Twee mooie kindjes

Gisteren gingen we drie nieuwe brillen kopen in Kortrijk. Drie? Jawel, een gewone bril voor Peter, een zonnebril voor Peter en een nieuwe zonnebril voor mij. In Kortrijk? Hebben ze in Gent dan geen opticiens? Jawel, maar niet zo’n vriendelijke als die in Kortrijk. Peter gaat er al heel zijn leven en zijn kapper en zijn opticien is hij eeuwig trouw. De kortingen die wij daar ook altijd krijgen, een mens zou er al eens voor omrijden. Enfin, na veel passen hadden we onze brillen. Janne stond ondertussen een beetje te dansen in de winkel. Haar pirouettes op punt stellen en al.

En plots, boem tegen de grond en veel gebrul. En een kindje dat rechtstaat en bloedt. Oeps. Een hoop zakdoekjes tegen de kin en het bloeden stopte al snel. Even checken en besluiten dat een bezoekje aan de witte jas toch wel nodig zou zijn. En dus reden wij maar naar de plaatselijke spoedafdeling. Hoop en al drie kwartier na haar val was het kind gezegend met drie draadjes in haar kin en een mooie plakker. Maar ze was zo flink geweest.

Sien ziet er ook mooi uit. Op onze slaapkamer hebben zich een nest agressieve muggen genesteld. Zo van die soort die ‘s nachts bijna in uw oren komt gezoemd. Geen probleem dacht ik: een hoop citronella in de buurt en het kind inwrijven met een speciale antimuggenspray voor kindjes, dat moet volstaan. Tarara, de muggen zijn van de koppige soort, die trekken zich dat spul niet aan. Sien haar gezichtje vol beten. Ik ook, maar da’s minder erg. Ondertussen hebben we toch maar de klamboe over haar bedje gedrapeerd. Het is er één om aan het plafond te hangen, maar Sien mag nog een paar maandjes bij ons blijven slapen en dus had ik hem daar niet geïnstalleerd. Nu wel dus.

Ondertussen mep ik dag en nacht muggen dood. Ook al hebben ze al gebeten. Ge krijgt dan uw eigen bloed een beetje terug als het ware. Maar ik heb in Humo gelezen dat een volgezogen mug daarna een ei of 100 gaat leggen, dus als ik één volle mug doodklop, zijn dat eigenlijk 100 muggen. Vanwaar die beestjes blijven komen, is trouwens een raadsel want we hebben overal muggenramen en we houden de deuren verder zoveel mogelijk gesloten.

Mijn meisjes, het zijn de twee mooiste meisjes van de wereld, maar momenteel zijn ze toch een beetje toegetakeld. Hopelijk zijn ze snel weer mooier dan ooit tevoren!

Stikhulp gezocht!

Met Kerst kreeg ik van mezelf een pakketje ZsaZsa. Om een draagdoek mee te maken, de enige draagdoek die ik nog niet had en nog wou. Ondertussen kocht ik ook al de noodzakelijke stof. Mijn schoonmoeder, die de doek ging maken, heeft echter een probleempje met de voet en kan haar naaimachine niet bedienen. Mijn nichtje van de camping wil dat ook wel doen, maar die kan pas terug in de winter want nu is het hoogseizoen voor haar. Da’s dus nog wel even wachten. En ik popel om de ZsaZsa te beginnen gebruiken.
Dus nu ben ik op zoek naar iemand die de Zsa Zsa voor mij wil maken. Ik wil daarvoor betalen hoor. In centjes. In gehaakte mutsen. Of in een aperitiefke met bbq hier op mijn dakterras of zo.

En als ge dat niet ziet zitten: zelfgemaakte kleedjes voor de dochters zijn hier ook altijd welkom (ik kan maar proberen hé, bij de meter was dat een groot succes).

Klotedag

Vandaag wordt een klotedag. Sorry dat ik het zo grof zeg, maar zo voelt het gewoon. Het ligt al de hele week op mijn maag.

