Over de voorbije week

Dat het goed was dat ik aan de vooravond van het hele gebeuren een hele toffe avond had, met 5 héle toffe mensen. Dat me dat de nodige energie gegeven heeft. Maar dat het ook goed was dat ik toen voor het slapengaan een half litertje Isostar binnen gegoten had. Of ik stond met bonzende hoofdpijn en een kater op de spoedafdeling.

Dat het ellendig is, zo afscheid nemen voor een operatie. Omdat ge weet dat het de laatste keer kan zijn dat ge tegen uw moeder spreekt. Want dat de situatie wel heel ernstig is. Wat zegt ge dan op zo’n moment? Maar dat ge haar tegelijkertijd ook wel wat moed wilt inspreken. Niet gemakkelijk. Understatement van het jaar.

Dat de dokter verschoot dat ik het woord “septische shock” kende. Of ik in het vak zat? Nope, maar we kenden dus al iemand die het gehad had. Ik kreeg wel vaker de vraag of ik in de sector zat. Waarop ik gewoon moest toegeven dat ik teveel ziekenhuisseries kijk. Maar dat ik helaas geen McDreamy gezien heb in het ziekenhuis. Dju toch.

Dat Peter en ik zondagavond een hele avond zwijgend naast elkaar gezeten hebben. Want dat de dokters ons op het ergste voorbereid hadden. Ze hadden er zelf geen goed oog op, ze hadden de hoop bijna opgegeven. Dat ik maandag opstond met het idee dat dit wel eens de dag kon zijn dat ik geen ouders meer zou hebben. En dat ik dus besef dat er een half mirakel gebeurd is dat dat niet gebeurd is.

Dat we die maandagmiddag terug een sprankeltje hoop kregen, terwijl op hetzelfde moment in het bed naast mijn ma een veel te jonge vrouw lag met veel te jonge kinderen die het helaas niet gehaald heeft. En dat ge uzelf dan een dikke gelukzak vindt.

Maar dat het eigenlijk zwaar overdreven is, zoveel miserie dat wij nu al gehad hebben het laatste anderhalf jaar. Bijna lachwekkend zelfs hoeveel. Als het niet allemaal zo intriest zou zijn natuurlijk. Serieus, als dat uw favoriete personage in uw favoriete soap zou overkomen zoudt ge dat toch zwaar overdreven vinden van de scenaristen?

Dat er ook grappige anecdotes zijn: dat ze aan de vooravond van operatie drie de slaapmedicatie aan het verminderen waren en dat mijn broer en ik aan het lachen waren met haar favoriete soap “Mooi en Meedogenloos”. En dat ze plots een beetje bewoog met haar lippen en oogleden en dat haar bloeddruk ferm naar omhoog ging dan.

Dat ik er zwaar van overtuigd ben dat ze in een ander ziekenhuis dan het UZ het niet gehaald zou hebben.

Dat ze nu misschien wel wakker is, maar dat het heel moeilijk is om haar te zien. Ze ziet af en ze kan niet communiceren. Vreselijk moet dat zijn.

Dat ik haar mis. Dat ik normaal gezien om de paar dagen bel naar mijn mama, om haar vanalles te vertellen, de stomste dingen eerst. Over de kinderen, over het werk, over vanalles. Deze week al een paar keer gedacht: “Ik moet dan eens naar mijn ma bellen”. En datzelfde aan een ziekenhuisbed vertellen, zonder weerwoord, dat is het toch niet.

Dat ik me nu afvraag of we deze week heel veel pech gehad hebben, of net heel veel geluk. Ik hou het gewoon op dat laatste. Maar dat ik toch denk dat het nu het moment is dat het allemaal eens mag gaan keren. Dat ik eens ongelooflijk veel sjans ga hebben. Dat ik de Lotto ga winnen of zo. Kweetniet.

De toestand

Is nog steeds kritiek maar stabiel nu en de vooruitzichten zijn positief nu. Dikke oef.

