Lief hoedje in de Leie

Gisteren kocht ik een Lief Hoedje voor Janne. Zo eentje met touwtjes onderaan, zo dat het goed op haar hoofdje blijft staan. En met een brede rand, zodat ze goed beschermd is tegen de zon.

In Gent gekocht, maar had op de site gekeken voor de maat. Maatje 2, 6-12 maand. ‘s Avonds het hoedje geprobeerd en het hoedje kwam tot over Janne’s neus. Veel te groot dus. Terug naar de winkel voor een kleiner maatje. Maar ze stond er beeldig mee!

‘s Avonds wandelen naar Lies en Bert. Hevige wind, hoedje waait af. Ah ja, ik had de touwtjes niet dichtgedaan. Op de rand van de kaai, nog een zucht wind en floep in het water.

Ik kon wel bleiten. Ik was zo blij met het hoedje en het was al weg. Het bleef wel drijven. Grmpf. Zouden de bootjes nog varen? Niet precies. Andere opties. Een lange stok! Waar kunnen we een lange stok krijgen? Ah, in den Ankara, het restaurant van Resul, mijn collega-gemeenteraadslid.

“Laat het”, zegt Peter, “dat hoedje zijn we kwijt”. Hmpf. Zo vlug geef ik niet op. Ik daar naar en al snel terug met een twee meter lange stok. Peter doet teken dat het niet zal lukken, dat het hoedje gezonken is. Maar hé, de Leie is niet zo diep. Ik zie een rode vlek onder het wateroppervlak. Plat op de buik op de stoep, beetje vissen en hup, daar is het hoedje weer!

Beetje vuil, maar na de wasmachine ziet het er weer beeldig uit.

En wat hebben we geleerd vandaag?
1. Niet te vlug opgeven
2. Altijd de koordekes van dat hoedje dichtdoen!

Manlief heeft het voorval blijkbaar ook al beschreven!

Over mijn vorige post

Die leidde zelfs tot hevige discussies ten huize Braeckevelt-Decroubele. Manlief noemde het mijn “slechtste post ooit”. Maar soit.

Verder: ik ben stadsmens, iemand anders is buitenmens. Dat is gewoon een voorkeur en daar val ik niemand op aan. Net zoals ik liever honden zie en een ander liever katten. Ook al menige discussie over gevoerd trouwens! :-) Ieder zijn goesting daarin.

Toen ik het artikel schreef, zat ik wel met de echte zeer afgelegen buiten in mijn hoofd. Dus niet de dorpskommen of daaromtrent, wel de zeer afgelegen woningen. Ik had mijnen buiten beter moeten specifiëren, dat is waar.

Bij veralgemeningen zijn er altijd uitzonderingen. Ik zeg dus niet dat alle plattelandsmensen vervuilend zijn, net zomin zeg ik dat alle plattelandsmensen niet vervuilend zijn. Dat zou inderdaad zeer kort door de bocht zijn.

En tenslotte: ik vond het gewoon wel eens fijn om iedereen eens te laten nadenken over zijn vervoer. Als iedereen op elk moment eens zou nadenken over zijn mobiliteit zou er heel waarschijnlijk minder vervuiling zijn. Kunnen we het daarover eens zijn?

Den buiten

Als ik op “den buiten” rijd, maak ik me altijd een paar bedenkingen.

Dat dat wel schoon is, den buiten, maar ook wel saai. Ik zou daar nooit kunnen leven. Goed voor een week of misschien twee, maar dan zou ik de stad beginnen missen. Op den buiten valt niet zo veel interessants te beleven. Voor de interessante dingen moet je in de stad zijn. Werk en school, winkels en hobby’s, veel van die dingen kan je op het platteland niet beleven. Of toch niet zo dichtbij. En zeker niet met het keuzeaanbod dat er in de stad is. Ik wil alles binnen handbereik hebben zonder daar een auto uit de stal te moeten halen.

Bovendien is dat ook wel tegenstrijdig hé. De meeste mensen wonen daar om te genieten van het groen en van de rust en de stilte. Maar omdat ze daar zo afgelegen gaan wonen hebben ze van die grote stinkende lawaaierige bakken (ook wel auto’s genoemd) om te geraken waar ze moeten zijn voor werk/school en vrije tijd. Met die lawaaierige stinkende bakken verzuren ze het leven (lucht, stilte) van de andere (stads)mensen. En maar reclameren als ze dan niet vlak voor de winkel of restaurant kunnen parkeren. In de stad kan je het veel gemakkelijker stellen zonder auto of met één auto per huisgezin. Hmm, daar ga ik eens cijfers gaan zoeken. Auto’s per huishouden in de stad versus het platteland.

