Het is waar, de tijd dat ik tien dagen vakantie nam om tien dagen te feesten, ligt al een tijd achter mij. Om zes uur ‘s morgens in bed, opstaan ergens een gat in de middag om tegen de avond weer naar de Gentse Feesten te gaan. Ik heb het gedaan. Na tien dagen was ik de sleur van het uitgaan beu en was ik blij dat ze gedaan waren.
Nu moet ik vakantie nemen omdat crèche en opvang gesloten zijn. Geen probleem voor mij, ik heb de luxe van schandalig dicht bij de Feestenzone te wonen zonder overlast te hebben. Dus ik ga wanneer ik wil, na het dutje van Sien. Een beetje rondstruinen, zien waar je uitkomt, genieten van onverwacht spektakel: leuk vind ik dat. Maar nu is er geen fun aan. Een mens moet altijd voorbereid zijn op regen. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel regen.
‘s Avonds ga ik ook nog wel eens, als ik opvang heb voor de kindjes. Zoals woensdagavond, de vooravond van de Nationale feestdag. Normaal kan je dan over de koppen lopen. Nu konden we zomaar overal door, we moesten zelfs nauwelijks slalommen.
Andere jaren ergerde ik me wel eens aan de massa, aan het teveel volk. Nu bloedt mijn hart. Veel te weinig volk. Niet goed voor de organisatoren. Niet goed voor de stad. Tien dagen regen, daar is niemand tegen gewapend, het zal zware gevolgen hebben voor de Feesten.
Het enige voordeel is dat de Feesten voor één keer weer echt van de Gentenaars lijken te zijn. Ze bekijken de hemel en komen buiten zodra het droog is. Maar toch, dat is niet genoeg.
Straks gaan we naar Pierke. Ik deed dat als kind en vond dat heel erg tof. Hopelijk de dochters ook. Vanavond gaan de kindjes nog eens op logement en zetten we nog eens een stapje op de Feesten. Hopelijk met ons véééél ander volk.
Kom mensen, trotseer de regen, en kom toch eens naar de Feesten!