Mijn pa zou vandaag 65 jaar geworden zijn. We hadden zo graag gehad dat hij 65 geworden zou zijn. En hij had ook graag zijn pensioen gehaald. Nog één keer allemaal samen zijn verjaardag vieren, met een bbq, zoals we meestal deden. Niet dus.

Vorig jaar op zijn verjaardag was ie bij ons. Feestje voor de mensen die onze garage hielpen uitbreken. Wegens geen bbq-weer maakte mijn mama stoverij, mijn papa schilde 5 kilogram patatten voor de frietjes. Dat dat zijn laatste verjaardag werd zeg.

Mijn mama, mijn broer en ik komen toch samen. Alleen thuisblijven is geen optie. En we gaan zelfs de champagne uitdrinken die mijn ma maanden geleden besteld had aan haar zus die in de champagnestreek zat. Niet dat hij zal smaken denk ik, of toch erg zuur.

Het is de tweede keer dit jaar dat we een verjaardag “vieren” van een geliefde die we er liever nog lang bij gehad hadden.

Dus vergeef me, dat ik vandaag een klotedag vind. En dat ik onaanspreekbaar ben. En dat ik een potje ga bleiten.

Ik weet het, het is een triestige bedoening hier hé. Ik kan er ook niet aan doen. Ik had het gelijk ook graag anders gehad. Het wordt wel weer beter.

Proper en groentepap

En toen was Janne plots volledig zindelijk. Ge weet wel: ze was proper op de pipi, maar de kaka ging meestal mis. Ik wou haar dus eerst en vooral proper krijgen op haar grote behoeftes, dat leek me prioritair. Maar plots bleef ze droog tijdens haar middagdutjes en ‘s nachts. Dat zou er nogal op zijn: ‘s nachts proper, maar nog niet voor de kaka’s. Maar op reis viel alles in zijn plooi. Daaag pampers. Allez, toch de nummerkes 4. Met de nummerkes 2 voor Sientje doen we nog eventjes voort.

Sientje die trouwens ook een hele baby geworden is. Ze doet niet liever dan op haar speeltapijt te liggen spelen. Allez, het is te zeggen: ze verkent ook graag de rest van het huis erbij. Niet dat ze kruipt, maar er is toch sprake van enige manier van voortbewegen, vooral dan richting interessante dingen. En neen, dat is niet altijd speelgoed. En alles verhuist meteen naar de mond. Opletten dat ze geen kranten opeet en al. En dat Janne geen kleine prulletjes laat slingeren.
We zijn nu ook begonnen met groentenpap. Niet met volledige goesting, maar ja, ik kan dat kind niet groot krijgen op borstvoeding alleen hé. Spijtig, want die borstvoeding, dat is dus heel handig hé, zeker als ge op reis gaat. Geen gedoe met flesjes en potjes warmen en al. Maar Sien eet al goed groentenpap. Binnenkort volgen er wel de verplichte foto’s. En dan volgen er ook nog wel wat reisfoto’s!

Vlucht uit de realiteit

Net terug van een weekje Frankrijk. Jaja, je leest het goed: de dag na de begrafenis van mijn vader ben ik op reis vertrokken. Dat zat zo: vorig jaar begin oktober boekten we met een aantal vrienden een huisje in het zuiden van Frankrijk. In oktober als in: Sien nog lang niet geboren, mijn vader en mijn zus nog kerngezond. Het spreekt voor zich dat ik dat reisje niet geboekt zou hebben als ik geweten had wat ik nu wist.

Begin juni, toen de toestand van mijn pa ferm achteruit ging, hebben we aan de vrienden gezegd dat we niet mee gingen op reis omdat mijn pa te ziek was. Reis geannuleerd, maar we konden nog altijd veranderen van gedacht want de vrienden wilden geen reservekoppel mee. En toen ging het plots snel, heel snel. En werd mijn pa begraven de dag voordat we zouden vertrekken. We zijn dan toch maar gegaan. Ik vond het vooral sneu voor mijn ma, maar die zou de eerste week nog wel veel steun krijgen. En van haar mochten we vertrekken. Al is ze nu zo blij dat we terug zijn. En eerlijk gezegd, ik ook. Het leek echt gewoon een vlucht uit de realiteit.

