Het is voorbij. De begrafenis. We zagen er allemaal tegenop. In die mate dat dinsdag zelfs een slechtere dag was dan de dag van de begrafenis. Ik had zo’n schrik zelfs dat de bevalling in gang zou schieten dat ik mijn zetel niet durfde uitkomen. Ik ben dan ook maar eens niet naar de gemeenteraad geweest, mijn fractiegenoten begrepen dat wel.
Gisteren wisten we ons gesteund door heel veel mensen. Familie en vrienden. Die soms van heinde en verre kwamen. Die verlof namen, ook al was dat niet altijd evident. We bedanken jullie daarvoor. Jullie steun heeft ons zeker en vast geholpen, heeft het voor ons draaglijker gemaakt. We hebben het gevoel dat we haar een waardig afscheid hebben kunnen geven. En er is een zekere rust over ons gekomen, een hele zware pak is van onze schouders gevallen.
Het is nog wezenloos allemaal. Ik besef dat Elke er niet meer is. Maar wat de concrete impact daarvan is, zullen we pas de komende weken/maanden ten volle beseffen. Geen Elke op babybezoek. Geen zus op de babyborrel. Haar volgende verjaardag. Moederdag, vaderdag, Kerst. Het zullen nog allemaal moeilijke momenten worden. Maar we slaan er ons wel door. We hebben veel goede vrienden en familie waar we kunnen op rekenen.
En nu ga ik me terug proberen opladen. Bijslapen, want dat is er de laatste week niet genoeg van gekomen. Want ik moet binnenkort een baby’tje op de wereld zetten naar het schijnt.
Oh, nog één ding: als jullie nog wat centjes over hebben, zo na de crisis, de feestdagen en Haïti. Jullie kunnen een bijdrage storten ter nagedachtenis van Elke op rekeningnummer 068-2255276-53 ten voordele van “Wonen en werken voor personen met autisme” in Vollezele (De Okkernoot). Die mensen hebben heel veel betekend voor ons en voor Elke.
Hieronder de tekst die Peter geschreven heeft voor mijn zus.
Lieve Elke,
Zowat 14 jaar geleden leerde ik je kennen. Ik was dolverliefd op je zus en ik kwam bij je thuis. Lien had me verteld dat je wel een beetje anders was dan de anderen. Ja, dat bleek zo, maar je had een schattigheid, een ontwapenende eerlijkheid over jou.
Ik herinner me nog hoe we samen aan de keukentafel aten. Jij, je ouders, Pieter, Lien en ik. Hoe je je hand op mijn been legde en in mijn oor fluisterde dat ik het niet mocht zeggen aan Lien. Je zei het wel zo luid dat iedereen het kon horen. Geweldig.
Ik herinner me de zee, de wandelingen, je liefde voor kinderen, je meebrullen met liedjes, je lieve momenten, je driftbuien ook. Ik onthou ook de jarenlange reactie als je iets gezegd werd. “A joe wèt het”, waarna je onbedaarlijk en luidop lachte. En wij herhaalden de “A joe wèt het” en we lachten mee.
Ik heb je in de loop der jaren zien evolueren. Je ziekte, de medicijnen, de instellingen, de behandelingen, het tekende je allemaal en het sleurde je mee. De laatste jaren zagen we je zelden gelukkig, we moeten daar eerlijk in zijn. Wat ging er allemaal om in dat mooie hoofd van jou? Niemand kon het vatten, niemand kon het volgen. In die zin hoop ik dat je nu rust en geluk hebt gevonden. Ik weet niet of er een leven is na het aardse leven, maar ik hoop het voor jou.
Lieve Elke, je vader en je moeder hebben mijn eeuwig respect gewonnen door hoe ze met je omgingen. Ze hebben alles, meer dan alles gedaan om je gelukkig te maken, om je te verzorgen. Voor dat alleen al verdienen ze lof, respect en hopen applaus. Wat zij konden opbrengen voor jou getuigt van een oneindig graag zien, van ouder zijn in de schoonste vorm. Weet dat jij als eiland altijd bent omringd geweest door een meer van liefde.
Lieve Elke, hoe graag had ik gehad dat Jonas, Emelie en Janneke je echt hadden leren kennen. Hoe graag had ik gezien dat je het tweede kind van Lien en mij -dat er elk moment kan zijn- eens kon vasthouden en iets toeprevelen. Het heeft niet mogen zijn. We zullen je vier neven en nichtjes dan maar honderduit vertellen over jou. Wie je was, hoe je was, hoe je ons hebt beroerd en zelfs geïnspireerd. Op die manier zul je nooit verdwijnen.
Lieve Elke, ik ben nog nooit in mijn leven zo ontdaan geweest, zo kapot geweest van iets, zo zonder woorden gevallen, maar zoals het cliché zegt: we moeten erdoor.
Elke, ik zou een arm en een been geven om nog één keer, een uur lang met je te converseren. Op een manier zoals we het nooit hebben kunnen doen. Even alles doorlopen, alles doorpraten en dan eindigen met een geweldige knuffel. Eén keer nog. Weet je, Elke, ik hou dat gesprek te goed. En ik voer het zeker ook met de kindjes, Jonas, Janne, Emelie en Jipke.
En dan hebben we het over die geweldige lachrimpeltjes die je toch had. Over die keer dat je besloot dat je lange haren er af moesten. Knip. Over je liefje dat je had, wat je plots o zo normaal deed lijken. Over je knuffels met mama, over je lange wandelingen met papa.
Lieve Elke, nog één keer “A joe wèt het” zou ik zo koesteren. Mijn laatste beeld van jou is hoe je was op Kerstdag, enkele weken geleden. Een heel mooi moment en ik wil dat als jouw sublieme finale zien.
Elke, één ding nog. Als dat nieuwe kindje wordt geboren, wil je toch heel even zwaaien? En onbedaarlijk lachen. Ik hoop dat je een engelbewaarder kunt zijn voor ons allemaal. Bedankt dat je er was. Bedankt voor hoe je was. En leg nog eens je hand op mijn been, lieve Elke. Doe gerust.