Nog meer over ziek zijn

Dat ik vorige zaterdag toen ik het postje schreef dacht dat het ergste wel gepasseerd was. Maar dat de medicatie niet aansloeg en dat mijn oor begon zeer te doen en dat ik dan toch maar gestart ben met antibiotica (moet van in mijn puberjaren geleden zijn). En dat ik vervolgens een keiharde oorontsteking kreeg. Met een loopoor. En dat ik nu, 5 dagen later, nog altijd niet zonder pijnstillers kan en dat ik potdoof ben aan de linkerkant. Een bezoek aan de KNO-arts dringt zich op, maar ge geraakt daar allemaal nog zo gemakkelijk niet binnen.

Dat Peter helemaal anders ziek is dan ik. Het moment dat Peter het ziekst was, lag ie hele dagen te slapen. Op de momenten dat ik het ziekst was sliep ik ongeveer niet. Pijn aan sinussen en oren, dat kan mij wakker houden ja.

Dat wij mogen stoefen met ons dochtertjes. Want dat die kindjes echt rekening hielden met hun zieke oudertjes en zo schoon samen speelden. Een medaille voor die twee!

Dat een oorontsteking echt mega veel zeer doet. Veel mama’s vragen mij dat nu, omdat hun koters dat wel al eens meemaken. Ewel, gruwelijk veel zeer dus. Als uw kind regelmatig oorontstekingen heeft: niet twijfelen om buiskes te laten steken. Serieus, zo’n ingreep is niets in vergelijking met één oorontsteking. Mieljaar zeg.

Dat, als ge ziek zijt, het huishouden toch min of meer moet blijven draaien. En dat dan nog in een periode dat mijn poetsvrouw twee weken niet kon komen, tedju toch. Het valt mee, de chaos in huis. Maar die mand strijk, daar kan ik bijna niet meer over kijken.

Oh en ook: wist ge, dat als ge een knoert van een oorontsteking en ook nog een sinusitis hebt, ge dan beter niet het vliegtuig kunt stappen? Werktrip naar Oslo dus afgelast op doktersadvies. Spijtig voor de interessante meeting. Maar ik had toch geen tijd om de stad te gaan bezichtigen, dus tot daar aan toe.

Maar genoeg gezeurd nu. ‘t Is bijna weekend. Hoera!

Wat een week, wat een week

Peter en ik slapen al de hele week niet samen. Peter slaapt in de zetel, ik in bed. We zijn bijna 17 jaar samen en we hebben nog nooit zo’n slechte week meegemaakt. Neen, we hebben geen ruzie. Daar hebben we de kracht niet voor. We zijn ziek.

Het is begonnen bij Peter, anderhalve week geleden, en een paar dagen later is het overgeslagen naar mij. Meestal zijn wij niet zo rap ziek en duurt het niet zo lang, maar het zijn stevige beestjes blijkbaar deze keer. En dan nog tegelijkertijd.

Onze week bestond uit zetelliggen, bedliggen, dokters- en apothekersbezoekjes. En heel veel dingen afzeggen. En dat voor de herfstvakantie.

Maar al een chance dat wij goeie vriendjes hebben die zich een paar dagen over Janne en Sien ontfermden en die ons eten bezorgden. En dank aan de nana die Janne enkele uren Halloween-plezier kon bezorgen. En voor de mama die haar eigen gezondheid op het spel zette door ons een pot versgemaakte hutsepot te brengen. Vanillepap met speculaas, daar zorgde ik nog net zelf voor.

Vanillepudding met speculaas moet voor beterschap zorgen #ziek

Allerheiligen: het graf van mijn zus en vader, daar ben ik nog niet geraakt. Volgt later wel eens.

Peter zijn medicijnencollectie:

Skyline

Voorlopig voor mij vandaag een triest hoogtepunt met een hel van een nacht gevolgd door een bezoekje aan de dokter van wacht. Mijn neus en sinussen zitten onwaarschijnlijk dicht. Ik heb goesting om twee gaten in mijn gezicht te boren bij momenten. Dit is dan ook het beeld van de dag.

Een spook in mijn huis!

Ik ben al blij als ik af en toe één neusgat heb waar ik door kan ademen. En woensdag moet ik naar Oslo voor het werk. Hopelijk tegen dan beter! Eén ding geluk: ons kinderen hebben er precies geen last van… Houden zo!