Nog enkele bedenkingen over de begrafenis.

  • Het was vreemd, zo de dag erna vertrekken. Net zoals het bij Elke vreemd was om de dag erna uitgerekend te zijn.
  • Er was weer veel volk op de begrafenis. En dat geeft zoveel steun. Bedankt voor jullie aanwezigheid allemaal. En voor iedereen in de kerk was er wellicht nog iemand die veel spijt had dat hij niet kon komen en die aan ons dacht. Bekenden en onbekenden.
  • Ik heb mijn tekst kunnen voorlezen. Ik wou dat mijn pa nog één keer trots was op mij. Ik denk niet dat ik ooit een tekst voorgelezen heb die meer gemeend was, die zo vol gevoelens lag. Ik denk dat mijn pa trots is op mij, en op Pieter en Peter ook, want zij hebben dat ook straf gedaan.
  • Zo koud als het bij Elke was, zo warm was het bij pa. Twee keer bijna moeten vluchten: eerst van de koude, dan van de hitte.
  • Heel vaak gedacht: “Allez, zie mij hier nu staan, ik sta hier nu weer.” Ik wil daar de komende jaren niet meer staan, niet meer op de eerste rij achter een kist lopen.
  • Het was heel erg vreemd om de urne van Elke terug te zien staan. Hopelijk moet dat keldertje nu lang niet meer geopend worden. Brrr. Ik wil mijn mama nog lang bij ons houden!

De tekst van Peter

Ook Peter las opnieuw een tekst in de kerk. De moeilijkste die hij ooit schreef.

Goede vrienden,

Ik wil eerst en vooral -namens de familie- iedereen bedanken die hier aanwezig is. Het is een zeer grote troost te beseffen dat in tijden van diepe ellende zoveel mensen meevoelen. Ik wil ook iedereen bedanken die hier niet kon zijn, maar met ons meeleeft. Ik wil zeker ook alle goede zielen bedanken die Raf de voorbije maanden hebben bezocht, die met hem hebben gepraat en die hem hebben gesteund. In zijn gevecht met zijn ziekte stond Raf niet alleen, maar je ziet, zelfs met het grootste leger kun je bepaalde vijanden nooit aan.

Raf,

Ik richt me tot jou, in de al dan niet ijdele hoop dat je dit hoort, dat je meeluistert met die typische schalkse blik van je. Mijn woorden zijn geschreven met een goed glas witte wijn erbij, de compagnon van veel van onze gesprekken. Urenlang hebben wij gepraat: over het leven, over de wereld, over het goede en het slechte van de mensen, over politiek, over de Kerk als instituut, over de pausen in het bijzonder, over onze naasten en over je o zo dierbare kleinkinderen.

Ik mis die gesprekken nu al. Wat zou ik zo graag nog één keer met jou aan een tafel zitten, het glas bij ons, in de lavende luwte van het vallende avondrood, barok en lyrisch uithalen, je hield er zo van. En maar declameren: non bis idem, vanitas vanitatum omnia vanitas est, een reus op lemen voeten, sic transit gloria mundi, we hebben alle hoge woorden erdoor gejaagd. En altijd weer schaterden we, overtuigd van ons gelijk, bewust van onze band, strijders tegen de ondergang van het avondland. Je was mijn schoonvader, ja, maar meer dan dat. Veel meer.

