Ik heb een passie voor oude boekjes. En mijn Radiofonisch Instituut ook. En mijn pa ook. Mijn pa heeft in zijn leven al wat verzameld van oude boekjes en ten gepaste tijde geeft hij ons eens wat door. Zo hebben wij op onze schouw al een klein begin van wat ooit een indrukwekkende verzameling moet worden.
Vandaag kwam mijn papa op bezoek. Om mijn kraan te repareren. En hij had voor elk een boekje mee. Voor Peter:
“Het gulden boekje der jonge werklieden. Raadgevingen aan de werkende jeugd”. Uitgegeven in het jaar 1888.
Een paar citaten.
“Een jongeling van dertien tot vijftien jaar, hij moge zeggen wat hij wil, is niet anders dan een kind; nauwelijks begint men mensch te worden op zijn zeventien of zijn achttien jaar. Nu, het bijzonder karakter van een kind is de lichtzinnigheid, de onbezonnenheid, de zucht naar vermaken.”
“Veel jongelingen leeren eenvoudig de stiel van hunnen vader. Behalve eenige zeldzame uitzonderingen is dit voorzeker het beste wat men doen kan, en dat onder alle opzichten. “
Voor mij dan: “Naar het huwelijk en het moederschap. Enkele gedachten ontvouwd voor meisjes met betrekking tot haar toekomstigen levensstaat.” Geschreven door eene kloosterzuster (!!) van Berlaymont, Brussel geschreven in 1933.
Enkele citaten: (maar ik zou eigenlijk het hele boekje willen overnemen)
“De al te kinderlijke hoogachting welke sommige meisjes voor jonge mannen koesteren, is de oorzaak dat zijn in hen een al te groot en ongegrond vertrouwen stellen.”
“Het spreekt van zelf dat men bij het flirten dikwijls behoefte heeft aan “apartjes”. Men houdt daarbij van vertrouwelijke mededeelingen, van complimentjes, van coquetterie en vaan geheime briefwisseling. Bij voorkeur leeft een flirt in een onrustige onzekerheid, welke zij heerlijk vindt, waarvan zij al het geheimzinnige wil genieten en welke zij daarom voor een ieder verborgen houdt.”
“Een meisje heeft niet het recht om te trachten liefde te wekken, als zij weet dat er geen enkele kans bestaat om tot een huwelijk te komen. Zij mag niet de schijn van liefde wekken, want dat is oneerlijk en dikwijls vreed.”
Schitterend! En dat van een nonneke!
(en ondertussen voel ik me schuldig omdat mijn vader mijn garage aan het uitmesten is terwijl ik hier in de zetel lig)