Tien jaar – veertig jaar.

Tien jaar geleden schreef ik mijn eerste blogberichtjes. Meteen twee op één dag. Over mijn grote dag: ooit de halve marathon lopen. Ondertussen liep ik die twee keer en over een paar weken nog eens.

Loperke

Tien jaar geleden werd mijn zus Elke dertig jaar. Veertig jaar geleden werd mijn zus geboren. Veertig jaar geleden werd mijn mama voor het eerst moeder. Verwarrende dagen blijven dat. Proficiat voor mijn moeder, want voor het eerst moeder worden, dat is voor iedereen die ooit moeder werd een zeer memorabele dag. Minuut per minuut kun je reconstrueren, zelfs na veertig jaar. Maar mijn zus is er dus niet meer. En terwijl we dit jaar heel wat veertigjarigen vieren in onze vriendenkring verloopt deze dag hier dus wat in mineur. Verdriet.

Maar tien jaar blog dus. Ongetwijfeld de tien meest heftige jaren in mijn leven.

  • Ik trouwde met de liefde van mijn leven, en ik zie hem nog steeds ontzettend graag. Mijn steun en toeverlaat in mooie en minder mooie tijden!
  • Ik stapte in de politiek, werd verkozen met 1679 voorkeurstemmen en werd gemeenteraadslid. Zes jaar lang vertoefde ik bijzonder veel in het stadhuis. Maar politiek bleek niks voor mij en was bovendien niet te combineren met mijn nieuwe leven met veranderde prioriteiten. Zonder spijt in het hart stopte ik ermee. Sedertdien bekijk ik het weer vanaf de zijlijn.
  • Ik werd mama van Janne en Sien, de twee mooiste, liefste, schattigste dochtertjes in de wereld. Ja, ik mag daar al eens op stoefen :-) Ik had op voorhand nooit durven denken dat het moederschap me zo zou raken en zo zou veranderen. Ja, soms is het eens lastig, maar ik geniet eigenlijk vooral ten volle van mijn twee madammekes.
  • Ik verloor mijn zus en mijn vader, het gemis is nog elke dag enorm. Veel te vroeg, veel te snel.
  • Ik werd twee keer meter, één keer van Emelie, een hele lieve meid. Eén keer ook van Victoria, die geen kans kreeg, we moesten ook van haar veel te vroeg afscheid nemen.
  • We lieten ons geliefde huis in de Moestuinstraat achter om een nieuw fantastisch huis te kopen in de Sleepstraat.

Heftig allemaal, echt. Al die links bekijken, dat zorgt hier voor de nodige tranen. Maar we gaan er toch een beetje een vrolijke dag van maken. Een glas drinken voor mijn zus en mijn mama.

Enige constante in tien jaar bloggen: lopen. Beginnen lopen en nog altijd (opnieuw) gaat het hier veel over lopen. Het is ook een beetje mijn loopverjaardag: ik loop tien jaar. Vaak gestopt (door omstandigheden of door zwakke excuses) maar steeds weer herbegonnen. Over de middag wordt er gelopen, regen of geen regen.

Tijd voor iets nieuws ook. We blijven bloggen, dat is zeker. Maar ik ga er ook een Facebook-pagina aan koppelen. Zodat mensen die geen vriendjes zijn me daar ook kunnen volgen. Omdat ik daar misschien rapper eens een kort nieuwsje kan schrijven. Omdat ik daar ook af en toe iets kan weggeven of verkopen. Er staat alvast één en ander op dat ik niet meer nodig heb/dubbel heb.Ik weet niet goed wat het gaat worden, met die Facebook-pagina, dat zien we nog wel weer. Maar ge moogt ze alvast liken en me daar feliciteren met mijn tienjarig blogje!

500 km per jaar: maart

  • Aantal gelopen km in maart: 113. Het meeste aantal sedert ik registreer, maar dat moet in de beginjaren sowieso meer geweest zijn.
  • Aantal trainingen: 15
  • Gemiddelde afstand per training: 7.5 km
  • Maximale afstand: 15,13 km, op een zonnige zondagochtend in maart. Ik kon blijven lopen.
  • Gemiddelde snelheid: 8.99 km/u, dus weer iets sneller dan februari en januari.
  • Lastigste training: die op het strand. Dat is ploeteren!
  • Ook lastig: die in de bossen. Al die modder! Ik denk dat een trailrun niks voor mij is. Of het zijn de urban trails hé, een echt stadsmeiske, ikke.
  • Frustrerend: ik loop tegenwoordig zowel met Tom Tom als met Endomondo, met mijn GalaxyS4. Endomondo geeft altijd veel meer kilometers dan Tom Tom, maar welke is nu juist? Eens een vast parcourske waarvan ik de afstand ken lopen met beide en zien welke er het dichtste bij zit…
  • Doel: 251 km/500, bijna aan de helft dus. Meer dan goed op schema!