Meer dan veertien jaar geleden zag ik je voor het eerst. Lien gaf een fuifje en jij kwam ons halen in Gent, aan Liens kot. Je keek eens door de achteruitkijkspiegel, je priemde met je ogen en je vroeg: “Zoe da keun dak een moendje westvlams woare?” Ik was even sprakeloos, en je weet dat me dat niet veel overkomt en ik zei “Bajoat nji”. Het ijs was gebroken, voor altijd. Van dan af ben je altijd warm, open en vertrouwelijk geweest tegenover mij. Ging je niet akkoord met mijn Sturm und Drang, met mijn ambities of met mijn soms impulsieve beslissingen, dan liet je dat fijntjes vallen. En vooral, je bood alternatieven. Zo was je. Niet gratuit contra, neen, recht door zee, wars van conventies en uiterlijkheden, je hebt me deels gevormd in hoe je best in het leven staat. Een beetje dissident zijn vond je oké, je was dat zelf, maar je leerde me dat een rustige aanpak werkt, dat je altijd je hand moeten kunnen reiken naar het compromis. Da’s iets anders.

Anders was ook Elke. Ze is ons ontvallen goed vijf maanden geleden. Te vroeg, net als jij. Het wijst erop hoe onterecht alles soms loopt. Waarom gaan altijd de verkeerde mensen dood? De dood van Elke heeft je de definitieve slag gegeven, jij die onmetelijk veel hebt gedaan voor onze zus. Je overleefde al nipt oudejaar, maar dat onheil van Elke was er te veel aan. Het beest woekerde, een ongelijke strijd, een gevecht tegen een te sterke tegenstrever.

Wij wisten al snel hoe erg je er aan toe was, jij had het later ook door en van dan af heb je je nog een groter mens getoond. Je bleef optimistisch, wonderlijk vrolijk, jijzelf troostte je omgeving. Mensen van de palliatieve verzorging noemden je een vrolijke stervende, jij gaf die mensen moed om voort te doen, om ander behoeftigen te helpen. Je was de Samaritaan van jouw tijd.

Altijd weer. Als iemand je beviel, hielp je met hand- en spandiensten. Het huis van Lien en mij ademt jou. Zowat overal had je letterlijk een hand in, ik kan geen drie stappen zetten of ik zie werk van jou. Een totaalkunstwerk op zich. Ik ben blij dat je het resultaat van een eerste eigen project hebt kunnen zien. Ons terras. Je hebt het nog mee ingewijd, enkele dagen voor je dood. Met een glas bubbels. Het smaakte niet meer, maar je zat er nog een laatste keer piekfijn bij, de duim omhoog, de goedkeurende lach om je mond, Sientje op jou, vrienden van ons er bij, je had dat zo graag . Mooi dat dat ons nog is gegund.

De dagen daarna heb je je leven afgewerkt. Je kinderen en kleinkinderen nog gezien, Marjan en ikzelf ook, Jeannine erbij die je wonderlijk heeft verzorgd en bijgestaan, de voor jou zo belangrijke foto met al je broers en zussen gemaakt, vrienden gesproken en dan was het genoeg voor jou. Je bent stilletjes weggeglipt, met een t-shirt naast je. Met daarop de namen van je vier kleinkinderen, je zotte konijnen, je bent erin opgebaard, je hebt je kleinkinderen meegenomen, op textiel, maar in je hart.

Raf, we gaan niet zwartgallig doen, dat wil jij niet, je was een té vrolijke mens. Prominent, opvallend soms, lachggraag en extreem sociaal. Gezegend ook nog met een goeie zangstem, “De Welgezinden”verliezen een sterkhouder. We doen voort, wij vijven. Om je kleinkinderen te vertellen hoe en wie je was want zij zullen weinig of niets herinneren van je. Maar we zullen hen je leren kennen, in woord en daad. En we gaan Jeannine steunen zoveel als mogelijk want we willen haar er nog heel lang bij.

Raf, je behoort tot mijn select kransje van helden, en helden neem ik altijd mee in mijn hoofd. Ik had hier liever niet gestaan, of toch maar veel later. Maar het leven slaat en mept en heel soms zalft en heelt het. Met die zalf smeren we ons door het leven nu. En ooit zul je trots blinken, waar dan ook, omdat Jonas, Emelie, Janne en Sien er zijn geraakt. Laat dat onze missie zijn.

