Als de ziele luistert

Ik zie het nog zo voor me. Ik had een rokje aan en zwarte schoentjes. Ik weet dat goed van die schoentjes, want ik was nog wat schuchter, en dan kijkt ge veel naar uw schoentjes. Ik was 6 jaar en ik ging voor het eerst naar het koor. Mijn pa zat in een koor en ik wou ook naar het koor. En dus bracht mijn papa me op een zondagmorgen naar het kinderkoor, daar in de winterkapel. Ik was nog een beetje op het jongste af, maar ik mocht het proberen. En ik was vertrokken, tot mijn achttiende. Eerst alleen, later met mijn zus. Opgegroeid tussen de koren.

Mijn pa, die zat in een mannenkoor, “De Welgezinden”. Zijn vaste afspraak op vrijdagavond. Er moest al veel gebeuren voor hij daar niet naar toe ging. Het waren zijn maten. “De Welgezinden”, ik ken ze al lang. Soms deden we al eens een concert samen, en leutig dat we dat vonden. “”De Welgezinden, er zijn wat onenigheden geweest waardoor het koor wat afgeslankt is, maar voor de rest is er niet veel veranderd, het zijn allemaal dezelfde mannen gebleven. Mannen, want vrouwen, dat was onmogelijk voor hen. Ondertussen zijn “De Welgezinden” dus een bende krasse knarren. Ik overdrijf niet als ik dat zeg, ze zijn nog met een stuk of 20 waarvan er 2 niet gepensioneerd zijn. Grijze, kalende hoofden. Maar ze zingen nog altijd met veel plezier.

Om de paar jaar geven ze wel eens een groter concert. Het laatste was drie jaar geleden, ik schreef er toen ook over. Waar mijn pa reageerde dat hij al van 1980 lid was van het koor (raar is dat, die reacties van mijn pa op mijn blog terug lezen). Nu was er dus weer een concert. Mijn ma ging gaan, en ik zei meteen dat ik mee zou gaan. Gisteren drong het pas echt tot me door. Een concert van “De Welgezinden”, zonder mijn pa. En ik hield het al niet meer droog. Kent ge dat? Dat ge u afvraagt waarom ge iets doet, waarom ge uzelf dat aandoet? Maar ge wéét anderzijds ook dat ge het moet doen.

Het concert. Ik dacht aan hoe mijn vader daar anders stond. Op de tweede rij, altijd een beetje weggestoken. Maar als hij mij zag, dan wipte hij een beetje omhoog, ging ie op zijn tenen staan. En dan trok hij een oogske naar mij. Wel honderd keer heb ik dat gezien, gisterenavond. Hij was altijd een beetje zenuwachtig voor het concert. En altijd hypertrots erna. En als hij zong, konden wij zijn diepe stem er zo uit halen. Maar gisteren dus niet meer, voor het eerst. Er moest maar iemand een goeiedag komen zeggen aan ons en ik kon het al niet meer houden, zo ontvlambaar emotioneel was ik. Ik had twee zakdoeken mee en ik heb ze allebei volgesnotterd, ge moet niet vragen.

Maar het concert was schoon. Ze zongen schoon. En het was een eerbetoon aan hun natuurlijke chef, Gilbert Verstraete, dé dirigent van “De Welgezinden”. Volgens mij heeft hij dat 50 jaar gedaan of zo. Gilbert, dat is het meest krasse oude mannetje van allemaal. Hij heeft het titelstuk geschreven waar ze het concert mee openden en sloten. Een nummer geschreven perfect op maat van “De Welgezinden”. Vorige keer leidde hij het concert nog. Hij is oud en ziek nu, maar hij was er wel. Hij kreeg een staande ovatie, wat voor nog meer tranen zorgde bij mij.

Maar het was schoon, dat wel.

Verhuisd en geboortebos

We zijn verhuisd, met onze blogs. Naar een ander hosting. In de hoop dat de beestjes onderweg gesneuveld zijn. Laat het ons weten, want als de beestjes toch nog niet helemaal weg zijn gaan de mensen van de nieuwe hosting er eens naar kijken.
Met alweer eeuwige dank aan Bert overigens, want ik ben niet zo goed in het technische gedeelte der blogs. Ik ben daarentegen wel goed in het verzinnen van leuke cadeautjes en binnenkort wordt daar voor gezorgd. Want ge moet dat soigneren, de mensen die u helpen.

Ondertussen krijgen jullie hier een paar fotookes van het geboortebos, een maand of wat geleden. Ik vond dat altijd spijtig dat ze pas het jaar na Janne met het geboortebos begonnen zijn. Maar als je laat genoeg op de middag gaat, dan zijn er bomen over. En dan moet de groendienst die zelf planten. En dan laten ze u alrap twee bomen planten, kwestie van ervan af te zijn. Nu hebben wij een Janne-boom en een Sien-boom.