Op mijn looptochten kom ik vaak langs leuke plekjes. Dit is één van mijn favoriete: de vistuin

Een moestuintje gemaakt met allemaal afval dat dat meisje uit het water vist. Mooi initiatief om de vervuiling aan te kaarten!

Er werd ook vijf keer gezwommen, goed voor 5,1 km. Leuk is dat tegenwoordig mijn Tom Tom mijn baantjes voor me telt en hij doet dat erg accuraat. Leutig!
Doel: 21,35 km/50 km op een jaar. Ook goed bezig dus!

Ik ging wel maar één keer naar de figuurtraining door vakantie en andere training. Al is het wel de bedoeling dat ik blijf gaan want het is best plezant.

Ik deed 21/31 dagen aan sport en op 2 dagen deed ik zelfs twee keer aan sport. Niet slecht dus! Nog een kilootje er af, -5 dus. Het gaat traag, maar het gaat wel.

In mijn historiek is maart altijd een topmaand en gaat het in april al achteruit met de sportprestaties… Eens zien wat dat dit jaar geeft!

Sporttesten: go or no go

Het is beslist. Ik ga nog eens meelopen in de 20 km van Brussel. Ik had dat eigenlijk niet gedacht in het begin van het jaar, het was geen doelstelling of zo. Maar aangezien ik vorige week vlotjes op het gemak 15 km liep, begon ik na te denken. Gewoon op het gemakske uitlopen is het plan, geen tijd in het hoofd houden. Al doe ik er 2,5 uur over, dat geeft niet.

De laatste keer dat ik meeliep was in 2006. Ondertussen ben ik dus wel wat ouder geworden, en vraag ik me af of ik me niet beter eens laat nakijken. Als je wil meelopen in Brussel kan je maar beter goed en genoeg trainen. En af en toe hoor je zo van een perfect gezonde sporter die op zo’n event, of gewoon tijdens het lopen in mekaar stuikt. Dus een sportmedische keuring, die komt er dus sowieso.

Nog leuker zou ik zo’n uitgebreide conditietest vinden, waarbij ze je maximale hartslag testen zodat je nauwkeurig in hartslagzones kunt trainen en lactaattesten en al. Je ziet dat vaak op TV, zo bij van die programma’s waarbij ze sporters volgen. Of mensen die plots wat aan hun gezondheid willen gaan doen. Ik heb nu een horloge met hartslagmeting en trainen in bepaalde zones is interessant. Alleen, daarvoor moet je je maximale hartslag kennen. Want dan kan je in bepaalde percentages van die maximale hartslag gaan trainen. Daar bestaan een aantal formules voor en dan kom ik uit op 183 of 182. Maar er wordt vaak bijgezegd dat dat niet nauwkeurig is en dat je dat eigenlijk moet laten testen door een dokter. Zo’n test dus wil ik dus.

Alleen: is dat niet wat overdreven? En waar doe je dat dan? In Gent kan dat in het UZ, in het Centrum voor sportgeneeskunde. Maar hé, ik ben maar een traag amateuristisch loperke. Ze gaan me daar zien komen in het UZ zeker?

Je kan ook terecht in het Energy Lab, al staat die niet in de lijst van erkende keuringscentra. En mieljaar, dat kost 175 euro. Geen idee wat het in het UZ kost eigenlijk. En zelfde bedenking, ze gaan me daar zien komen zeker?

Zeg het me eens, sportertjes. Hebben jullie dat al laten doen, zo’n test? Waar? De moeite? Aanrader of zwaar overdreven?

500 km per jaar: februari

In februari deed ik minstens zo flink voort als in januari. In februari ging ik 12 keer lopen, goed voor net geen 80 km. Dat is een absoluut record voor februari en ver boven het gemiddelde. Gemiddeld ging ik iets sneller dan vorige maand (8,76 tov 8,67 vorige maand) (ofte 6:51 per km tov 6:55 vorige maand). Maar snel is dat nog altijd niet.
Afgeklokt dus eind februari op 128 km dus, van de 500, ik zit dus net over het eerste kwart. Goed bezig :-)

Lopen4

Zwemmen: merkelijk minder dan in januari: 5,75 km (tov 10,5 km in januari). Ik ging minstens één keer per week zwemmen en aangezien het doel 1 km per week is wil dat zeggen dat ik daar ook nog ruim op schema zit (16,25 van 50 km op een jaar). Waarom minder? Enerzijds omdat het soms niet makkelijk is om te kunnen gaan. Maar anderzijds ook omdat ik op woensdag nu een andere sport doe.