Raf, bedankt voor wie je was. Stap nu maar met Elke door jouw tuin van rust. En kijk af en toe nog eens achterom. Wij zwaaien wel, naar die goeie man, pa, schoonpa en opa. Mensen als jij verdienen gewoonweg heel veel applaus. Tot later, lieve Raf.

De brief van Pieter aan zijn vader

Ook mijn broer las opnieuw een tekst voor.

Mijnen besten papa, pa, opa, moat

Toen wij nog kinderen waren, en er kwamen vriendjes op bezoek deed jij altijd hun wenkbrauwen fronsen, met rare uitspraken, waarna onze vriendjes vroegen toen jij dan weg was “was die nu kwaad” maar wij zeiden dan dat je aan het grappen was. Ook voor ieder van ons had je een koosnaampje, ma was uw nientje Pieter was uw jongentje en Lien was uw kleintje.

Hoe jij met kinderen om kon gaan was fenomenaal! Paardje rijden met 1 of 2 kleinkinderen op je rug was geen probleem. De wasmand, en de kruiwagen waren middelen om je kleinkinderen te doen schateren van plezier. Toen we eventjes op bezoek kwamen bij opa en oma, en eigenlijk niet veel tijd hadden, was je gaan wandelen met je kleinkinderen tot helemaal naar de windmolen, en toen moesten we je zoeken… Jij bent zelfs met Jonas voor de eerste en ook enige keer in zijn piepjonge leventje met de trein weggeweest wat een avontuur was dat voor hem! Kortom jij deed alles om het je kleinkinderen zo aangenaam mogelijk te maken.
Ook op het einde toen je al ziek was en geen krachten meer had om die grote bengels vast te pakken, speelde je met Sientje, en ging op en neer met je ziekenhuisbed met Jonas erop.

Op één avond in de week vonden we jou nooit thuis, de vrijdagavond. Jij noemde dat jou “jour de sortie”. Meer of 30 jaar ben je trouw en met vol overgave naar “De Welgezinden” getrokken. Hoewel ze in de beginjaren er niet in geloofden dat nen West-Vlaming zijn gading zou vinden in die speciale bende die “De Welgezinden” toen waren en nog zijn. Ik ben ook nen specialen zei je toen.

Al wie zijn gedacht doet gaat een jaar langer leven zei je altijd. Jij hebt dat wel altijd gedaan hé. Toen de dokter vertelde dat je niet zo lang meer te leven had, ben je beginnen iedereen op te bellen, het slechte nieuws te vertellen, en daar ondertussen grapjes over te maken. Niet jij moest opgebeurd worden, maar jij beurde de mensen rondom jou op, dat was jou stijl, jou manier van reageren.
Jou laatste zondag van je leven zijn we nog met het 3-geslacht gaan eten in “den Dennebos”. Jouw lievelingsrestaurantje. En een restaurantje met een grote nostalgische waarde voor ons. Dit etentje zal ik nooit vergeten.

Papa, jij hebt al veel mensen moeten afgeven die je echt doodgaarne zag, zo herinneren wij ons Wouter, Oma, meme,..Jij had het daar altijd maanden moeilijk mee.
Onlangs verloor je ook nog je eigen dochter en onze zus Elke. Wat jij in je leven niet allemaal gedaan hebt voor Elke…. Geen instelling of kliniek was te ver voor jou om haar wekelijks te gaan halen of te brengen. Geen straat of pad in Eeklo en omstreken is niet bewandeld geweest door jullie beidjes. Om dan na die lange wandelingen eventjes te gaan uitblazen op een of ander terrasje, waar iedereen jullie kende. Dit verlies was ontzettend zwaar voor jou.

Pa, wat wij ook nog het meeste gaan missen zijn die “onverwachte bezoekjes” van jou. Plots stond je voor de deur, ten pas en ten onpas zoals ze zeggen. Je liet ons doen waar we mee bezig waren of hielp rap nog eventjes mee, tot we telefoon kregen van ons ma met de vraag zit die daar nog?