Boomplanter
Goeie materiaalkeuze.

Arboretum
Janne was prinses die dag, ja.

Planten
En de boom zal nog veel moeten groeien.

Neen, ik ben geen kandidaat meer

Toen ik vijf jaar geleden verkozen werd, brandde ik van ambities, ik had grote plannen en dromen. Maar daar is niet zo veel van terecht gekomen als ik had gewild en gewenst. Ik ben dan ook geen kandidaat meer voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Toch wat meer uitleg daarover.

In eerste instantie is het niet gemakkelijk je te profileren als gemeenteraadslid in de meerderheid. Je gaat al snel in tegen je eigen schepenen of die van de coalitiepartner. Ik heb daar enkele keren zwaar mee geworsteld, moest dan wat op de rem gaan staan en ben bij momenten een beetje moedeloos geworden. Veel kan je als gemeenteraadslid in de meerderheid niet doen, behalve wat vragen stellen, wat ik toch regelmatig geprobeerd heb.

En er is veel gebeurd in de laatste zes jaar. Voor een deel ben ik daar zelf verantwoordelijk voor, da’s duidelijk: ik ben twee keer mama geworden. Het moederschap heeft me compleet overdonderd en betekent veel meer voor me wat ik ooit had kunnen denken. Janne en Sien, daar doe ik alles voor. Meer dan ik op voorhand had kunnen inschatten.

Het is ook allemaal een erg zware combinatie: werken in Brussel, veel avondvergaderingen en andere verplichtingen. Denk daarbij nog een echtgenoot die zeer onregelmatig werkt en je weet dat we niet zonder een bataljon aan babysists kunnen. Daardoor kan ik te weinig tijd doorbrengen met mijn dochters, hen niet zelf in bed steken, hen (in de toekomst) niet helpen met huiswerk en zo. Dit klinkt misschien klef en te emotioneel, maar ik zie dat niet zitten, ik wil dat niet.

Maar daarnaast is tijdens de legislatuur ook mijn zus Elke plots gestorven, mijn papa (mijn trouwe fan in de gemeenteraadsbanken) is zes maanden later ook weggevallen en ik ben nog eens een half jaar later mijn metekindje Victoria verloren, dat dus allemaal op één jaar tijd. Mijn moeder is dit jaar ook ei zo na aan de dood ontsnapt. Dat alles heeft me doen inzien dat mijn familie en mijn vrienden heel veel voor me betekenen, dat ze op de eerste plaats komen voor mij. Door al die gebeurtenissen was het bij momenten zeer moeilijk om me te focussen op de politiek, het stond te weinig helemaal vooraan in mijn agenda. Er is meer in het leven, ik heb het politieke gezoem gerelativeerd.

Bovendien geef ik toe dat ik geen politicus pur sang ben, ik ben geen politiek beest, geen vergadertijger, geen liefhebber van recepties en bijeenkomsten. Ik heb het niet genoeg in mij, simpel. Ik kan niet zomaar uit de losse pols met iedereen praten, ik voel me niet als een vis in het water in het politieke bedrijf, het is me allemaal vaak te benauwend, te weinig op mijn lijf geschreven. Een echte politicus -zeker in een stad als Gent- leeft daarmee, staat er mee op en gaat er mee slapen, een job van 24 uur op 24 uur. Ik volg de politiek nog steeds heel erg graag, maar ik maak er wellicht liever geen deel van uit.

Het is waar, ik had er zelf ook meer van verwacht. Maar ik heb er ook geen seconde spijt van gehad. Ik heb er veel geleerd, over mezelf, de politiek, het leven.

Ik ga nog een jaartje verder en zal er nog het beste van te maken. En daarna laat ik het over aan andere mensen en bekijk ik het weer van aan de zijlijn. Al ben ik wel van plan om actief te blijven in de partij want ik geloof nog altijd evenveel in ons socialistisch project. Zeker in een stad als Gent die een partij als de onze, de mijne, nodig heeft. Ik ben een grote voorstander van het kartel met Groen! en ik wens de burgemeester en het kartel dan ook een monsterscore toe. En waar het kan zal ik daarbij helpen, al zal het niet meer vanuit de voorste linie zijn.

AppelSien, laat u zien!

OK, ik zal wel nooit een fotografisch wonder worden. Maar sedert mijn slim foontje neem ik wel meer foto’s. Daarom niet de beste, maar wel leutig. En het is gene reflexcamera he. Maar van deze reeks krijg ik toch iedere keer weer de slappe lach ;-)

Sien toont de appelSien.

