Trappenhuizertjes #1september

Janne en Aphrodite nestelden zich meteen samen, dat was geen probleem. Bij Sien had ik wat hangproblemen verwacht de eerste dag. Maar ze kwam in haar klas, zag een winkeltje en begon direct te verkopen. Oké dan, geen probleem.

Vlindertje Sien zag de nieuwe school helemaal zitten!

Soms is ze nog wat onwennig als ze ‘s morgens naar de vooropvang moet, maar dat gebeurt gelukkig niet erg vaak.

Ergens in september was er een infomoment en we kregen bijzonder veel uitleg van hoe alles in zijn werk gaat. Heel interessant, ik kende de krijtlijnen van het Freinet-onderwijs, maar het is nog leuker als je ziet hoe ze dat allemaal in de klas doen en toepassen. Heerlijke manier, echt waar.

Vorige week bijvoorbeeld. In Janne haar klas was er was een kindje dat verteld had over een barbecue. En een paar andere kindjes wisten niet zo goed wat dat is… dus organiseert Mare (wij zeggen geen juf of meester) een herfst-BBQ. Op het terras van haar klas, want elke klas heeft een terras dat al bijna zo groot is als de klas zelf. Hoe plezant is dat niet trouwens, zo’n terras aan de klas. Ze doen daar vanalles op. Buiten les krijgen, ik heb daar altijd van gedroomd.

En zo gaat het altijd. Iemand vertelt iets, en daarmee gaan ze verder aan de slag. Op onderzoek, rekenen, taal, vanalles. Nooit vanuit de boekjes, altijd vanuit de ervaringen van de kinderen, van hetgeen waar ze mee bezig zijn. Heel concreet. Heel leuk.

Om de twee weken is er op vrijdagmiddag een forum. Dan tonen sommige klassen (niet allemaal) waar ze de afgelopen week mee bezig geweest zijn. Ik zal daar niet altijd geraken, maar de laatste keer was ik er wel en het is wel leuk om ze regelmatig aan het werk te zien. De communicatie is echt top en ik heb nu echt een heel goed idee waar ze mee bezig zijn in de klas. En dat stelt mij zeer gerust.

Oh, en veel vooroordelen en misverstanden over Freinet (en ook andereover methodescholen wellicht). Dat van dat tekort aan structuur bijvoorbeeld, wel, ze krijgen er meer structuur dan ik ervoor ooit gezien heb. Het is gewoon een hele leuke manier om kinderen dingen bij te leren. Als ik nu kind zou zijn, zou ik ook liefst in zo’n school zitten. Dus als ge twijfelt, of toch gewoon benieuwd zijt, informeer u maar eens. Of hier kun je er al erg veel van lezen. Want onbekend is heel vaak onbemind.

Onderzoek #freinet #infoavond

Samengevat kan ik zeggen dat de nieuwe school alles heeft waar ik naar op zoek was: zeer goeie communicatie, een duidelijke visie waar ik me 100% goed bij voel, engagement en een fantastisch systeem. Ik ben fan! En de kinderen gelukkig ook!

Die keer dat we vastzaten in de péage

Deze zomer zijn we naar Italië geweest, dat was wijs, dat was fantastisch, als het past zal ik daar nog eens een verslagske over schrijven. Toplocatie, topcompagnie, topweer, topregio. Maar de rit ernaar toe, dat was een drama, een regelrecht drama. Pas op, we waren niet zo gek om die 1.400 kilometer in één keer te rijden, dat is net iets te ver. Dus we deden het met een tussenstop, ergens halverwege.

Dag 1: Vertrokken om 9 uur. We moesten maar een kleine 700 km rijden, dat viel dus wel mee. Op de laatste stop, met nog amper 100 km voor de boeg, om 16 uur, zien we dat onze rechter achterband plat stond. Hmpff. Zelf meteen een reserveband opleggen was een optie geweest, maar daar konden we de volgende dag geen 800 kilometer op overbruggen, dus wilden we die liever meteen laten herstellen. Uren gewacht op hersteldienst, dan toch maar eens gekeken naar de reserveband en opgemerkt dat er een gewoon wiel in de koffer ag. Waar we perfect 800 kilometer en meer mee konden overbruggen. Veel tijd voor niets verloren dus. Een vriendelijke Roemeense truckchauffeur verving de band voor ons en hup, we konden weer door. Aankomst in het hotel: 21.30 uur.