Op woensdag doe ik met Sibylle figuurtraining in de Centrale. Klinkt slapkes, maar het is keihard werken. Week drie was minder lastig, maar dat werd gecompenseerd door een ultrazware training op mijn verjaardag. Leuk zulle. Zeer goedkope sport trouwens, 5 euro voor 6 lessen!

In februari werd er dus een goeie 14 uur gesport en dat klinkt nog niet zo veel, vind ik :-) 21 van de 28 dagen. Fietsen is er nog niet bijgerekend.

Gewicht: een schamele -1 kg. Wat het totaal op -4 zet. Maar ik heb wel massa’s kilo’s spieren bij, vermoed ik :-)

Januari

500 km per jaar: januari

Januari zit er op en het was een sportieve maand.

In totaal deed ik 10 looptrainingen, goed voor 48.23 km. Eerste maanddoel gehaald dus want als ik iedere maand zoveel loop haal ik die 500 km vlotjes. Maar we kunnen maar beter wat speling hebben, nietwaar? Gemiddelde snelheid 8.7 km per uur. Een snelheidsduivel zal ik wel nooit worden.
We zijn in Endomondo met drie die echt streven naar dat doel. Annelyse reken ik niet mee, voor haar is dat een makkie. Maar Mikaël, Isabelle en ik zitten op schema. Voor diegenen die nog willen aansluiten: welkom. Je kan makkelijk je trainingen importeren, zeker ook bv vanuit Garmin.

Daarnaast kwam ik ook op het idee om te beginnen zwemmen. Om meer sport te doen en mijn armen wat te trainen. Ideaal eigenlijk: lopen en zwemmen afwisselen, zijn toch verschillende sporten voor verschillende spiergroepen. En zo kan mijn lijfje dat perfect aan. Het is soms kunst- en vliegwerk om dat allemaal ingepast te krijgen en zo ga ik al eens zwemmen op een vrijdagavond om 21 uur. Met dank aan de man die dat niet erg vind dat ik dan vertrek voor een zwemuurtje. En met dank aan de Gentse zwembaden dat die zo lang open zijn. Ik wissel af tussen het Van Eyck zwembad (ik ben een beetje verliefd op dat zwembad) en de Rozebroeken (overdag, en zo zwem ik ook eens in een vijftigmeterbad)

Ik deed dus ook tien zwemtrainingen. Ik zwom meestal 1 km per training, 40 baantjes vind ik wel genoeg. Behalve die twee keer dat ik form was en ik 50 baantjes zwom. 10,5 kilometer dus.
Ik zwem altijd schoolslag eigenlijk. Ik vind dat wel leuk, maar dat gaat traag natuurlijk. Ik vind dat niet lastig, ik kan dat gewoon blijven zwemmen. Ik zou misschien wel eens beroep willen doen op een zwemleraar om mijn schoolslagtechniek weer eens wat op te poetsen en meer nog: me crawl te leren. Volgens mij kan je daar meer conditie mee kweken. Als er iemand is die een goeie leraar weet?
Ah en zo heb ik samen met Nadine ook een zwemchallenge lopen: 50 km zwemmen per jaar. Daar zit ik vlotjes voor op het schema :-)

Verder heb ik ook nog geskied maar dat heb ik niet in Endomondo gestoken omdat ik werkelijk geen flauw benul heb van het aantal kilometers. En verder fiets ik nog dagelijks. Gewone verplaatsingen steek ik er niet in, maar ik ga wel beginnen verre extra fietsverplaatsingen er in te steken.

Zo deed ik maar liefst 23/31 dagen sport. Ik ben benieuwd hoe lang ik dat kan volhouden. Mijn lijf houdt dat vol hoor, mijn agenda dat is wat anders. Want ge moet het wel echt inplannen, anders lukt dat niet. Ach ja, het is een beetje zoals deze slogan zegt hé.

Bon, voorlopig resultaat op de weegschaal: drie kilo minder. Want ja, daar doen we het toch voor. Het mocht meer zijn, maar ik ga er gewoon hard van uit dat ik keiveel spieren gekweekt heb deze maand :-)

Nu weekend en drie keer een etentje. Niet zo goed voor mijn weegschaal :-)

Skiën (2). Toen het goed kwam. Of toch weer een beetje fout ging.

Dag 3:
Die nacht is er heel veel sneeuw gevallen en ook het dorp ligt nu wit. Ter vergelijking: het verschil met de dag ervoor.