Lang leve tinternet

Lang leve tinternet zulle. Zo kunt ge nog eens dingen vinden die je anders al lang opgegeven had.

Twee voorbeelden:

Ik draag al jaaaaaaaren dezelfde jeansbroek. Ge weet wel, het merk/model jeans dat u aanstaat, dat ge aandoet en onmiddellijk OK kunt zeggen. Jeansbroeken kopen is voor mij anders de hel, mijn model is niet geschikt voor de meeste jeansen. Maar ik had dus mijn huismerk, nog niet eens van de duurste. Broeken verslijten, dus ik toog naar de winkel… maar de winkel was niet meer. Gene paniek, ik naar de Brooklyn. En daar zeiden ze me iets van dat ze dat merk niet meer deden. Wel paniek. Een paar andere broeken gepast en licht depressief en met zware dieet- en sportplannen de winkel verlaten. Daar is nog niet zoveel van gekomen, want een paar muisklikken later vond ik mijn favoriete jeans terug op tinternet te koop. Meteen twee gekocht, ik kom weer efkes voort. Oef één.

Vorig jaar kocht ik een mooi rood bed voor Janne. Aangezien de meisjes in dezelfde kamer slapen, leek het me leuk om twee dezelfde bedden te kopen, maar dat andere bed, dat ging ik dan wel eens kopen. Want die bedden gingen er zeker niet uitgaan. Onlangs ging ik op zoek naar een bedlade, voor eronder, handig als er logeetjes komen. Maar toen kwam ik tot de vreselijke ontdekking dat ze die bedden enkel maar in wit en in grijs meer verkopen! Aaaaagh!! Daar ging mijn droom van twee rode beddekens! Ik heb verzekers 30 webwinkels aangeschreven én de producent. Om er uiteindelijk één te vinden die nog 3 rode bedden staan had. Ik heb er meteen twee gekocht (één voor Sien en één voor heur kleine) en een beetje later stonden hier twee rode bedden in mijn garage. Dikke oef twee.

Ik zweer het u: zonder het internet ben ik verloren.

Beestjes

Regelmatig krijgen wij hier de melding van lezertjes dat er vreemde beestjes verschijnen (in de vorm van schone blote dames) als ze naar onze sites surfen. Zowel hier als bij de wederhelft of daar waar ik een beetje creatief probeer te zijn.

We hebben al een paar dingen geprobeerd. De grote alwetende meester op tinternet aangesproken. Die haalde er een stukske code uit die er niet thuishoorde. De template eens veranderd. Een andere slimme meneer die veel weet van computers aangesproken. Allemaal maar tijdelijke oplossingen, vrees ik.

Niet iedereen krijgt de vrouwelijke schonen te zien. Wij hebben ze nog nooit gezien bv, mijn slimme helpers ook niet.

Ik weet begot niet wat ik hiermee moet doen. Daarom dat ik jullie aanspreek. Veranderen van hostingbedrijf? Veranderen van templates, nog eens? Suggesties welkom.

Ondertussen kan ik u een goeie feedreader als Google Reader of zo aanraden. Dan ziet u die niet. En bied ik u mijn excuses aan voor al dat bloot, tsjjj!

Trots, alweer, ja.

Vroeger was ik grote fan van “Alaska”, op Radio 1. Een uurtje vertelradio, gewoon, rustig, een reportage op de radio. Niks meeslepender dan dat, een goed gemaakte reportage op de radio. Waar ge dingen kunt overlaten aan uw eigen verbeelding. Ik ben nog altijd een beetje heel veel verdrietig dat ze dat programma afgevoerd hebben.

Hier en daar vind je er nog wel iets van terug ja. Zoals het verhaal van Marie-Claire, in 2006 bekroond met de Dexia Persprijs. Zou die prijs nog bestaan, ja?

Er is maar weinig tijd meer voor radioreportages precies, en ik hou net zo van dat genre. En in andere programma’s vind ik mijn gading niet echt.

Maar. Mijn wederhelft maakt voor “Sporza” op zondag radioreportages. Eens de tijd nemen om gedurende 9, 10 minuten naar het verhaal van een sportfiguur te luisteren.

Zoals zondag. Ik ken Will Steveniers eigenlijk niet. Ik ken Didier Mbenga niet. En ik weet eigenlijk niet goed wat er precies fout gelopen is tussen hen. Maar het verhaal sleept je mee. Je moet gewoon verder luisteren. Aandoenlijk. Weet je: luister zelf maar.

Trots op mijn ventje dus, dat hij zulke schone reportages maakt, ja.