Dag 106: Brief van mijn vader

Vaderkesdag, da’s nog altijd in de eerste plaats denken aan mijn eigen vader. De vader van mijn eigen kinderen mocht trouwens ook niet klagen.

Mijn pa, dat was nogal een kieken. Iedere keer dat ik op kamp ging moest hij een brief schrijven naar mij. Een lange, lange brief, had ik gevraagd.

Op de laatste vaderdag met mijn vader gaf ik hem een lange brief, de moeilijkste die ik ooit geschreven heb. Die geef ik hier nog niet, maar de lange, lange brief die hij me stuurde op kamp in de hoge Rielen (hij zei consequent de hoge Brielen, flauwe mopjes waren mijn pa niet vreemd), die krijgt u wel. Dat ie zeker nooit verloren gaat.

Untitled

(Hoge Rielen, 1987)

Dag Lien,

U hebt mij gevraagd een hele lange brief te schrijven. U weet ook dat ik een hele brave zoete lieve papa ben. Ik doe dan zoals gij vraagt en ik probeer mijn best te doen om te geven wat gij vraagt. Een hele lange brief te schrijven. Natuurlijk is het moeilijk om dat te doen want het papier is soms te zwaar om in een envelop te steken. Ofwel is het te dik en dan zou ik een pakje moeten maken. U zou dan denken dat ik u een pak snoep achterna stuur. Dat doe ik natuurlijk lekker niet.

Tenslotte, wij hebben in huis geen briefpapier. Ik dacht eraan terwijl ik op het toilet zat, dat ik u schrijven moest. Dus nam ik de rol toiletpapier en begon te schrijven, zo snel als ik kon. Je hoeft er niet vies van te zijn, want dat papier is nog voor niets anders gebruikt dan alleen je brief op te schrijven. Ruikt maar eens, er is niets aan de hand. Het voordeel van deze brief is dat, wanneer je hem gelezen hebt, het papier kunt gebruiken waarvoor het werkelijk bestemd was. Je kunt nooit weten dat er daar in de hoge Brielen dergelijke dingen ontbreken. Dat je dat weeral vergeten waart in je valiezen te stoppen.

Ik denk ook dat de leidsters niet gelachen hebben als ze de wandelende valiezen zagen aankomen. Zij zullen denken: “ja, dat kindje zal zeker hier zowat enkele maanden verblijven. Het is buitengejaagd uit zijn huis en heeft al zijn kleren moeten meepakken.”

Ik hoop voor u dat u een goede reis gehad hebt naar de hoge Brielen. Dat je daar goed aangekomen bent. Maak veel lol en plezier maar blijf beleefd en verstandig. Dan zul je nog op kamp kunnen gaan. Dan kan ik nog zo’n schone brief schrijven zoals ik nu aan het doen ben.

Ik ben vandaag begonnen met in je bed te slapen, maar vanmiddag moest ik terug in mijn bed slapen. Het spookt er zo erg in je kamer, dat ik voortdurend wakker werd. U hebt uw kamer betoverd voor gij vertrok. U zijt toch een verschrikkelijk kind voor uwen lieven papa.

Voor de rest wens ik u het beste. Veel geluk en vrede een heel heel heel heel veel veel veel plezier.

Je lieve, braven, zoetsten, allerbesten, schoonsten, beminnelijksten papa.

Untitled

Heel grappig, die brief. Die u-vorm, die flauwe mopkes, zo helemaal mijn vader :-)

Dag 86: Einde van de soap, hoop ik

De hele dag een mankend Sientje. Stappen ging niet zo vlot, maar springen in de zetel wel. Heel veel last scheen ze er dus niet van te hebben, maar ze mankte wel, dus dat is niet zo best. Bovendien zag de teen er echt niet zo aangenaam uit. Ziet zelf maar hier. Ik laat het aan uzelf over als ge wilt kijken of niet, want niet iedereen vindt het een aangenaam beeld. :-)

Toch maar dokter dus, die kon niet meer voor die dag en raadde aan om naar de spoed te gaan. Ik kon eerlijk gezegd wel bleiten, wéér naar de dokter. Teen bekijken, foto trekken, geen breuk, wel een ontsteking. Nieuwe antibiotica dus, maar andere, kwestie van hopelijk geen neveneffecten te hebben.