Een echte buitenmens zou het toch zoveel mogelijk zonder auto moeten doen, vind ik. Ik ben daar realistisch in: zonder is moeilijk, we hebben er zelf ook één en bepaalde dingen lukken echt niet zonder auto. Moeilijk met één auto? Met een beetje organisatietalent kan veel.

Ach, ik vind Stadslopen ook al veel wijzer dan van die joggings op den buiten tussen de koeien. Zo saai maat, die velden. Ik ben een stadsmens, laat dat duidelijk zijn!

(OK, het is een beetje een ongenuanceerd en eenzijdig artikeltje. Maar misschien goed voor een beetje polemiek.)

Vacuüm

Of ik wist waar ze zo’n zakken verkochten waar ge dan bijvoorbeeld een donsdeken kunt insteken en dan met de stofzuiger vacuüm zuigen, zodat dat minder plaats inneemt om mee te nemen op reis, vroeg Nadine me vorige week.

Neen, dat wist ik niet. Ze heeft er dan zelf gevonden in den Gifi, een winkel waar ik nog nooit van gehoord had.

Vrijdagavond een demonstratie gezien en ik moet zeggen: het was indrukwekkend. Een groot fluffy kussen werd omgetoverd in een klein pakske klei. Om het daarna terug om te toveren in een groot fluffy kussen.

Maar sederdien denk ik bij alles wat ik zie staan in huis hoe dat er zou uitzien in vacuümzak. Badeendjes? Senseo-machine? Papflessen? Hmm, toch maar niet. Maar de zakken zijn besteld! (Youtube-filmpje volgt nog wel eens!)

We moeten daar eerlijk in zijn

Mijn voetbaldebuut was géén succes.

Er werd mij gevraagd om mee te doen aan een partijtje voetbal op de Brugse Poort. SP.a-mandatarissen tegen bekende Gentenaars. Anne Schiettecatte antwoordde meteen: “Ik doe mee, maar ik kan niet lopen”. Ik onmiddellijk erna: “Ik kan wel lopen, maar niet voetballen”. Meteen de basis van een fantastische ploeg. Verder was er Bruno Matthijs, de ster van onze ploeg want vaste waarde bij de Woody’s, een niet onbekend voetbalploegje in het Gentse. Ook Sebastian, het zoontje van Cathy Plasman (die zelf ook meesjotte) was zeer talentvol. Resul Tapmaz en Saban Gök konden ook nog wel shotten, maar hun conditie was ondermaats. Onze ploeg werd vervolledigd door de schepenen Tom Balthazar en Fatma Pehlivan. Aan de overkant van het veld onder andere Luc De Vos, Daan Hugaert en Jakob Beks.

Mijn eerste keer op het veld, als keeper: één mooie bal tegengehouden, één mooie bal binnengelaten. Ik vond dat nog niet eens zo slecht. Mijn tweede keer op het veld kreeg ik al na een minuut een trap. Mijn onderbeen is ontdaan van vel en voorzien van een mooie blauwe plek. Derde keer op het veld, weer in de goal. Een mooie save, gepakt met mijn handen! Hoeda, gele kaart? Hoeda penalty? Dat mag niet of zo, een bal pakken met de handen? Maar op TV (mijn enige bron van informatie in deze materie) mag dat wel! Ah, niet in de minivoetbal. Spelen wij minivoetbal? Bon, om verdere drama’s te verhinderen maar van het veld gegaan.
Vierde keer, begonnen op het veld, maar toch maar weer in de goal gelopen. Een schuine trap, ik zie hem komen, wil hem wegtrappen, bal botst tegen mijn been en … binnen! In de verkeerde goal dus.

Neen, geen succes. Twee goals op mijn rekening. Weliswaar voor de tegenpartij.

Maar het was wel leuk eigenlijk. Niet het voetbal, ik ga niet beginnen voetballen. Wel de sfeer, de zon, de mensen!

Ons kruiperke

Ja, nu is het zeker: ze kruipt. Want wanneer kruipt een kind? Wat is kruipen?
Dat gaat zo niet van de ene dag op de andere. Eerst begon ze te draaien om haar as, als ze op haar speeltapijt lag. Een paar weken geleden begon ze zich wat te verplaatsen. Eerst achteruit en dan vooruit. Eén meter, twee meter, … Maar dat vond ik nog niet echt kruipen. Nu kruipt ze ons gewoon overal achterna, gelijk een hondje. Tijd dat we hekjes beginnen installeren aan de trap!