Sofie moet niet meer werken en krijgt nu les van Stef, waar ik me bij aansluit. Met twee is gezelliger dan alleen. We luisteren goed naar de leraar, we leren veel bij. Op het einde van de voormiddag gaan we een blauwe piste af (B23). Is eigenlijk een weg in de zomer en het enige vervelende aan deze piste is dat ze in het midden een heel stuk vlak is, waar je dus niet kunt glijden maar waar je meer moet schuiven en steken. Waar Sofie meer talent heeft voor het skiën, blijk ik uit te blinken in dat sneeuwschuiven. Volgens mij is langlaufen meer iets voor mij, bedenk ik me, want ik vind dit leuk en Sofie vindt het vreselijk.
Vlak voor het stapstuk kijken we achterom, we zien een skiër komen. Plots verdwijnt die in de afgrond en wij schieten een beetje in paniek. Maar bon, wat wij de afgrond vinden, dat is blijkbaar ook een stuk skipiste.

In de namiddag geen les maar we glijden keer na keer die blauwe, makkelijke skipiste af. En dat gaat best wel vlotjes, ondanks dat het hevig sneeuwt. Ja, ik vind het zelfs al een beetje leuk. Maar ik zou het graag gewoon al kunnen, en de fase van het leren overslaan.

Dag 4.
We staan vroeg op want we worden om 9 uur op de berg verwacht voor ons volgende skiles en technieker Bas is naar huis, die kan ons niet meer naar boven rijden. Maar goed, we zijn er. We glijden om op te warmen een paar keer de babypiste af. En nemen vervolgens een stoeltjeslift naar boven. Het plan is om stukken blauwe en rode piste te combineren. Blauwe pistes gaan vlot maar die hebben vaak als nadeel dat ze niet zo breed zijn en al snel een beetje saai worden. Rode stukken zijn, wat mij betreft, meteen al te steil. De eerste stukken gaan behoorlijk goed, ik val maar één keer. Maar dan wordt het steiler. Voor mij echt een mentale barrière, want ik heb hoogtevrees. En snelheidsvrees. Ik doe het, maar ik heb het er zéér, zéér lastig mee. Bovendien gaat alles sneller, moet je alle techniek die uitstekend gaat op de trage pistes, plots beter uitvoeren. Vraagt enorme lichaamsbeheersing en coördinatie. Twee dingen waar ik niet zo goed in ben, wat op de makkelijke stukken als automatisch gaat, sla ik hier volledig in de knoop. Niet goed voor het zelfvertrouwen en ik val meer en meer. Maar bon, ik doe het toch maar en ik ben ergens wel trots op mezelf dat ik het gewoon doe. Maar anderzijds: het geeft me geen bevredigend gevoel, ik word er niet bepaald gelukkig van. Te snel, te steil, de mentale barrières: ik word er echt niet blij van.

Als laatste doen we de blauwe piste van gisteren, maar nu gaan we ook die afgrond in. Eigenlijk wilde ik deze echt niet meer doen. Maar Sofie was al ongeveer beneden en de skileraar overtuigde me. Ongeveer even steil als de rode piste maar veel smaller en ijziger. Ik val continu. Ondertussen vind ik vallen niet meer erg, ik doe me toch geen pijn, en daar zijn geen afgronden meer langs waar ik naar beneden kan toeteren. Maar ik vraag me af waar ik mee bezig ben, want op dit moment vind ik het echt niet leuk meer. Te moe en mijn lichaam slaat in de knoop. Skiën is niet echt iets voor mij, vrees ik.

Wel leuk: skileraar Stef neemt ons mee naar de hut van zijn schoonvader met de sneeuwscooter. Sofie kan dan misschien beter skiën dan ik, het is toch een wonder dat ze heelhuids thuis is geraakt. Hier zien we haar in haar pogingen om van de scooter te geraken.

Na de middag ga ik niet meer mee: ik hou Sofie op, en ik heb het volledig gehad met dat skiën en mentale barrières doorbreken. Ik glij nog twee keer de babypiste af en dat was het. Ondertussen ging Sofie naar boven en beleefde daar ook niet meer zo’n fijne ervaring met veel te veel ijs en een leraar die gevallen was en een oude kwetsuur weer erger gemaakt had. En dus hebben we er alletwee genoeg van. Om 14 uur keren we al terug naar het hotel om ons alweer in de sauna te placeren.

Dat ik me gesmeten heb en niet bang was om te vallen, dat ziet ge aan mijn rechterbeen: bont en blauw. Dat komt omdat mijn bochten naar links altijd mislukten peisk. Pas op: op het moment zelf heb ik nooit pijn gehad. Achteraf ook niet, tenzij ik er op sta te duwen. Ik heb de blauwe plekken enkel visueel vastgesteld eigenlijk.