Hop. En nu gedaan, hé!

Dag 85: Terug bij het begin?

Opstaan, zien dat het kind vrolijk is en goed eet en vooral ook goed drinkt want dat is het belangrijkste. Kind in bad steken, het kind naar TV’ke laten kijken (een tabletteke is toch handig met een peuter in het ziekenhuis) en de bagage maken. Tegen dan is de dokter er, onze eigen kinderarts, oef. En we mogen naar huis, wat we ook meteen doen, tegen 10 uur was ik thuis.

Untitled

Wat het was, vraagt iedereen. Heel precies zullen we dat wellicht nooit weten. Want geen echte uitslagen uit bloed, urine, stoelgang. Dus dan gaan ze van een virale infectie aan maag-darmen uit. Als ze maar beter wordt hé, da’s het enige dat telt.

Al ben ik er nog altijd niet 100% gerust in want
* Afwachten of ze niet herbegint overgeven. Het is nu 21 uur en tot nog toe heeft ze goed gegeten (al wil ze nog geen warm) en nog niks overgegeven. Jeej!
* Die verkoudheid, waar komt die hoest ineens vandaan?
* Dat teentje, dat ziet er echt nog niet zo gezellig uit eigenlijk. Die nagel is uitgevallen, had ik dat verteld? Ik zou hier een vieze foto kunnen zetten, maar ik ga dat niet doen.

Maar ze is blij dat we thuis zijn en ze stort zich op onze berg speelgoed alsof het allemaal nieuw is. Ze is een uur of twee thuis als ze een bak speelgoed op haar geabimeerde teen vallen. Krijsen! Teentje onder het water. Maar het teentje ziet er niet zo goed uit. Beetje paars, beetje gezwollen, … Is dat nu weer ontstoken of wat? Zalfje, verbandje en in de gaten houden. Wat wel zeker is: de rest van de dag heeft het kind gemankt, dus de kans dat we morgen terug bij de dokter staan met het kind is zeker niet onbestaande.

Ach, het geeft wel inspiratie voor een 365-projectje, zo’n ziekenhuisweekje.

Dag 83: Weinig te melden

Niet zo veel nieuws te melden eigenlijk. Een paar vaststellingen:

Aan het infuus kikkert ze duidelijk op. Hoewel ze de hele voormiddag een pokkehumeur had.

Het middagdutje lukt tot mijn verbazing vlot, zo in een verlichte kamer met mama erbij in slaap vallen. ‘s Avonds, dan is het wat anders, dan wil ze pas slapen als mama ook al haar activiteiten staakt. Ach, het is best eens verkwikkend, slapen vanaf 22 uur.

Eten doet ze enkel na haar slaapjes. Dus ontbijt en vieruurtje gingen vlot. Middagmaal en avondmaal, dat was niks. Vandaag gegeten: drie boterhammekes, een madeleine koekske en een yoghurtje.

Na haar middagdutje bleef ze nog zeker een uur stil rond liggen kijken. Terwijl ze anders altijd meteen wakker is. Het is nog niet je dat dus.

Zo'n kalm kindje, ik ben dat niet gewoon.

Iedereen zegt wel dat ze er beter uit ziet, maar zij kennen haar natuurlijk niet in normale doen. Ik vind haar nog steeds rustigjes. Kan ook zijn dat dat komt doordat ze niet kan rondlopen? Alleszins, ze zal wel moeten eten natuurlijk. En dat binnen houden ook, graag.

Tot slot wil ik u haar favoriete filmpje niet onthouden!

Dag 82: wat we gedacht hadden

Dag 82 begin precies zoals dag 81: boterhammeke en beetje melk om er een half uurtje later terug uit te komen. Slap en zielig ook. Meteen maar een afspraak gemaakt met de kinder arts, vlak na de middag. Die meteen besliste om terug op te nemen en aan het infuus te leggen. Ze was een kilo afgevallen ook, ofte tien procent van hear lichaamsgewicht. Voor mij zou dat goed uitkomen, zo’n gewichtsverlies, maar voor Sientje niet natuurlijk.

