Zondagmorgen. Goed geslapen, ondanks de lichte zenuwen die ik toch al heb. Voor een wedstrijd als Brussel ben ik zenuwachtiger dan anders. Vreemd, want wederom, niks te winnen, niks te verliezen.
De voormiddag gebruik ik om me op het gemak voor te bereiden. Douchen, aankleden, koolhydraten eten, drinken, Polar afstellen.
Om 13 uur nemen we de trein naar Brussel, net als tientallen andere lopers. De trein en de metro blijken alweer een ideale combinatie te zijn om ter plaatse te geraken. Onderweg de nodige WC-stops ingelast. Zenuwen, neen hoor! :-)
Afspreken aan de TV Brussel stand. Mikaël en Nadine gingen daar staan. Net als Tinne, aan wie ik op het laatste moment nog een nummer verkocht heb. Ook Geert D, een vriend van de Lunatics die bij TV Brussel werkt zagen we daar. En Wouter Deprez, de comedian, had het blijkbaar ook in zijn hoofd gehaald had om mee te lopen. Ik zag hem nog bij het vertrek, maar ik zie hem niet in de uitslag. Dan liep ie wellicht met een ander nummer.
-0,6 km. Het is een helse klus om in de massa Mikaël en Lieve, mijn twee loopmaatjes bij mij te houden. Ik zie nog een collega van Peter, een hele straffe loper Bart H. We begeven ons in het startvak, ergens helemaal achteraan. De Bolero. Het Belgisch volkslied. En go! Allez, voor diegene die vooraan staan toch. Ik zie nog een vriendje van de Lunatics, Tim S. Tegen dat we aan de bogen zijn zijn we 6 minuten verder. We kunnen dan even lopen. Opwarmen. Weer stroppen. Meer dan 10 minuten na het kanonschot komen we aan de matten voor de tijdsregistratie. Waarschijnlijk zal de gemeten afstand nu echt 20 km. Een veel eerlijker systeem. Dat ING dat volgend jaar ook maar doet!
0 km. En dan kunnen we echt beginnen lopen. Zig zaggen, tussen mensen heen. Maar dat is Brussel nu eenmaal. En grote wedstrijden in het algemeen. Sommigen ergeren zich daar aan, maar ik hou er van, zo tussen het volk lopen. Nooit alleen lopen. Op de brede lanen voor u massa’s volk zien lopen. Geweldig!
2 km. Al na goed 1 km blijft Lieve achter. We vertragen nog wat, keren terug tot bij haar. Maar het gaat haar te snel en ze wil haar niet forceren. We moeten haar helaas al achterlaten. Veel te vroeg, maar ik ben in form.
3 km. Op pakweg hetzelfde punt als vorig jaar ontmoet ik Frank Spencer en zijn vrouw Betty. Ze port hem aan om alleen te gaan, maar Frank ging Betty hazen en dat ging ie ook doen! Ferm! Ik zeg overmoedig dat het me nog wat te traag gaat. Maar ik voel me prima en ik ben high van de koolhydraten.
4 km: de eerste tunnel. Warm en zwaar. Niet genoeg adem. Valt me zwaarder dan vorig jaar. Onze Polar hartslagmeters flippen precies. Mikaël meet waarden van meer dan 230 terwijl ik aan 37 loop. Heu? Nochtans zijn die dingen toch met eigen code? Flippend van de interferentie van de vele hartslagmeters of scheelt er iets met mijn Polar?
Het weer blijkt ideaal. Droog en zonnig, niet te warm. Hoewel het met momenten in de zon toch kan branden. Maar vergeleken met het weer van zaterdag en van vandaag…
5 km. De tunnels uit en het gaat niet meer zo gemakkelijk. Ik ga nog mee met Mikaël tot in het Terkamerenbos op 6,5 km. Hij last een sanitaire stop in en ik zeg dat ie dan maar alleen moet doorlopen. Vanaf daar alleen dus. Ik begin aan mijn druivensuiker. Volgens de boekskes geeft dat maar tijdelijke pieken, maar mij helpt het wel, en af en toe eentje hé.
Ik hobbel gezellig voort door het Terkamerenbos en geniet van de sfeer. Ik zie gekke dingen. Oermensen met tijgervelletjes die een gevangen tijger op een stok tussen zich indragen. Papa’s met buggy’s. Mensen die lopen te telefoneren tijdens het lopen.
Ik herken het parcours nog goed van vorig jaar en weet dus goed waar ik drinken kan verwachten. Mijn hartslagmeter geeft geen waarden meer sedert kilometer 7. Op 9 kilometer is ie er plots terug.
11 km. Frank en Betty zijn er terug. We kletsen eventjes en ik probeer eventjes bij hen te blijven. Maar het gaat me iets te snel. Hoewel ik wel de hele tijd al aan een constant tempo loop. Ik eet het laatste stukje van mijn energy bar op.
