Zondagsloopje

Vandaag nog eens gaan lopen. Ik weet het, het had er eens eerder moeten van komen, maar het weer is tegenwoordig niet mijn beste vriend. Het is toch niet zo leuk om te vertrekken als het koud is, waait en regent. Maar ik had een schema gekregen van een lezer dat dringend uitgetest moest worden.

Opwarming:
15’ tussen de 65% & 70%

Kern
5’ 77-84%
5’ 70-77%
5’ 77-84%
5’ 70-77%
5’ 77-84%
5’ 70-77%
Cool down
15’ 65-70%
Totale duur 60’

Haalbaar en afwisselend schema. Eerst uurwerk eens opnieuw ingesteld. Ik ben daar dus een kwartier mee bezig geweest tegen dat het was hoe ik het wou. Dacht ik. Ik vertrok, en de boel flipte al. Om te beginnen had ik na tien héél langzame passen een hartslag van 190 en dat blééf zo. Hmmm. Zo erg is het nu ook weer niet met mij. En het uurwerk piepte zich te pletter, ik leek wel een lopend beatnummer. Stoppen, instellingen wat veranderd, opnieuw beginnen. Hmm. Nu mocht ik lopen wat ik wou, mijn hartslag bleef 103. Weer stoppen, instellingen weer wat veranderd, weer opnieuw beginnen. Dan een kwartiertje losgelopen en dan de training min of meer afgewerkt volgens bovenstaand schema.

Ga ik wel blijven doen, dit schema. Is afwisselender dan gewoon een uur lopen, en daar kan ik nog wat snelheid mee opbouwen. Hopelijk. Ik wil echt niet als laatste eindigen.

[Wijvenweek] De pers over de wijvenweek. Of net niet.

Ik begrijp het niet zo goed. Bij iedere scheet die er gelaten wordt in de blogosfeer kan je daar al snel iets over lezen in de kranten.

Maar nu is het wijvenweek. Nooit eerder gezien: zo’n bende mensen (vrouwen en mannen, Nederlandstaligen en anderstaligen) die een week lang massaal over dezelfde onderwerpen schrijven. Zoveel dat ik het eerlijk gezegd niet allemaal gelezen heb.

En wat zien we? Alleen De Morgen en De Volkskrant (Nederlands!) schreven er iets over. En op Studio Brussel (allez, Brudio Stussel) was er een interview.

En ik weet dat dat niet de bedoeling was van i. en Tales from the crib. Maar toch, ik denk dat als het Ventenweek was geweest het wel in de pers zou gekomen zijn. Redacties, mannenbastions?!

En bij deze wil ik i. en Tales from the Crib bedanken voor hun initiatief. Er waren soms commentaren dat het te soft was, niet feministisch genoeg, te Flair allemaal. Maar ik denk dat die mensen het niet goed begrepen hebben. Misschien was dat wel de bedoeling.

En ik heb me geamuseerd, alleszins.

[Wijvenweek] Kinderen

Ik schreef het nog niet zo lang geleden: ik ben geëvolueerd van een iemand die afkeer had van kinderen tot een ware moederkloek. En ik ben daar heel gelukkig mee. Mijn leven is door Janne veel rijker geworden en nog meer clichés. De liefde voor een kind: da’s allesoverheersend, da’s een liefde die je nog niet kent als je nog geen moeder bent. Je ziet je lief misschien graag, maar dat is niet te vergelijken. Nike beschreef het hier al mooi.

Gewauwel over kinderen: ik probeer het te beperken, net als San. Proberen, want ook ik herval wel eens. Maar zowat mijn hele vriendenkring heeft kleine kindjes of die zijn onderweg. Ik merk heel snel als zij ook zin hebben in een beetje gezapig babywauwelen. En dan laat ik me graag gaan! Maar als de tegenpartij geen of al grotere kinderen heeft hou ik me sterk in. Moeilijk is dat niet: Janneke is mijn alles, maar daarnaast heb ik nog een leven, genoeg om over te praten dus.

Maar kindjes: ik kan ze aan iedereen aanraden!

Dat moet toch allemaal veel beter kunnen?