Onze liefste pa, opa, moat, wij gaan jou zo hard missen om wie je was, wat je deed. Wij gaan honderuit vertellen aan Jonas, Janne, Emelie en Sien over hun opa zodat ze weten wie je was. Uitspraken die je deed zoals luusterd ne keer hiere, tenslotte uiteindelijk, enz zullen wij verder gebruiken, en doorgeven aan onze kinderen, maar vooral jou enthousiasme, jou levenslust zullen wij proberen te evenaren.

Pa, wandel nu maar terug met Elke, rust af en toe, en waak over ons, zoals jij als vader en opa altijd over ons gewaakt hebt.

Het rouwprentje

Liefste pa,

Je bent er niet meer, maar onze huizen ademen jou. Overal heb je je stempel gezet, heb je ons geholpen. Je was een klusser. Iemand kunnen helpen, was je grootste plezier. We mochten je alles vragen, niets was je te veel, geen vraag te gek.

Voor mama was je troetelnaam “Nientje” en ze zorgde voor jou tot de laatste snik. Pieter bleef uw “jongentje”, met hem deelde je al je geheimpjes. En Lien, je kleine meisje, je deed niets liever dan haar wat te plagen.

Over ons Elke sprak je nog elke dag. Urenlange wandelingen heb je met haar gemaakt. Haar plotse dood heeft je helemaal gekraakt, waarschijnlijk voor het eerst in je leven.

Je kleinkindjes waren je grootste liefde. Je genoot van elk van hen. Jonas, je petekind. Janne en Emelie, je zotte konijnen. En Sien, opa’s kleinste. Het was het enige kleinkindje dat je fysiek nog aankon, urenlang keek je naar haar en speelde je met haar. Het is zo jammer dat de kleinkinderen zo weinig van hun opa zullen herinneren. Maar we zullen hen vertellen over jou. Ook Marjan en Peter zullen dat doen, zij kennen je ook goed genoeg, ze mochten delen in je warmte.

Je filosofische uitspraken, Latijnse wijsheden en rare grapjes deden anderen soms vreemd opkijken. Maar je was een volks man, een buurtmens ook, je stapte overal eens binnen voor een praatje of om je hulp aan te bieden. Je was onvoorwaardelijk trouw: als je je woord gegeven had, hield je je daaraan.

En je was ook een familiemens. Zo blij dat je was dat je je broers en zussen nog één keer kon herenigen om de foto uit je kinderjaren opnieuw te maken. Tien op een rij, je laatste wens.
Maar de vrijdagavond, die was voor jezelf. Dan ging je naar “De Welgezinden”, het koor waar je zo lang en zo graag in zong. Zingen was je passie, al waren de uurtjes na de repetities minstens even leuk.

Ziek zijn, het ging je niet af, hoe je het ook probeerde te verstoppen. Je was niet meer die sterke beer, kon niet meer doen wat je wou, je kon vooral niet meer met de kindjes spelen. Maar klagen stond niet in je woordenboek. En zelfs toen de dokter zei dat je niet lang meer te leven had, bleef je je eigen positieve zelf. Je was dankbaar bij elk bezoekje en het was zélfs jij die de anderen nog moed gaf.
Nu is het voorbij. We moeten verder zonder jou. In alle rust leggen we je in Gods hand. Na Elke is dat ons tweede grote verlies in vijf maanden tijd. Het wordt moeilijk. Maar we proberen je optimisme over te nemen. En met veel liefde naar de toekomst te kijken.

Bedankt voor alles. Drie zoenen.

Mama, Pieter en Lien

01

Nog een woordje voor mijn vader

Bij Elke heb ik het niet gedurfd, iets voorlezen in de kerk. Ik was bang dat ik het niet ging aankunnen. Maar ik voelde me sterk tijdens de mis, en ik had er spijt van dat ik niets gezegd heb. Bij mijn pa ga ik het wel proberen. Ik heb deze tekst geschreven voor hem die ik straks in de begrafenis ga voorlezen.