Neen, dat is ook niet van het apres-skiën. Dat hebben we namelijk volledig aan ons voorbij laten gaan. Sofie en ik, de rest van de groep heeft er zich wel eens een keertje in gesmeten :-)

Dag 5
We gaan niet meer skiën: vooral omdat we maar een halve dag hebben en we niet meer kunnen douchen. Ik ook omdat ik er genoeg van heb, omdat ik gewoon denk dat het niks voor mij is. We gaan wel naar het skistation Angertall, het sneeuwt echt ongelooflijk hard. We gaan helemaal naar boven, omdat we daar naar een brug wilden kijken, maar aangezien de zichtbaarheid daar maar 5 meter was hebben we helemaal niks gezien. Behalve ouders die hun kindje van pakweg van 3, tutter in de mond, mee genomen hadden naar boven en ze dat ventje blijkbaar naar beneden wilden laten skiën. Gelukkig hebben ze zich bedacht, we waren al half in shock, wij. Terug naar beneden. Als ik de skiërs zo schijnbaar op het gemak de rode pistes naar beneden zie komen ben ik daar toch wel wat jaloers op. Ik zou dat ook willen kunnen, waarom beperken die barrières in mijn hoofd mij zo?

Slotsom:
Ik ben nu wel gaan skiën, maar ik weet nog steeds niet of het iets voor mij is. Misschien moet ik het nog eens proberen. Misschien ging het allemaal wat te snel voor mij. En eerst nog wat les volgen in de skihallen in de buurt. En daar misschien ook nog lessen volgen. En dan alleen maar blauwe pistes, kilometers en kilometers blauwe piste. Misschien dat er dan wel een klik komt? Ik weet het niet.

Ik zou het graag echt kunnen. En een leraar vinden die me over mijn angsten heen kan zetten.

Maar het kost allemaal zoveel geld. Ik ben er duidelijk (nog) niet aan verslingerd, kan ik er dan wel zoveel geld aan geven? Zo’n privé leraar is allemaal prima en ideaal en zo, maar die tarieven… Als ik nog eens gratis kan gaan skiën zal ik niet twijfelen, of als ik een schoon aanbod vind ook niet. Maar anders…

De kinderen? Ik weet het zo niet, het lijkt me nu een ongelooflijk gezeul om met kinderen te gaan skiën. Ik moet nu al hun boekentassen dragen als ik van school kom met hen, als ik daar ben mag ik dus sleuren met eigen skies, eigen materiaal en de skies en het materiaal van de kinderen. Ik denk dat ik ga wachten tot ze wat groter zijn en ze dan gaan meesturen op wintersportvakantie met het één of het ander zodat ze er ook eens van kunnen proeven.

Maar bon, het was eigenlijk wel een ongelooflijk toffe ervaring. Op reis gaan met een groep mensen waarvan je er maar eentje kent. Eigenlijk twee, met de technieker van Nostalgie heb ik nog in de eerste kleuterklas gezeten, ha! OK ja, en ook Stefan Ackermans, presentator bij Nostalgie. In mijn jonge tijd was ik zwaar fan van de Afrekening, dus ik ging een beetje met een jeugdheld op reis. Bleek het nog een toffe kerel te zijn ook.

Gastein is een heel leuk skigebied met heel veel mogelijkheden. Allemaal vreed in orde. Als ik nog eens zou gaan skiën zou ik zeker naar Gastein willen terugkeren. In Gastein valt veel te beleven en ik mocht daar allemaal van proeven. Heerlijk was dat!

En met Sofie op reis gaan, dat was geweldig. We kennen elkaar al een paar jaar goed, en nu nog veel beter. ‘s Avonds in bed moesten we echt zeggen dat we gingen slapen of we bleven gewoon tetteren. We hebben ons echt goed geamuseerd en we kunnen zeker en vast nog vaak samen op reis gaan. Wat we ook van plan zijn. :-)

Skiën (1). Toen het fout ging. En toch weer een beetje goed kwam.