Vanmiddag:
Uiterlijk zie je nog niet zo heel veel verschil: ze slaapt nog altijd, ze ligt nog altijd aan de beademing en ze ligt nog steeds aan pakt 100 medicijnen vast. Maar toch. De medicatie om de bloeddruk op peil te houden zijn afgebouwd. De slaapmedicatie wordt ook langzaam afgebouwd zodat ze in de komende uren of dagen weer zelf kan gaan ademen en langzaam wakker worden. Af en toe geeft ze al een teken van bewustzijn. Zo waren we eerder deze week aan het lachen met haar favoriete soap “Mooi en meedogenloos” en toen knipperde ze met haar oogleden en bewoog ze met haar lippen.

Vanavond:
Slaapmedicatie volledig afgebouwd en toen we wat tegen haar aan het praten waren deed ze haar ogen open. Ik kan u verzekeren dat dat een bijzonder moment was! Ze reageerde ook op een aantal vragen. En ze kende ons nog, oef :-)

Niet dat alles nu OK is. De kritieke toestand blijft nog wel eventjes en er zijn nog een aantal dingen die voor wat ongerustheid zorgen en die onderzocht moeten worden. Maar toch. Langzaamaan. Iedere dag een paar kleine stapjes. En we komen er wel. Dat hopen we. Dat moet gewoon!

Het houdt maar niet op

Ik kan het me nog zo goed herinneren, die avond. Die avond dat Sandra, Michel en de drie oudste kinderen op ons dakterras zaten. Anna lag in het UZ, in kritieke toestand, met een zware septische shock. Doodsbang waren ze. Een beetje verslagen. Hopen maar niet zo goed durven. Wij probeerden een luisterend oor te bieden, wat konden we meer doen? Het is goed gekomen met Anna, gelukkig maar.

Momenteel ervaren wij zelf hoe het is. Zaterdagmorgen kreeg mijn mama zware buikpijn. Ze belde me een paar keer en ik was heel bezorgd. Na de middag ging ze met haar zus naar de kliniek in Eeklo. Na een scan bleek dat er een obstructie was in haar darmen. De dokter durfde er niet aan te beginnen, hij was nog “maar” 15 jaar chirurg, zei hij. Ondertussen waren mijn broer en ik ook aangekomen. Mijn mama naar het UZ, wij mee. Zaterdagavond is ze er geopereerd, waarna ze in een zware septische shock is gegaan. Ze is heel kritiek en gisteren was ze ook zeer onstabiel. Vanmorgen ging ze een tweede keer onder het mes, woensdag volgt een derde keer. En ondertussen proberen ze met een hele batterij medicijnen de septische shock te onderdrukken. Ze wordt beademd en in een kunstmatige coma gehouden. Ondertussen lijkt het een klein beetje de goede richting uit te gaan: de tweede operatie was OK en haar algemene toestand lijkt lichtjes te verbeteren. Maar het blijft heel kritiek allemaal.

Maar voor ons is het bang afwachten. Zaterdag namen we heel kort afscheid, alweer. Hopelijk was het geen definitief afscheid. Dat hebben we hier al te veel moeten doen. En neen, dat went niet, nooit. Komaan, mama!

Medicijnen...

Bedankt aan alle mensen die al hun steun betuigd hebben… Is hartverwarmend!

Avignon, nog eens

We zijn dus op reis geweest. Met dezelfde mensen van vorig jaar naar hetzelfde huis. Een groot, praktisch huis, in de buurt van Avignon. Dus gingen we opnieuw met de trein. Deze keer gingen er maar twee mannen met de auto met al het gerief, dus hadden we een extra man (zijnde de mijne) mee op de trein.
We moesten een beetje wachten op de trein naar Brussel, en dat zorgde meteen voor de nodige stress. Maar ik trok ondertussen deze leuke foto en dat maakt veel goed!

Wachten op de trein

Alle meisjes droegen een uilenrokje, en dat bleek dus zeer goed te zijn voor de herkenbaarheid. De trein viel beter mee dan vorig jaar trouwens. Geen krijsende kindjes. En Sien kon nog een dutje doen in de maxicosi van Tati. Kleine kindjes zijn zoooo handig! En vijf uurtjes later stonden we in Avignon. In de regen. De volgende morgen ook nog regen, dus alweer een beetje zenuwen, we hadden wel wat binnenspeelgoed mee, maar toch niet voor een hele week. Edoch, tegen de middag scheen de zon, en dat voor de rest van de week.