Pech onderweg... Wachten... Gelukkig is er een pop up prinsessenkasteel!

Dag 2: vroeg vertrokken, al om 8.15 uur weg uit het hotel. In Zwitserland was het vooral regen die ons parten speelde en de Gotthard-tunnel. Een uur of twee gewacht. En dan nog file in de tunnel zelf, ik vind dat eng. En daarna opnieuw file, file, file en nog eens file. Vooral tussen Bologna en onze eindbestemming, dat is daar structureel.

Voorlaatste dag: Het terugkeren. Diezelfde structurele file. Da’s 100 kilometer rijden, daarna 100 kilometer file, zoiets. Wat maakte dat we op 4 uur 200 kilometer gedaan hadden of zo. Groempf. Péage, Milaan. Aanschuiven. Alweer. We komen aan het overgedekte gedeelte en net toen we eronder reden zagen we boven ons het licht op rood floepen. Oei. En meteen erna achter ons ging de bareel naar beneden. Oei. Er stonden twee auto’s voor ons en de geraakten probleemloos door. Oef. Tot wij aan het machineke waren. Machineke dood, deed niks meer. Oei. Kaart er toch ingestoken, geen reactie, kaart vast, machine dood. Hulpknop dood. Bareel voor én achter ons naar beneden. AAAARGGGGHHH. Uitstappen, en alle kottekes afgaan tot ge iemand vindt, dat was Peter zijn taak. De vrienden inlichten van onze vertraging, dat was mijn taak. En dan maar op dat kaske beginnen te kloppen van pure frustratie. Ik denk dat we daar tien minuten gestaan hebben en toen ging plots de bareel omhoog. Ik spring op de chauffeurszetel, rij vooruit, zo rap als kan. Ik spring uit de auto, vergeten dat ergens op mijn schoot een telefoon lag. Boef. Scherm kapot. Aaaaaarggghh. Creditcard kwijt, kaart blokkeren. Maar bon, we konden weer rijden. Maar ik zal nooit meer onbezorgd door een péage rijden. En u misschien ook niet :-)

Toen waren we er nog niet. We hoorden van vreselijke files voor de Gotthardtunnel, we namen een uitgebreide avondstop, stonden nog een uur of drie stil, maar we lieten ons daar niet door uit het lood slaan.

Wat doet een mens dan in de file?

Eén fles cava met zes personen, ge zijt daar niet zat van neen. Aankomst in het hotel 23.15 uur.

Al een geluk dat de laatste dag wél probleemloos verliep.

Over onze mobiliteit volgend jaar zal nog eens serieus nagedacht worden, dat is zeker.

Lichtpuntje in het hele verhaal: 2 keer 1.400 kilometer gereden, maar de kinderen hebben gelijk géén enkele kilometer vervelend gedaan. Wat potloden, spelletjes, tablets, muziek en luisterverhalen en vooral teeveetjes niet allemaal kunnen doen, hé?

Moestuinfail

OK, ik heb veel talenten. Ik kan kleedskes naaien, ik kan dekentjes, sjaals en mutsen haken. Ik kan behoorlijk lekker koken en in tegenstelling tot andere bloggers kan ik ook goed bakken.

Maar een mens kan niet alles kunnen. Het is een understatement om te zeggen, maar ik heb écht geen groene vingers. In huis staan er weinig of geen planten, omdat ze op termijn allemaal een gewisse dood sterven. De overlevers hier, dat zijn echt stevige planten.

En ik heb een tuintje nu. In dat tuintje is veel gebeurd dit jaar. De klimop vloog er allemaal onverbiddellijk uit, waardoor onze tuin gelijk twee keer zo groot werd. Er werd vers gras gelegd. De muren werden gekaleid. En er werden opnieuw enkele pogingen gedaan om te moestuinieren. Dapper toch, van iemand die van zichzelf weet dat ze eigenlijk geen groen talent heeft?