Ook een oogtest om te zien of er geen overdruk was in de hersenen. Eventjes vies als ze dat aankondigen wel. En lastig ook, een oogtest met een slapend kind. Maar alles ok.

Infuus, in het voetje deze keer, want de handjes waren al doorprikt. Een voetje is nog zo slecht niet: ze hebben dan de handjes vrij om te spelen en ge kunt ze toch niet laten lopen met dat infuus.

Kamer aan de speeltuin, leutig dacht ik. Tot duidelijk werd dat ik de hele tijd het gordijn moet dichthouden wegens dat ze op de speeltuin wil.

Enfin, weer niks gevonden dus we houden het op een virale infectie. Mja, ik weer het zelf niet zo goed hoor, niemand anders ziek bij ons alleszins. Als ze nu maar wat aansterkt, wil eten en dat binnen houdt is het ook goed voor mij.

Ondertussen houden we ze bezig met spelletjes, filmpjes op de iPad (dank Sandra!) en liedjes zingen.

Dag 81: Terug naar af

De dag begon goed want Sien at een boterham en dronk een beetje chocomelk. Het neefje en het nichtje kwamen toe. Half uurtje later: alles eruit (lijkt kots bij jullie ook altijd vééél meer dan wat er inging?). De hele voormiddag was Sientje wel wat hangerig en slapjes en wou ze bij de mama hangen. Bijna zoals dinsdagmorgen, net iets beter. Tegen de middag hadden we dit:

Toch nog niet wat het moet zijn... :-(

Sien slaapt NOOIT in de zetel. Ook niet als ze ziek is. Ze doet al moeilijk van overdag slapen, laat staan spontaan in de zetel in slaap vallen. Verdere samenvatting van de dag: ze heeft NIKS, maar dan ook NIKS binnen gehouden. Geen slokje water of niks. Overgeven en zware diarree. Het was dat ze vanmiddag zo vrolijk was (van waar haalt ze de energie?) of ik was naar spoed gelopen. Nu houden we het er op dat ze morgen moet eten en drinken, anders terug dokter. En infuus, vrees ik.

Vannacht slaapt ze bij ons op de kamer en er wordt een minitieus dagboek bijgehouden van haar eet- en kotsgewoonten. Want anders vergeet ik weer de helft als ik bij de dokter sta. En de twijfels van gisteren zijn weg: er was/is wel degelijk iets aan de hand. Maar wat? Allez, dat is toch vreemd? Zondag, maandag: overgeven. Dinsdag, woensdag: infuus, niet overgeven. Donderdag: niets binnenhouden.

Het was wel een beetje spijtig voor de logeetjes natuurlijk. Er was een uitstapje gepland, maar dat werd dus geannuleerd. Maar ze zijn wel heel flink geweest voor de rest!

Dag 80: Naar huis, maar met twijfels

Ondanks alle waarschuwingen eigenlijk best goed geslapen. Wel een uurtje wakker gelegen nadat Sientje en haar bedje volledig ververst moesten worden wegens losgekomen infuus.

‘s Morgens lijkt ze best vrolijk. De kinderarts komt langs en zegt dat ze niks bijzonders gevonden hebben in bloed of urine. Aangezien ze de voorbije dagen een paar keer overgegeven heeft, houden we het op uitdroging door het overgeven. Al is het toch ook een beetje vreemd omdat ze niet zo heel veel heeft overgegeven.

Het infuus wordt gehalveerd om te zien hoe ze daar op reageert. Als ze goed reageert en ze eet goed mag ze naar huis. Probleem was wel dat ze ‘s morgens al niks willen eten had. In de late voormiddag een half kommeke soep, en dan valt ze in slaap, nog voor het eten komt. En na het slapen wil ze ook niks eten. Mja. Ze lijkt ook weer wat slapper en hangeriger (of zo) dan vanmorgen. Door het verminderde infuus? Ze heeft dan wel een halve koek gegeten uiteindelijk.

Om vier uur krijgen we de keus: naar huis gaan of blijven. Aangezien we toch thuis zijn de volgende dagen en we haar thuis wel in de gaten kunnen houden, kies ik ervoor om naar huis te gaan. En misschien wil ze thuis beter eten. Al maanden geleden afgesproken dat het neefje en het nichtje komen slapen voor het verlengde weekend, dat ook.