Eerder deze week ging ik met mijn ouders naar “Elle s’appelle Sabine”. Een film gemaakt door Sandrine Bonnaire over haar autistische zus. Zelf een autistische zus hebbende, wou ik de film zeker zien.

Het verhaal van Sabine is bijzonder gelijkaardig aan het verhaal van mijn zus. In haar jeugd was ze vreemd en anders, maar het viel al bij al best mee. In haar twintiger jaren werd Sabine agressiever, waardoor ze naar een psychiatrische instelling gebracht werd. Dat maakte haar leven totaal kapot: ze werd onder de zware medicatie gestoken. Van een jong, levendig mooi meisje veranderde ze in een zwaarlijvige, kwijlende, trage vrouw. Zeer triestig en zeer gelijklopend met het verhaal van mijn zus.

Anderzijds was het verhaal ook heel anders: Sabine is veel communicatiever dan Elke ooit geweest is. Sabine was dan ook normaal begaafd, Elke is zwak begaafd. Hoewel Elke vroeger veel meer kon dan nu, was dat nog niets in vergelijking met Sabine. De beelden die ze toonden van een pianospelende Sabine, Sabine op weg naar New York, een joggende Sabine… aangrijpend! Elke antwoordt meestal zelfs niet meer op de vraag of ze koffie of limonade wil, om maar iets te zeggen.

Sandrine had duidelijk een betere relatie met haar zus Sabine dan ik ooit gehad heb met Elke (misschien omdat Sabine normaal begaafd was?). Ik ben daar altijd een beetje jaloers op, op echte zus-relatie, zussen die lief en leed met elkaar delen. Ik heb dat nooit gekend, ook al heb ik een zus. In de film werd wel niet echt verwezen naar hoe het is om als kind op te groeien met een autistische zus. Heel even maar, toen ze vermeldde dat ze op school uitgelachen werden met hun gekke zus. Omdat ze zich weer eens uitgekleed had op de speelplaats of omdat ze weer eens iemand willekeurig een oplawaai verkocht had. Meer straffe verhalen kunt u op verzoek krijgen. Achteraf is dat lachen, op het moment zelf minder.

Maar waar ik naar toe wil: ik heb me al meermaals vragen gesteld bij die zware medicatie. Kan dat niet beter allemaal? Om een voorbeeld te geven: in de film zagen we een moeder van een epileptische zoon. Ze had één keer per ongeluk zijn medicijnen tegen epilepsie genomen in plaats van haar vitaminen. Het antigifcentrum had haar aangeraden om direct in haar bed te kruipen: ze heeft 24 uur aan één stuk geslapen en daarna was ze nog anderhalve dag een ander mens: ze kon niets doen, geen krant lezen, geen tv lezen, … Het enige wat ze kon was de vloer vegen… Ik was hierdoor behoorlijk onder de indruk. Is Elke (en Sabine) wie ze is door die zware medicatie? Zijn ze daarom zo’n trage, doelloze wezens?

Zelf merken we dat ook: hoe meer medicatie, hoe meer Elke verandert in een lusteloze, zwijgzame, stille pop. De woede-uitbarstingen willen we niet, maar dat ook weer niet. Mijn moeder probeert de medicatie tot een minimum te beperken. Dat is niet altijd gemakkelijk: het is balanceren op een slappe koord want ze heeft wel een deel medicatie nodig. Ze gaat daarbij regelmatig tegen het advies van de dokters in: de dokters geven liever meer dan minder, hebben we de indruk. Ook bij Sabine hadden ze de dosissen medicatie al gehalveerd sedert ze uit de instelling was en ze was al stukken beter. Met minder medicatie kunnen ze méér.

De wetenschap staat voor niets, wat er tegenwoordig allemaal kan. Maar als wij eens een beetje lichamelijk onderzoek vragen van Elke, dan worden wij aangekeken alsof we aliens zijn. Is dat nu werkelijk zo vreemd?

Dat moet toch allemaal veel beter kunnen? Gebeurt er wel genoeg onderzoek naar medicatie voor geesteszieken? Naar de pil gebeurt voldoende onderzoek alleszins: dat is veel mediagenieker natuurlijk. Of naar kankermedicatie, zeer terecht overigens, niemand wil getroffen worden door zo’n zware ziekte, dus hoe beter de medicatie hoe liever ik het heb.