Dag 0: vertrek en aankomst in Gastein

Sofie en ik vertrekken samen naar Gastein. Onderweg beseffen we dat we echt géén idee hebben hoe dat er aan toegaat dat skiën. Hoe dat zit met dat materiaal, hoe de pistes er uit zien, waar je al dat materiaal dan wel moet laten, allez nikske.
Het vertrek in Eindhoven verloopt chaotisch: door een staking van de security staan er gigantische wachtrijen en even dreigt niet iedereen tijdig op het vliegtuig te geraken, of het vliegtuig zou moeten wachten want werkelijk de helft van de groep staat nog in de rij. Maar het komt goed. Na landing in Salzburg nog een uurtje rijden naar Gastein. Onderweg zien we geen vlokje sneeuw want ook hier is het een warme winter: in het dal ligt geen sneeuw, maar boven wel. We zagen trouwens ook geen bergen en we hadden heel erg warm waardoor we eventjes dachten dat we naar Spanje gevlogen waren, maar we zagen uiteraard geen bergen omdat het donker was :-)

Dag 1:
Een groen dorp zagen we, net als in de zomer, vreemd is dat eigenlijk als je gaat skiën. Boven de wolken lag er sneeuw en was er zon, verzekerden ze ons. Bij het afhalen van onze ski’s meteen pech: we hoorden dat de skileraar ziek was en dat er geen vervanger was, die zou er pas vanmiddag zijn. Bummer: ik ga maar vier dagen skiën en wil er alles uithalen en nu moet ik een ochtend met mijn vingers zitten draaien. Daar had ik geen zin in. Sofie moest reportagekes maken. Een ervaren skiër ging me samen met zijn vriendin meenemen naar boven en me daar wat leren skiën. Kon niet zo moeilijk zijn, verzekerden ze me. Boven (Slossalmbahn II) was het werkelijk spectaculair: stralende zon, uitzicht op een wolkendek waar je zo in wou springen.

Ik had me verwacht aan een mooi oefenpisteke, wat oefeningetjes en zo. Maar eens boven bleek het gewoon een skipiste te zijn. Ze toonden me snel eens een paar dingskes en lieten me starten. Ik moet jullie niet uitleggen dat dat binnen de kortste keren fout ging zeker? Het ging meteen veel te veel naar beneden om maar wat te zeggen. En ook: het is niet omdat ge een goeie skiër zijt dat ge een goede skileraar zijt. Sans rancune naar die mensen hoor, die deden het ook maar uit zeer goeie bedoelingen. Maar daar stond ik dus, bovenop een berg, nul de botten ervaring, met angst voor hellingen. Grmpf.

Na 17 keer vallen en proberen rechtkomen (rechtkomen met ski’s aan is niet gemakkelijk en zeer uitputtend. Ge moet dat eens 10 keer na mekaar doen) had ik door dat het op die manier niks ging worden en dat ik vanmiddag maar les moest volgen. Dus dacht ik: ik maak gezellig een wandelingetje tot aan Angertall, waar we afgesproken hadden die middag. Hoe moeilijk kon dat nu zijn: een wandelingske van een paar kilometer door de sneeuw, ik was toch in goede conditie? Fout dus, skipistes zijn NIET gemaakt om naar beneden te wandelen, dat is behoorlijk gevaarlijk zelfs. Wist ik veel. Op dat moment was ik beter teruggekeerd naar de lift en met de lift naar beneden gegaan maar daar kwam ik pas later achter. Want wandelen op steile skipistes met de meest oncomfortabele schoenen die niet gemaakt zijn om te stappen, maar wel om te skiën, dat is echt niet ideaal (understatement). Neem daarbij dat ge nog twee ski’s draagt en een paar stokken en dat komt niet goed. Om u een idee te geven: mooi hoor, maar niet voor een winterse wandeling.

Enfin, een beetje later kwam een Poolse skiër me te hulp en skiede mijn ski’s een heel eind naar beneden. Hoe die man op zo’n piste overeind kon blijven zonder stokken en met ski’s in zijn handen: dat is me een raadsel. Maar bon, dat heeft dus met ervaring te maken.
Een beetje verder kwam ik een groepje kinderen tegen met een leraar die Nederlands sprak (hoera!), dat was op een veel vlakker pad en daar heb ik zelf een eind mee geskied. Ongelooflijk dat dat lukte eigenlijk. Maar bon, toen het weer meer naar beneden ging lag ik meteen weer tegen de grond en waren de kindjes en de leraar weg. Ik zag Angertall in de diepte liggen maar dat was nog een heel eind. Toen kon ik wel bleiten, eigenlijk. Gelukkig kwam toen Annelies af, ook van de groep, en die nam mijn skies verder mee naar beneden. Ik moest alleen maar die vreselijke botten zien te overleven. Nooit zo blij geweest dat ik een vlag van Nostalgie zag eigenlijk. Ik kwam binnen temidden van de uitzending en zwoor nooit meer die skibotten aan te trekken. Ze hadden zich in de Nostalgiestudio ook nogal zorgen gemaakt precies. Om u een idee te geven: ik ben zo’n drie uur onderweg geweest, heb zo’n duizend meter hoogte en een kilometer of 7, 8 overbrugd denk ik.