Papa,

Toen we klein waren maakte je ons vanalles wijs. Zo zeiden we H2O tegen water. En Aqua Borrelata was Latijn voor bruiswater. En gingen we altijd aan onze vriendjes vertellen over aqua borrelata en zo voelden wij ons heel erg slim. Nog steeds heb ik de neiging om mijn voeten op te heffen als we door een tunnel rijden, anders zouden onze voeten nat worden. Dat is vooral gevaarlijk als ik zelf aan de pedalen zit. En jarenlang heb ik geloofd dat de kip die je in stukken aan het snijden was voor in de vol-au-vent nog leefde. Je imitatie van een kakelende kip was blijkbaar zeer treffend. Vooral dat verhaal vond je fantastisch: je hebt het aan iedereen verteld, ja, vaak tot vervelens toe. Maar oh, wat zal ik het missen, dat je niet steeds opnieuw dat verhaaltje vertelt aan iedereen.

Je dood is zo anders dan die van Elke: die was zo abrupt, zo plots van ons weggerukt. Bij jou wisten we al een tijdje dat je moest gaan. Niet dat dat het gemakkelijker maakte: we hebben moeilijke gesprekken gevoerd. Weken, maanden hebben we afscheid genomen. Iedere keer dat je met Janne naar de kippen ging genoot ik daarvan maar dacht ik: het is misschien de laatste keer. Dat maakte het zwaar. Maar tegelijkertijd is het wel goed, dat we afscheid hebben kunnen nemen. De grote dingen zijn gezegd. Jouw laatste bezoekje aan ons dakterras was me zoveel waard.

Maar oh, wat zal ik je zo missen. In de kleine en de grote dingen. Zoals deze week, toen ik de Soubry-puntjes terugvond in de keuken die ik voor je spaarde. Of als ik in de gemeenteraad zit en besef dat je nooit meer supertrots in de banken zal komen zitten. Of als ik een grijze man op een fiets zie rijden, en denk dat ik jou zie rijden. Of als ik bedenk dat je me nooit meer zal bellen, om dan iets onnozel te vertellen. Gevolgd door jouw typische lachje. Ik ben zo bang dat ik jouw stem ga vergeten, jouw lach, jouw manier van doen. Ik probeer het keihard op te slaan in mijn geheugen.

Wat een vreemde, onwezenlijke gedachte, dat ik nooit meer iets ga kunnen vertellen aan jou. Over Peter zijn onhandigheid. Over de kindjes, wat ze allemaal uitspoken. Wat een vreemde, onwezenlijke gedachte, dat ik nooit meer iets ga kunnen vragen aan jou. Advies over hoe ik iets moet aanpakken. Of een klusje. Ik zal mijn kadertjes nu zelf mogen ophangen. En zelf behangen. Maar ik heb het je zo vaak zien doen, zo vaak mogen helpen, dat moet me wel lukken.

Er waren nog zoveel dingen die ik met je wou doen: dat Middeleeuwse ontbijt in de Gentse Feesten dat ik je vorig jaar beloofd had, maar dat toen niet kon doorgaan. Lange wandelingen door Gent, steeds nieuwe dingen ontdekkend, zoals we vroeger deden. BBQ’en op je verjaardag tot je 100 was. De kindjes zien opgroeien, spelen met de kindjes. Het kan nu allemaal niet meer.

We zullen tijd nodig hebben om het grote verlies dat we dit jaar al geleden hebben te verwerken. Eerst Elke, nu jij. Er zullen nog veel tranen vloeien wellicht. Maar ik zal altijd denken aan wat je zei: “Ge moet niet bleiten voor mij”. We doen ons best: op de avond van jouw dood hebben we al een glas gedronken op je gezondheid. Dat zou je zelf heel grappig gevonden hebben, je zou mee getoost hebben. We zullen verder gaan, met jouw positivisme. Kijken naar de toekomst, jouw kleinkindjes, jouw oogappels. Blij zijn met de kleine dingen des levens. En proberen te genieten, iedere dag opnieuw.

Tot ziens, papa. En doe de groeten aan Elke.