Poging twee van de radijzen. Vorig jaar werden ze overwoekerd door een plant die nog in de pot stond. Dit jaar denk ik dat ik ze iets te dicht op elkaar gezet heb. Want zes maand na zaaiing zien ze er zo uit. Ik wou het nochtans doen als educatief projectje met de kinders. Mislukt.

Radijzen, 6 maanden na zaaiing #moestuinfail

Van mijn courgetten kan ik zelfs geen foto tonen, want die werden opgevreten door de slakken van voor er sprake was van een echte plant. Tot daar de moeite die ik zelf deed.

Vervolgens kwam er een pompoenplant aangewaaid van bij Lies, die er te veel had. Veel bloemen gehad hoor, maar van zodra er een vrucht opkwam werden ze opgefret door -alweer ja- de slakken. Te herkennen aan het slijmspoor op de planten.

Pompoenen, een hele lange plant. Zonder pompoenen. #moestuinfail

Een tomatenplant, gekregen van Nadine. Met echte tomaten aan! Veel! Zeker 20 of zo! En stuk of 5 zijn er ook al rood geworden. Want het was wachten, wachten, wachten, tot ze eindelijk rood waren. En toen ik die wou plukken waren er drie -u raadt het al- opgefret door de slakken.

En als mijn tomaten rijp zijn voor de pluk worden ze opgevreten voor ik de kans krijg #moestuinfail

Vervolgens: de druivelaar van de buren. Niet zelf gezet dus, maar hij komt door mijn schutting en ik vind dat wel schoon. Heel erg mijn best gedaan met die druifkes, en schoon er van tussenuit geknipt zodat ik dikke trossen kreeg. Zo zagen ze er ook uit toen ik op reis vertrok. Maar toen ik terugkwam van reis (2 weken slecht weer hier) waren ze verschrompeld. Meh.

Druiven, ook al niets #moestuinfail

Er is nog hoop. Hieronder ziet u:

  • een advocadoplant waarvoor ik de luiewijvenmethode gebruikt heb. Steek de pit in de grond en wacht. En wacht.
  • Citroenmelisse, citroenmelisse, citroenmelisse. Overal citroenmelisse. Dat schiet vanzelf overal op. Maar wat moet een mens daarmee?
  • Olijven. En dat is wel een half wonder. Ik kocht het boompje in 2002, ik kocht het op de Kouter en bracht het met de fiets mee naar huis. Nu is dat een echt grote boom. Staat zomer en winter buiten. In de Moestuinstraat op het dakterras kwamen daar amper vruchten op. Nu is het het eerste jaar dat er echt veel vruchten op staan. Maar zouden ze ooit te eten vallen?
  • Geen idee of dit kleine aardbeitjes zijn. Het ziet er toch zo uit. Komt gewoon ergens opgeschoten.

Toch nog enige hoop. #moestuinfail

U begrijpt het. Ik heb uw hulp nodig.

  • Al uw tips zijn welkom. Wat moet ik volgend jaar eens proberen? Ilse zegt bonen, en zo van die schone pronkbonen gelijk bij haar wil ik ook wel ja
  • Als u teveel courgetten/pompoenen/radijzen of ander lekkers heeft: u mag ze altijd aan mij doneren, dan doe ik alsof ik die zelf gekweekt heb.
  • Mag ik die aarbeitjes opeten of zijn het giftige dingen? Wat doe ik met citroenmelisse? En zal ik ooit olijven kunnen eten?

Twee keer feest

Zo’n feestweekend, dat is lastig, maar ook leuk natuurlijk.

Vrijdagavond al aan de kook gegaan. Op het gemak nog, maar met een strak en duidelijk plan. Ik doe dat wel graag, zo staan kokkerellen. Met een muziekje op de achtergrond en zingen maar.

Zaterdagmorgen, verder koken. En tegen 12 uur de eerste gasten. Hapjes, spinnetjessoep voor de kinderen, minestrone voor de grote mensen.