Bon. Balen natuurlijk. Half één toekomen, om één uur skiles van de nieuwe leraar. Geen tijd om iets te eten, wel veel water gedronken, ik had een beetje dorst. En iedereen vond het nogal ongelooflijk dat ik nog aan de skilessen begon. Mja, ik wou het wel nog altijd kunnen hé. Doorzettingsvermogen, ja zo ben ik wel. :-)

Dus leerde ik de juiste skihouding, ploegen, ankerliftjes nemen, bochtjes maken. Zoals het hoort eigenlijk. Op het einde van de middag gleed ik probleemloos de babypiste af (want die is er in Angertall wel). En vond ik het zelfs al plezant. Maar ik was wel geradbraakt van mijn ochtendlijke wandeling. De sauna en het bubbelbad deden meer dan deugd. Après-ski: daar had ik geen fut meer voor.

‘s Avonds mochten we wel nog met een stoeltjeslift naar de Bellevue Alm, de oudste hut van de regio. Ook eens leutig.

Statussen van die dagen:
“Heeft nog geen vlok sneeuw gezien, ook geen bergen en heeft het veel te warm. Volgens mij zit ik in Spanje. Ok, de huizen zijn hier wat raar.”
“Denkt voorlopig alleen maar: never again. Ok, dat de skileraar ziek afgehaakt heeft, deed er geen goed aan :-)”
“Een paar uur skiles met een welbespraakte Hollander en het gaat al veel beter. En morgen gelukkig de hele dag les. Nu après ski!”

Lien gaat skiën

Ja, ge leest het goed, Lien gaat skiën. Ik heb dat dus nog nooit gedaan. Of toch niet echt.

Het zit zo: vroeger wou ik altijd al eens gaan skiën. Maar als kind zat dat er niet in: mijn ouders waren niet zo’n sportieve reisgangers. :-) Wel keek ik heel veel ski op tv, ik vond dat heel leuk om naar te kijken. Is het nu daardoor, dat ik me die bewegingen wat kon voorstellen? Alleszins, toen we in het vijfde leerjaar zaten gingen we op schoolreis, en in de namiddag gingen we skiën op borstels ergens ik-weet-nie-meer-waar. We werden opgesplitst in twee groepen: die met ervaring, en die zonder. Na een uurtje werd ik er uitgepikt door de leraar, dat die dat echt niet kon geloven dat ik nog geen ervaring had. En ik mocht nog een uurtje op de hoge piste meedoen. Ik ga er dus gewoon keihard van uit dat ik daar een natuurlijke aanleg voor heb, voor dat skiegedoe en dat ik dat heel goed ga kunnen. (ahum)

De laatste jaren zei het me niet zo veel meer: te koud, te veel gedoe, te duur. Als ik de prijzen hoor: ik ga liever een beetje langer weg in de zomer dan. En de man zou sowieso niet meewillen dus ik zou alleen moeten gaan met de kinderen. Mja.

Maar dus. Een paar weken geleden kreeg ik de vraag van ons Sofie. Dat ze met Nostalgie een reis hadden verloot onder de luisteraars (Nostalski, jawel). En dat zij mee mag als presentatrice. En ze mocht haar lief meenemen, maar die wou onder geen beding mee, want de eerste (en laatste) keer dat ie dat gedaan heeft, heeft ie na twee dagen zijn beide polsen gebroken. Dus ze zocht een vervangster voor haar lief. Na een uitgebreide selectieronde bleef ik als enige kandidate over. En dus mag ik vier dagen gratis ende voor niks gaan skiën. Ik zou moeten zot zijn om dat niet te doen, hé.

Dus verzamelde ik skigerief bij vriendinnen, regelde ik opvang voor de kinderen wanneer de man niet thuis is. En weg zijn we. Overmorgen. We zijn maar een klein beetje nerveus (we, want ik denk dat ik in deze ook voor Sofie spreek). We weten allebei langs geen kanten hoe dat er aan toe gaat. We krijgen allebei al een beetje schrik als we die liftjes zien. We houden ons recht aan de gedachte dat er in ons hotel ook een heel welnesscomplex is.

Al uw goede raad en tips zijn hieronder dan ook welkom.