Maar gebeurt er ook wel genoeg onderzoek naar de medicatie van de zieken die het zelf niet kunnen zeggen, die niet duidelijk kunnen verwoorden wat er scheelt? Kan “Levenslijn” of weet ik veel wie daar eens geen actie rond doen? We kunnen u alvast een hoop schrijnende verhalen vertellen, mooi om een emotionele reportage rond te draaien.

Een andere zeer terechte aanklacht uit de film: er is meestal genoeg begeleiding voor autistische kinderen. Helaas, eens ze 18 zijn, worden ze aan hun lot overgelaten. Van instelling naar instelling, terug even naar huis, maar dat gaat ook niet. In sommige gevallen naar bejaardentehuizen. Elke heeft een plaats, maar daar moeten mijn ouders twee keer per week 140 kilometer voor rijden (Eeklo-Vollezele). Ook daar is dus nog bijzonder veel werk aan de winkel.

[Wijvenweek] Mijn huishouden

Op het ogenblik dat ik dit typ… is mijn poetsvrouw bezig het huis aan het schoonmaken. Ze heeft er net een hele berg strijk opzitten.

Ik heb het al gezegd: ik ben weinig thuis en de tijd die ik dan thuis doorbreng doe ik graag aan quality time. Niet beginnen strijken, stofzuigen, dweilen, afwassen. Lang leve de dienstencheques. En net zoals i. zijn wij ook fan van onze Bosch en van de Collect & Go. En voor klusjes allerhande is er mijn vader.

Eén keer per jaar ga ik stevig in de aanval: dan boen ik mijn vloeren. Dat is een taakje dat ik aan niemand anders toevertrouw. Daar heb ik een halve dag voor nodig en daar kan ik danig van genieten. Dat hout die lekkere boenwas zien opslorpen. Voor de rest van het jaar heb ik daar niet veel werk aan.

En verder ben ik niet zo’n koker. Tenzij ik tijd heb en er volk is. Onder volk versta ik ook mijn wederhelft. Koken voor mezelf alleen vind ik niet leuk. Maar omdat manlief niet zo’n regelmatige job heeft en ik ook niet, gebeurt het niet zo veel dat wij samen kunnen eten of dat ik veel tijd heb om iets te maken. Gelukkig is er catering op het werk!

[Wijvenweek] Mannen

Ik zag hem voor het eerst op mijn eerste dag aan de unief. Vooraan, op het podium, voor de micro. Hij was praeses van onze studentenkring, Politeia. En daar ging ik me niet mee inlaten want ik was een Serieuze Studente. Het was niet dat het liefde op het eerste gezicht was. Maar hij leek mij wel een sympathiek ventje.

Maanden later spraken we mekaar pas voor het eerst. Op de trappen naar de Domzaal, in de Vooruit, want theater met de studentenkring, dat deed ik dan weer wel. We hadden een leuke babbel, maar meer niet. Ah ja, ik had toen nog een lief. Niet dat die relatie nog iets voorstelde, maar ze was er wel.

Nog eens maanden later mekaar teruggezien op de filmavond (ik was nog altijd een Serieuze Studente) en daarna op de bloedgeversactie. De relatie waarvan eerder sprake was tot ieders vreugde beëindigd en ik ging het me er eens goed van pakken. Achttien en kotstudente in Gent, ik moest voorlopig geen lief hebben!

Maar het liep anders en we werden een koppel. Een goed koppel, want na 12 jaar zien we elkaar nog steeds doodgraag. Hij is mijn beste maatje.

En neen, hij is niet perfect. Ik kan me vreed ergeren als hij weer eens het vuilnis laat staan (hint!), als hij begint door te drammen of als hij weer eens ergens blijft plakken. Maar ik ben ook niet perfect (en neen, nu volgt er geen opsomming, het is wijvenweek voor iets, hé).

Maar we hebben samen wel de perfecte dochter op de wereld gezet!