Maar bon, wat er dan wel speelt: wat was er nu eigenlijk aan de hand? Ik vraag me dan af, was er wel écht iets aan de hand? Maar ja, ik heb me dat toch allemaal niet ingebeeld? Was het wel nodig dat we naar het ziekenhuis gingen? Maar ze deed zo raar, en dat was zo eng.

Ge moet weten, ik ben echt niet van het overbezorgde type, ook niet alsof het over mijn kinders gaat. Ik loop niet van het eerste koortsje of van de eerste kotsbeurt naar de dokter. Als ze ziek en ellendig zijn, geef ik ze altijd wel een paar dagen tijd. Maar als ze zo suf zijn, en ze reageren niet, dan schiet ik wel in paniek (waar de dokters me groot gelijk in gaven).

Ik heb misschien ook wel een bovengemiddelde angst voor septische shocks. Na het verhaal van Anna was ik echt ongerust door die koude handjes en voetjes (ook al kwam ze net vanonder een warm deken, of vanuit kousen en schoenen). Met die septische shock van mijn moeder erbovenop, tja, heb ik daar gewoon extra schrik voor zeker?

Meh. Enfin, thuis. Waar ze wel wat gegeten heeft (niet veel maar toch) en waar ze best vrolijk was.

Het kind maakt hoge torens en mag wellicht om vier uur naar huis

Dag 75: En plots kon ik Frans praten

Stel u voor. Woensdagmiddag, 10 voor twaalf. Het uur waarop nogal wat ouders klaarstaan voor de schoolpoort om hun kroost af te halen. Enfin, op de school van Janne toch, want daar stoppen ze om vijf voor twaalf. Hopen volk dus op straat, voor de poort van de kleuterschool, stel u een een halve cirkel vol volk voor. Tien meter verder aan de overkant is de poort van de lagere school, daar dus ook een halve cirkel vol volk. Pakt in totaal nen man of 100. Allez, vooral vrouwen en kinderen, we moeten daar ook eerlijk in zijn.

Jamaar, waarom staan jullie op straat, hoor ik jullie al denken. Wel, omdat
1. de voetpaden een klein meterke breed zijn, dus teveel volk voor te weinig voetpad
2. de school op het einde van een doodlopende straat ligt, dus geen enkele auto heeft daar nog iets te zoeken.

Tenzij die auto met Franse nummerplaat. Die waarschijnlijk zo dicht mogelijk bij de winkel waar ie moest zijn, wou parkeren. Waar dat niet mocht trouwens, want er zijn daar geen parkeerplaatsen. Mij een zorg, maar dat ie dan achterwaarts, om tien voor twaalf, door die meute volk wil rijden, dat kan er bij mij dus echt niet in.

Eerst bleven we gewoon koppig staan. Hij moest maar wachten. Als hij verkeerd kan parkeren, kan hij wachten ook. Maar meneer was nogal hardnekkig. Nu ja, wij ook. Hij bleef maar, centimeter per centimeter, achteruit gaan. Heel irritant. Waarop Lise (collega-mama en ook niet op haar mondje gevallen) en ik het nodig vonden om in te grijpen. Lise klopt eens op zijn raampje waarop hij zijn raam opendoet en het één en ander begint te brabbelen. Waarop ik begin uit te leggen dat het geen goed idee is om nu te vertrekken want dat het heel gevaarlijk is wat hij aan het doen is. Maar hij begrijpt me niet en wil verder achteruit rijden. Ik heb door dat hij franstalig is, maar ik haat spreken in andere talen (omdat ik het niet goed kan) en ik probeer dat ten allen tijde te vermijden. Dus zeg ik kort maar krachtig, met luide stem: “C’est dangereux! Attendre! Cinq minutes!”

Waarop ik me omdraai en zie… dat de hele school naar me staat te kijken. Oeps. Daar kennen ze me ook weer. Hmm. In de lach schieten en zeggen: “‘t Is toch waar zeker?”. Waarop ze gelukkig allemaal goedkeurend knikken. Oef.

Enfin, het heeft gewerkt, de chauffeur had wellicht een schrik gepakt van mij, hij heeft geen vin meer durven verroeren.