13 km. De gatorade drankpost. Er is drank genoeg maar het blijft toch telkens een gevecht aan die drankposten. Terwijl ze verder geen blijf weten met hun drank. Sportdrank zorgt opnieuw voor een plakkerige bodem. Blij dat we dat stuk gepasseerd zijn.
15 km. Het aftellen kan beginnen, maar ik heb het echt lastig nu. Knop omdraaien, verstand op nul en voort draven. Ondanks alles blijf ik nog mijn zelfde tempo lopen.
Plots hoor ik mijn naam brullen. Dirk en co halen me bij en sleuren me mee tot aan de voet van “de berg”. Dan zeg ik dat ze maar hun eigen tempo moeten gaan.
17 km. De berg is echt sterven dit jaar. Vorig jaar ging die me vlot af, maar dat kunnen we dit jaar niet zeggen. Aan de drankpost op 18 km moet ik twee stappen zetten, maar wandelen is erger dan lopen, dus ik loop rustig verder. Ondanks mijn trage tempo ga ik heel veel mensen voorbij want het merendeel van de mensen wandelt hier.
19 km. We zijn boven! We zien de boog! Ik krijg weer vleugels! De laatste anderhalve kilometer gaat weer veel vlotter. Het aantal ambulances dit jaar valt mee. Maar in de laatste bocht, echt op 100 meter van de streep wordt er iemand gereanimeerd. Er worden witte lakens voorgehouden, zodat lopers daar niet mee geconfronteerd worden. Maar het beeld zegt genoeg. Verstand nu helemaal op nul en gaan.
20 km. Ik ben er. Vorig jaar was ik niet helemaal kapot. Nu wel. Absoluut wel. Ik probeer overeind te blijven en wat te stretchen. Maar dat gaat niet, dus ik ga toch maar zitten. Beetje wachten op Lieve. Mijn darmen laten me dubbel plooien. Na 5 minuten zie ik Koen Fillet voor me. Ik ga de man persoonlijk gaan feliciteren, als één van de eersten. Zijn andere knie doet nu pijn. Ik wens hem veel succes met de marathon. Waarop hij zegt :”Nou, ik zie mezelf niet nog es terugkeren”. Een nieuwe opstoot van misselijkheid komt op. Nog eens die afstand, ik mag er niet aan denken! Hij liever dan ik…
Ik kijk rond en zie niemand die ik ken. Ik ga naar het afgesproken punt: nog niemand. Ik word een klein beetje ongerust. Beetje later zie ik toch Filip, de vriend van Lieve. Die zich meteen zeer ongerust maakt over Lieve omdat ik haar moest lossen bij de start. En omdat ik zo stom ben om dat reanimeerverhaal te vertellen. Ik stel hem gerust, dat dat Lieve niet kon zijn, aangezien ze achter mij liep. Beetje later komt Lieve dan ook vrolijk afgewandeld. Zeer emotionele loop voor haar maar ze heeft ervan genoten. Dan Eileen. Die is nergens terug te vinden en die loopt veel sneller dan ons, ze moest hier al lang zijn. Met het reanimeerverhaal in het achterhoofd maken we ons toch wel zorgen. We gaan op zoek naar Eileen en staan al aan de Rode Kruis tent. Plots duikt ze op.
Ik voel me absoluut niet goed. Buikpijn, ik blijf dubbel plooien. De terugtocht naar huis is een helletocht. Blij dat ik thuis ben. Gaan eten zat er niet meer in. Een warme douche en in de zetel. En naar het toilet. Toch een keer of 10 gisterenavond. :-) Geen idee eigenlijk wat er aan de hand was. Zeker niet te weinig gegeten of gedronken. Eerder te veel. Of misschien is mijn maag zo’n energy bar niet gewoon. Ik steek het daar op.
Het reanimeerverhaal vamorgen op de radio, in Wilde Geruchten. “Laat 25.000 man in Flanders Expo kleurenwiezen en er valt ook wel een dode” wordt er gezegd. Al weten we nog niks meer over het lot van de man die gereanimeerd werd in de laatste 100 meter.
Gevonden in de reacties van Koen Fillet, niet gecontroleerd:
Eén man haalde de finish niet. Hij zakte in elkaar op enkele meters van de eindstreep en overleed. Een 28-jarige jongeman uit Florentville zakte in elkaar op 150 meter van de finish. De hulpdiensten probeerden hem nog te reanimeren, maar tevergeefs.
28 jaar … slik … da’s jonger dan ik.
Tijden van de lopers in dit stuk: (update)
Bart H: 01:16:26
Geert D: 01:32:55
Mikaël: 01:52:06
Eileen: 02:02:27
Tim S.: 02:06:22
Wouter Deprez: 2:07:24
Dirk: 2:11:13
Ikke: 02:12:04
Koen Fillet: 2:19:48
Lieve: 02:24:51