Kind & Gezin (VI)

Nog eens controle, op zes maand. Blij, want iedereen vroeg me hoe groot ze nu al is en hoeveel ze weegt maar het was al een tijdje geleden. Het meten en het wegen vind ik het hoogtepunt. Ze is nu 62,5cm (volgens mij was het 63cm maar allez) en ze weegt 6780 gram. Nog steeds geen grote dus maar perfect op schema.

De dokter was verder onder de indruk dat ze al alleen kan zitten. Ze had dan ook nog nooit eerder zo lang alleen gezeten. Alsof ze wou tonen aan de dokter wat ze wel al kon!

Volgende afspraak op 9 maanden.

Traag loperke

Ik heb het misschien nog niet vermeld maar manlief en ik hebben deze week verlof. Om dingetjes te doen in huis, om familie te bezoeken, om te ontspannen, om naar de film te gaan, om naar theater te gaan, om naar de Ikea te gaan. En om te gaan lopen bijvoorbeeld. De sneeuw was gesmolten, het zonneke scheen, het werd tijd om nog eens te vertrekken. Nog 48 dagen, zegt mijn horloge, tot de Stadsloop. En ik heb nog maar één keer 5 kilometer gelopen en ik moet er twee keer zoveel doen. Hmmm. Hoe krijgen we dat voor mekaar? Een uurtje lopen, maar deze keer wel naar de hartslag geluisterd. Ik luister naar mijn lezers! Uurwerk ingesteld dat het boven de 150 begon te piepen. En aangezien ik me danig erger aan piepende horloges helpt dat wel. Ik loop dan aan een tempo waarin ik kan blijven lopen. Maar wel in een tempo waarvoor ik anderhalf uur zal nodig hebben voor de Stadsloop. Maar daar proberen we nog niet te veel aan te denken.

[Wijvenweek] Shoppen

Shoppen is een noodzakelijk kwaad. Ik ga alleen op stap als ik iets nodig heb. Dan zoek ik een broek tot ik er één gevonden heb. OK, af en toe is er wat collateral damage, dat ik eens iets extra mee heb. Maar dat is het risico, hé.

Shoppen doe ik best alleen. Als ik een vriendin mee heb, dan heb ik meestal niks gekocht, terwijl de vriendin in kwestie met massa’s zakjes naar huis gaat. Ook al had zij niks nodig. Het is niet serieus!

Shoppen met Peter is ook wijs. Meestal steek ik hem dan in een kot en laat hem vanalles passen. Hij komt niet uit het kot voor we een halve kleerkast meehebben.

Komende week staat er nog een babyshopping op het programma. Daar ben ik wel zeer bedreven in, ondertussen. Janne heeft al massa’s zomerkleedjes, voor warme en minder warme dagen. Ikzelf daarentegen heb uiteraard nog niks. Van vorig jaar allemaal zwangerschapskledij en of ik nog in de zomerkleren van het jaar ervoor kan euh… Maar het is ook nog geen zomer, gelukkig.

En zaterdag ook al een babyshopping gehad met een vriendin. Die afspraken lagen al lang vast, respectievelijk van vorig jaar februari en van ergens dit jaar februari. Maar beide vriendinnen vonden het nodig eerder gemaakte afspraken zomaar eenzijdig af te gelasten door voortijdig te bevallen! Zo gemakkelijk laat ik me niet afschepen. Eergisteren een leuke winkel ontdekt: De Wonderjaren. Allebei hetzelfde schattige kleedje gekocht voor onze schattige dochters.

Mijn zwak punt? Ik ben een gadgetfreak. Er is altijd wel één of ander veel te duur gadget (gadgets zijn per definitie veel te duur) dat in mijn bille bijt. Meestal te maken met de loopsport. Wie me ooit heeft wijsgemaakt dat dat een goedkope sport is… ja mijn oor, niet in mijn geval. Het is dan ook wel een beetje gek: ik loop trage tijden, maar ik zou me equiperen gelijk de beste topsporter. Nu wil ik een Garmin Forerunner. Het voordeel is meestal dat ik daar zo heel lang over twijfel dat ik het heel vaak niet koop of dat de prijzen ondertussen al gezakt zijn. Eerst maar weer gaan lopen. Een beetje minder koud, nat weer zou ook welkom zijn.