Lien tweeduizenddertien

Mijn goede voornemens gingen niet samen met het nieuwe jaar, maar begonnen pas in februari. Maar toch, Lien tweeduizenddertien, omdat het rijmt :-)

Dagen zonder vlees
Hoe moeilijk het vorig jaar ging, hoe gemakkelijk het nu gaat. De eerste dagen moest ik weer wat wennen, om niet “uit gewoonte” vlees te eten, geen vlees te proeven als ik er stond klaar te maken voor het bezoek en al. Van vorig jaar herinner ik me vooral de voortdurende opmerkingen en commentaar dat ik krijg. Nu is dat anders: de mensen weten dat al van mij. En zelf ben ik ook beter gewapend tegen commentaar. Of ik laat het gemakkelijker van me afglijden. Waar ik vorig jaar eigenlijk vooral op onderzoek ging in het gamma vleesvervangers heb ik er nu nog geen één keer gegeten. Het gaat eigenlijk zo makkelijk dat ik soms overweeg om nooit meer vlees te eten. Tot ik dan denk aan een lekkere ovenschotel met gehakt of een gehaktbroodje of een pasta carbonara met spekjes. Hmm. We gaan na de 40 dagen proberen streven naar max 2 keer per week vlees, denk ik.

Dieet:
Een dieet gaat eigenlijk heel goed samen met een vleesloze periode. Geen vlees, sporten, veel groenten en fruit, het past allemaal goed in één plaatje. Als ik het één laat hangen, dan volgt de rest vaak mee heb ik al gemerkt. Een echte update krijgen jullie pas na het volgende bezoekje aan de diëtiste.

Lopen
In de maand februari heb ik toch al weer 42 kilometer gelopen. In vergelijking met januari en de maanden ervoor is dat heel goed, want toen liep ik nikske. Ik heb me met mijn verjaardagscentjes nu ook een tweede paar sportschoenen gekocht. De helft van de tijd loop ik in Brussel, de andere helft in Gent. Als ge alles met de fiets en de trein doet en ik de helft van de tijd ook een laptop mee zeul, is het echt wel handig om op de twee plaatsen een paar sportschoenen te hebben. Helaas zijn ze wel niet zo schoon als die van vorig jaar. Dju, daar heb ik al spijt van gehad dat ik die nooit gekocht heb! Doel voor dit jaar: de stadsloop zal niet lukken, maar de midzomernachtsloop zou toch haalbaar moeten zijn.

Linzen en advocado’s
Waar ik een half jaar geleden nog bang was van linzen en advocado’s, ben ik nu dol op linzen. Ik zou ze werkelijk iedere dag kunnen eten. Ik eet ze op alle mogelijke manieren. Soms, als het snel moet gaan, dan eet ik ze uit blik. Minstens even lekker als vers. Sien is daar helemaal dol op. Als ik ze kook, dan kook ik zowat een pak in één keer, ik zet de rest in de frigo en dan doe ik daar de rest van de week vanalles mee. In een ovenschotel. Vermengen met iets als boterhambeleg. Koud in een slaatje. Deze met courgette en tomaat of deze met feta bijvoorbeeld.

Met advocado wil het nog niet zo goed lukken. Ik vind het behoorlijk smaakloos eigenlijk. Al ligt er nu nog ééntje in mijn frigo te wachten om geprobeerd te worden.

Kikkererwten en hummus doen het weer goed in deze vleesloze periode. En Sien is ook dol op hummus. Volgende stap: zelf eens hummus maken, die met rode biet.

Fietsen
Nu mijn auto verkocht is, wordt nu echt alles met de fiets gedaan, goed voor nog meer kilometers. Een beslissing over een nieuwe fiets is er nog niet, maar bedankt voor al jullie suggesties!

Goed bezig dus. Nu volhouden. Voor de rest van mijn leven, liefst :-)

Trots, alweer, ja.

Vroeger was ik grote fan van “Alaska”, op Radio 1. Een uurtje vertelradio, gewoon, rustig, een reportage op de radio. Niks meeslepender dan dat, een goed gemaakte reportage op de radio. Waar ge dingen kunt overlaten aan uw eigen verbeelding. Ik ben nog altijd een beetje heel veel verdrietig dat ze dat programma afgevoerd hebben.

Hier en daar vind je er nog wel iets van terug ja. Zoals het verhaal van Marie-Claire, in 2006 bekroond met de Dexia Persprijs. Zou die prijs nog bestaan, ja?

Er is maar weinig tijd meer voor radioreportages precies, en ik hou net zo van dat genre. En in andere programma’s vind ik mijn gading niet echt.

Maar. Mijn wederhelft maakt voor “Sporza” op zondag radioreportages. Eens de tijd nemen om gedurende 9, 10 minuten naar het verhaal van een sportfiguur te luisteren.

Zoals zondag. Ik ken Will Steveniers eigenlijk niet. Ik ken Didier Mbenga niet. En ik weet eigenlijk niet goed wat er precies fout gelopen is tussen hen. Maar het verhaal sleept je mee. Je moet gewoon verder luisteren. Aandoenlijk. Weet je: luister zelf maar.

Trots op mijn ventje dus, dat hij zulke schone reportages maakt, ja.