Oh! De fietser heeft het weer allemaal gedaan, hoor. Het is allemaal de schuld van de fietser! De fietser veroorzaakt alle verkeersleed in de stad! En alle dodelijke ongevallen! En alle milieuvervuiling!
Twee keer per dag begeef ik me over Dampoort om mijn geliefkoosde station te bereiken. Met de fiets uiteraard, voor mij is dat een evidentie. ‘s Morgens valt het nogal mee. Van de Schoolkaai valt er niet zoveel te vrezen. En dan moet ik maar één keer de grote weg kruisen (Kasteellaan). Als fietser heb ik daar geen voorrang, maar ik kan meestal mee profiteren van de vele voetgangers. De meeste auto’s stoppen daar tegenwoordig voor. Niet allemaal, dus het blijft opletten.
‘s Avonds is het andere koek.
Eerste oversteekplaats: daar heb ik opnieuw geen voorrang. Een continue stroom van auto’s, dus zeer moeilijk om er tussen te geraken. Ik moet hopen dat ze stil staan iets verder, voor de rode lichten. En dan tussen de stilstaande auto’s laveren. Die uiteraard op het dwarsende fietspad staan. En die -van zodra ze een metertje vrij zien toch snel snel dat metertje moeten inhalen, want ja, ze willen vlug naar huis. Dat ze dan weer moeten stilstaan, ja, dat is dan maar zo. Oef, overgestoken. Even diep ademhalen voor het volgende punt: daar heb ik wel voorrang. De auto’s die van het Antwerpenplein komen, moeten wel degelijk voorrang geven, ook aan fietsers. Maar weeral: ze willen snel snel, Dampoort over. Het lijkt daar wel een wedstrijd. Oh! Een gat in de stroom auto’s! Daar moeten we snel induiken! Oei, een fietser, wat doet die hier? Ik mag bijna dagelijks in de remmen gaan voor een auto die me niet gezien heeft. Tegenwoordig zwaai ik daar, zodat de auto’s me zeker gezien hebben. Oef, het ergste is gepasseerd. Ik leef nog.
Het laatste oversteekpunt (Dok Zuid): daar heb ik wederom geen voorrang. Toch zijn de meeste auto’s daar zo vriendelijk om me daar over te laten steken. Het tweede deel staan ze aan te schuiven dus daar geraak ik makkelijk door. OK, ze staan wel op het zebrapad en op het fietspad, maar daar zullen we dan maar niet moeilijk over doen.
Valt het je niet op, zie je het verschil? Als auto heb je voorrang, eens je op een rotonde (Dampoort) bent. Voor fietsers is Dampoort een echt hindernissenparcours.
Er zijn al veel plannen, verhalen en geruchten geweest over Dampoort. Maar buiten wat oplapwerkjes is er nog niks fundamenteel gebeurd. Er is al sprake geweest van ondertunneling, er is al sprake geweest van een verhoogd wegdek naast de sporen. Maar er is nooit geld. En daarom stel ik er nog eens een vraag over in de commissie mobiliteit van maandag. Over het hoe en het wat. En over de verkeersstromen voor fietsers. Want mijns inziens is de fiets nog altijd het meest geschikte voertuig voor in de stad. Naast de benenwagen natuurlijk.
Oh, en nu heb ik alleen nog maar Dampoort beschreven. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Over auto’s die geen plaats laten voor fietsers bijvoorbeeld. Ah ja, want als zij in de file staan, moet die fietser ook in de file staan. Of automobilisten die het vertikken om te kijken als ze rechtsaf slaan. Of die de stad zien als een soort game: hoe geraak ik hier zo snel mogelijk doorheen. Of… (vul zelf aan)
Het scheelt: ik rij vaak met de fiets, ga vaak te voet en rij regelmatig met de auto. Ik kan het iedereen aanraden. Ik ken de sterktes en de zwaktes van de verschillende groepen en ik hou daar rekening mee en heb daar respect voor. Ik erger me – gelijk in welke situatie ik me bevind – aan alle groepen. Want er zitten overal wegpiraten tussen. Maar niet alle fietsers zijn wegpiraten.