Het was een leuke reis. Relaxed. Leuke kindjes. Met lekker eten. En veel eten. En ik heb zelfs twee uitstappen gedaan dit jaar!
De mannen speelden een beetje petanque. De mijne verloor.

picplz_upload

De kindertjes speelden op de trampoline, de schommel, of zwommen (nou ja) een beetje in het zwembad.
Durfal Sientje op de schommel. Niet voor gevoelige zieltjes!

Er was ook bezoek van vriendjes die een jaar in de streek verblijven. En er was ook één en ander te doen over de dreads van Evelien. To be continued.

Vaderdag zonder vader

De eerste vaderdag zonder mijn vader.

Vaderdag zal nooit meer hetzelfde zijn zonder mijn vader. Ook al ga ik natuurlijk wel de vader van mijn twee prachtige dochters eren dan. Maar dit jaar is het toch vooral herinneringen, denken aan die laatste emotionele vaderdag.

We wisten dat hij niet lang meer zou leven. Hij lag in de kliniek op dat moment. Ik wou nog iets geven, maar wat geef je eigenlijk aan iemand die nooit veel om cadeaus gaf en die bovendien terminaal was?

Ik maakte een t-shirtje voor Sien met daarop de tekst “Sien, Opa’s kleinste”. Hij was er meer dan dol op. Ik moest een foto nemen met zijn GSM en dat liet hij dan aan alle bezoekers en verpleegsters zien.

En ik gaf hem een lange brief. De moeilijkste brief die ik ooit in mijn leven geschreven heb. Vol herinneringen aan hem, aan dingen die we samen deden. En ik beloofde hem dat we goed voor elkaar gingen zorgen en dat we de herinnering aan hem levendig zouden houden. Wat we uiteraard doen. En we missen hem zo.

Familieportret

Deze foto is vorig jaar genomen op vaderdag. Niet de beste foto, maar ik koester hem, want het is de laatste foto die er van mij en mijn vader samen bestaat.

Meisjes zijn toch rustiger

Zeggen ze dan. Nou ja. Ik weet het zo niet. In die van mij, daar zit best toch wel pit in!

Ze kunnen heel mooi samen spelen. Of samen apart spelen. De living verandert dan al snel in een chaos, maar hé, zoals Elz schreef op Facebook: Ode aan de brave kindjes-chaos!

Mijn dochters kunnen heel mooi (samen) spelen. De rommel die ze maken neem ik er dan graag bij!

Maar dan gaat het er ook soms wel eens wat wilder toe. Vorige week ontdekten ze een nieuwe sport met hun zeteltje.

En ja, ze mogen dat van mij. Good parenting? Zolang ze niks kapot maken en er geen gevaar dreigt, mogen ze hier nogal ravotten ja.

Enige kinderen (zoals Peter) of mensen met een rustige broer of zo (Lies) kijken daar nogal eens van op. Sien moet soms nogal wat doorstaan met grote zus Janne. Dat begon al toen ze nog in de babysitter zat en Janne -lief bedoeld maar toch ietwat hardhandig- aan de babysitter schudde. Nu kan Janne Sien opheffen, dus draagt ze Sien de kamer rond, zet ze haar in de zetel, op een fietsje, … En neen, dat mag niet van ons, Janne heeft haar krachten nog niet onder controle, dus kan ze Sien pijn doen. Maar Sien, die vindt het allemaal best oké en moet er meestal zelfs heel hard om lachen.

Maar ik, ik ben ravottend groot geworden. Met een grotere broer en zus die ook geen doetjes waren. Ik vroeg het onlangs eens aan mijn ma, : “Ma, ik heb vroeger, als jongste van drie, ook nogal afgezien zeker?”. Waarop mijn moeder iets antwoordde als dat ze meerdere keren voor mijn leven gevreesd heeft. Ik herinner me vechtpartijen, soms om te spelen, soms al wat meer gemeend. Waar ik uiteraard niet opkon tegen mijn broer (hij deed judo en was een jaar ouder). En ik dus maar gewoon aan zijn haar trok, zo kon ik ook eens winnen. Ha!

Maar, ik kan u allemaal verzekeren, ik heb daar géén trauma van opgelopen. Integendeel!