Soep met gekke bekken

Taart natuurlijk. Janne haar favoriete chocoladecake, telkens opnieuw een voltreffer.

Blazen!

‘s Avonds bleven er dan nog eens drie meisjes slapen, niet in de hangmat, neen.

Prinsessentijd. Feestweekend.

Even chillen tussen de feestjes door. Die hangmat, ik ben daar echt zot van. De kinderen ook, al is er altijd wel een kind aan het huilen omdat het verpletterd wordt of zo.

En dan het kinderfeestje. Geen zotte dingen, niks op locatie. Gewoon thuis, met tekenLynn erbij, schilderijtjes maken.

Kunst!

Star Wars, tot groot jolijt van de mama. Later werd er ook nog Stars Wars op het kind zijn voorhoofd geschminkt.

Superfan.

Manicure, glittertattoo’s, schmink. Ja, u ziet het goed, Janne kreeg een Elsa-kleed en ik heb haar dus het hele weekend in niets anders gezien dan dat.

Nail workshop #latergram

En dan een fuif met optredens op de slaapkamer.

Zevenjarigenfuif!

Ja, de prinses had een leuk verjaardagsweekend, denk ik zo.
De prinses is content.

En ook Jules, de klaspop van Sientje werd er moe van. Die kwam er ook nog eens bij.

Sien slaapt. Jules waakt.

Op naar het volgende feestweekend!

Janne, 7 jaar al

Eergisteren werd deze mooie prinses Janne 7 jaar.

Prinses Janne wordt 7 vandaag!

Hebben jullie dat ook, zo’n klein vapeurke als uw oudste weer eens jarig is? Zeven jaar al zeg. Goed zot. Ik herinner me nog goed de tijd dat ik geen kinderen wou, en nu heb ik twee prachtige meisjes waarvan er één al 7 is, zeg.

Haar hobby’s: ballet. Dat doet ze nu twee keer per week. Eén keer bij de Kunstbrug, waar ze vorig jaar ook al ging, samen met Sam. En nu ook een keer bij Favole, een hele leuke dansschool in het hart van de stad. Dat vooral omdat ze nog wat contact wou met haar klasgenootjes van vorig jaar. Heel handig vind ik dat, zo’n dansschool in het centrum. Een uurtje dat ik snel nog een paar boodschappen kan doen in het centrum van de stad. Of gewoon een uurtje quality time met Sientje. En het is een hele toffe dansschool ook, een aanrader!

Prima ballerina!

Andere hobby’s: Playmobil. Jaja, daar krijgen ze geen genoeg van. Het prinsessenkasteel, het gerenoveerde poppenhuis. Op de verlanglijst: het shoppingcentrum. Ik ga binnenkort een Playmobil-kamer moeten inrichten, denk ik. Maar ik zie ze zo graag bezig in de living, dus het mag blijven staan. Ook al slingert het soms vaak rond.

En verkleden. Ik zie Janne en Sien thuis zelden in gewone kledij. Vaak is dat in hemdje en onderbroek, dan is dat spoRRRtkledij. Dan bouwen ze een parcours in de living en doen ze aan sport. Nog vaker is dat verkleedkledij, we hebben dan ook al een aardige koffer vol. Nu is dat vooral het Anna-kleed van Frozen, meegebracht die keer dat ze met Tristan naar Eurodisney mocht. Prachtig kleed, maar liever nog zou ze het kleed van Elsa willen (dat was er toen niet in haar maat). Want Elsa kan toveren. Dat Anna heel den boel gered heeft, dat is voor die kinderen eigenlijk van geen tel. Hieronder speelden ze een fragment van Frozen na.

Er werd hier van frozen gespeeld. #latergram

Ach, die Janne, dat is zo’n lieve. Een sterk karakterke wel, ze weet wat ze wil. Maar waar ik vroeger soms amper wist wat ik met haar moest aanvangen, vind ik nu dat de scherpste kantjes afgerond zijn. Heerlijk kind!

Dit weekend krijgt ze dan ook twee feesten, één voor de familie en één voor de vriendjes. Leutig!