2008-05-21_10.JPG
2008-05-21_20.JPG

Waarom ze geen broekje aanheeft of kleedje of kousen? Kruipen gaat veel beter met blote beentjes!

Oh, en nu ze dat onder de knie heeft, is ze al volop bezig met de volgende stap: zich rechttrekken aan alles: de zetel, de salontafel, park, aan mij, …

Het gaat allemaal rap, meneer.

(Meer schone foto’s bij Peter)

Verlofstress

Treinstaking vandaag. Naar Brussel gaan is geen optie. We konden wel thuiswerken, maar ik had al langer een dag verlof gepland vandaag. Maar hektisch dat dat is, zo’n dag verlof! Opgestaan om 8 uur. Janneke badje gegeven, eten gegeven, zelf gedoucht en gegeten, Janneke naar de crèche gebracht en gaan shoppen.

Ja, ik ben al zo ver dat ik Janneke naar de crèche breng en ga shoppen. Slechte moeder dat ik ben. Nog één en ander nodig om op verlof te gaan. Ik had niets meer om aan te doen! Gaan shoppen met Janneke: dan slaag ik er niet echt in om iets te kopen voor mezelve. Nu zeer efficiënt geweest. Om 16.30 uur was ik uitgeshopt en was de portemonnee leeg. Janneke gaan halen en me aangesloten bij de buren op het terras van de Multatuli. En om 18 uur werd ik op het stadhuis verwacht.

Een mens zou stress krijgen van een dag verlof! Vangst van de shopjacht: drie kleedjes, één BH, één t-shirt, een jeansbroek en een paar gemakkelijke sandalen die ook op een rokske gaan. En van de buurvrouw kreeg ik nog een paar rode Birckenstocks. De droom van iedere sos: rode Birckenstocks!

Moet ik nog kopen: een paar Hema body’tjes voor Janne, een zomerslaapzak voor Janne (fleece is veel te warm en zonder slaapzak vind ik ze overal in haar bedje terug met haar beentjes tussen de spijltjes), een groot cadeau voor mijn metekindje dat nu ieder moment kan geboren worden, een klein cadeautje voor datzelfde metekindje, een pulle Dove Summer Glow (dan moet ik niet zo persé in de zon zitten en heb ik minder kans op kanker en rimpels) en een rokske voor mezelf zou ook nog wel leuk zijn. En zou Zou Peter nog iets nodig hebben? Een mens weet altijd waarvoor hij gaat werken, nietwaar.

De dokters van wacht

Ge leert ze meestal wel snel kennen, als je een kindje hebt. Voor jezelf wacht je nog tot het vanzelf over gaat, of tot de maandag. Maar voor je kindje wacht je niet. Onder het motto “beter één keer te veel dan één keer te weinig” trokken wij dit weekend twee keer naar de dokter van wacht.

Woensdag had Janne koorts gekregen in de crèche. Donderdag mocht ze thuisblijven bij de papa, nog steeds koorts. Niet alarmerend hoog, tussen de 38° en de 39°. Vrijdag in de loop van de dag geen koorts meer. Maar ‘s avonds plots weer 39,2° dus toch maar eens naar de dokter van wacht, om onszelf gerust te stellen. Geen duidelijke oorzaak. De oortjes zoals gewoonlijk wat rood, maar niet echt ontstoken. Misschien toch maar beginnen met antibiotica, zei de dokter.

Nu ja, beginnen met antibiotica op vrijdagavond vond ik geen optie. En op zaterdag geen koorts meer, dus heb het maar gelaten. Zaterdag was ze wel wat hangeriger (wat een woord) dan normaal. Zondag ook, maar toen zag ik waarom: haar hele lijfje (behalve haar beentjes) vol met kleine puntjes. En ze had er duidelijk last van. Jeuk! Zo zielig zeg!

Om toch maar uit te sluiten dat het iets besmettelijk is (het is mijn eerste hé, ik weet niet hoe al die kinderziekten er uit zien) (en mag ze wel naar de crèche morgen?) en omdat ze zo zielig was door de jeuk toch maar weer naar de dokter.

Waarschijnlijk een virale infectie gehad en dat als gevolg daarvan. Nu hebben wij onze buik wel al vol van virale infecties en de gevolgen ervan. Peter was al helemaal ongerust dat het vasculitis zou zijn, maar dat is het dus écht niet. Hopelijk gaat de jeuk nu snel over.