Fietsen: een paar tips om te fietsen met kinderen

In navolging van mijn eerder artikeltje over fietsen: nu specifiek over fietsen met kinderen…

Wees een dictator op de fiets. Kinderen. Ik weet niet hoe het met de uwe zit, maar de mijne luisteren echt niet altijd van de eerste keer naar wat ik vraag. Maar in het verkeer is dat duidelijk, er is meteen ingepompt dat er in het verkeer niet onnozel gedaan wordt. Dat ze meteen moeten luisteren naar wat ik vraag/zeg/eis. En ze doen dat (meestal). Ook het vriendinnetje van Janne, dat iedere week mee rijdt naar de balletles, weet dat ondertussen. Het kind stopt meestal niet met ratelen op de fiets, maar als ik iets vraag, doet ze het ondertussen wel meteen.

Let op in de kinderen hun plaats. Let niet op de vieze plekken op de gezichten en kleren van de kinderen. Dat zijn details. Duizend ogen moet je hebben in het verkeer. Gefocust en attent zijn. Alle mogelijke situaties kunnen inschatten. De verhalen die mijn kinderen op de fiets vertellen, gaan vaak het ene oor in, het andere oor uit, omdat ik me in de eerste plaats concentreer op het verkeer. Al kan ik beiden ondertussen wel goed combineren, zeker op routes die we vaak doen.

Zeg ook voortdurend aan je kinderen waar ze moeten op letten en leg uit waarom “Hier moet je vertragen, want uit die straat kunnen auto’s komen”. “Altijd aan de rechterkant van de weg blijven, ook in bochten. Elk heeft zijn plaats in het verkeer, dat is ons plaatsje”. Enzovoort. Herhaal dat ook vaak, ja, zelfs iedere dag.

Waarschuw kinderen op voorhand Zeker als je een weg neemt die je nog nooit eerder gedaan hebt. “Straks komen we aan een groot druk kruispunt. Ik wil dat je dan goed oplet en goed luistert naar mij”. Janne antwoordt dan meestal: “Joepie, moeilijke dingen, dat vind ik veel leuker, dat is pas een uitdaging!”

Als het de eerste keer is dat kinderen echt in het verkeer gaan, eens oefenen op een rustig moment, zoals op zondag. Of in de vakantie, dan heb je soms wat meer tijd. En als je een vast traject moet doen, zoals naar school fietsen, vooraf een keertje oefenen in het weekend. Of je kan ook je looptenue aandoen en meelopen, dat corrigeert gemakkelijker. En je krijgt bewonderende blikken op school gratis erbij :-)

2015-06-04_1433400012

Rij naast je kind. Maak je groot. Waar dat niet mogelijk is, stuur ik mijn kind meestal voorop (“Janne, gij eerst, en aan de kant blijven, hé”).

Zorg als een leeuwin voor je kinderen. Eis je plaats op. Ik ga soms echt in het midden van de straat rijden om mijn kinderen te beschermen. Dan moeten de auto’s maar wat wachten of vertragen. En dan lach ik lief naar ongeduldige chauffeurs. En meestal valt het nogal mee met die boze chauffeurs, hoor. Ik vind de automobilisten behoorlijk hoffelijk als ze zien dat ik met kinderen op stap ben. Ze laten me al rapper eens door. Waarvoor dank.

Blijf kalm en beheerst. Niet beginnen gillen als het niet nodig is. Als je zelf met schrik fietst, ga je dat zeker en vast over zetten op je kinderen. En dat is zeker en vast nergens goed voor. Daarom: ga zelf ook meer fietsen zodat je meer ervaring krijgt. Pas op, soms roep ik ook in het verkeer. Maar dat is dan enkel als het echt nodig is en ik wil dat ze meteen stoppen. En dat is niet altijd op mijn dochters bedoeld. :-)

Door kinderen zo vroeg in het verkeer te gooien, kweek je weerbaarheid en krijgen ze geen onnodige angsten. Later leren fietsen is veel moeilijker dan er vroeg aan beginnen.

Voor beginnende fietsertjes kan ik ook de follow-me aanraden. Je kan ze dan deels zelf laten fietsen, deels aan jouw fiets koppelen. Ik schreef er al eerder over.

Dat klinkt allemaal heftig en al, maar hé, dat gaat heel goed hier. Enkele dagen geleden reed Sien voor het eerst helemaal alleen naar school. En ze deed dat prima!

En zo fietste de ieniemienie ook helemaal alleen naar school. #sien90210 #bike #fiets #korteritten

Met tijd en geduld kun je de grootste apen van kinders veilig leren fietsen. Ik ken er zo :-)

En onthou wat de juf van Janne zegt: “Ideaal fietsen nu. De auto’s staan toch stil.” Heerlijk.

Fietsen: tips & tricks (1)

Oké, ja, wie me een beetje kent, weet ik een beetje fietsgek ben. Zeker in de stad doe ik alles liever met de fiets dan met de auto. Ook met de kinderen, ja, die zijn ondertussen al gebrainwashed door mij. “Ja, fietsen is veel gezonder hé, dan zo in de auto zitten. Wij doen ondertussen ook aan sport hé, mama!” en ook: “Wij zijn veel sneller hé, mama, want wij moeten niet in de file staan en geen parkeerplaatsje zoeken.” Of ook wel: “Wat wij doen, is goed voor het milieu, hé”. Ha!

Ik probeer daarin aanstekelijk te zijn voor mijn niet-fietsende vrienden, maar waar ik nogal aanstekelijk lijk te werken voor bijvoorbeeld lopen, lijkt dat minder goed te werken voor fietsen. Helaas. Want fietsen heeft een pak voordelen. En we denken tegenwooridg toch allemaal ecologisch? Allerlei excuses komen dan op tafel waarom fietsen niet lukt, maar heel vaak merk ik dat het een beetje angst voor de fiets in het verkeer is. Het verkeer, waar zij als auto uiteraard ook deel van uitmaken. Bang met kinderen, maar even goed zonder kinderen.

Daarom geef ik als jarenlange expert in het (stads)fietsen graag een paar tips & tricks mee.

1. Zorg dat je gezien wordt En daarmee bedoel ik niet dat je als een flikkerende kerstboom door de stad moet rijden. Pas op, ’s winters als het donker is zal ik dat wel doen, lichtjes overal en fluohesjes aan. Maar op een heldere dag zie ik het nut van een fluohesje niet in. Uiteindelijk rij ik meestal als het licht is. Maar wat ik wel bedoel is: maak je groot en zorg ervoor dat de chauffeurs je zien.

2. Maak oogcontact met de andere verkeersdeelnemers (zowel automobilisten, fietsers, voetgangers dus). Een hele belangrijke dat. Je bent pas zeker dat ze je gezien hebben als je oogcontact maakt met de andere. Aan de blik/gebaren van de andere chauffeur kan je vaak ook uitmaken of je kan doorrijden of beter meteen stopt. Als de blik stuurs is en ze kijken je niet aan: stop dan maar beter. Krijg je een knikje of teken: steek dan in alle veiligheid over. Als je twijfelt kan je maar beter stoppen. We nemen geen risico. De oogcontactregel is er éne die ik zowel met de auto, fiets als voetganger gebruik.

3. Maak zelf ook duidelijk wat je wil/gaat doen. Uw ogen kunnen boekdelen spreken. “Ik eerst!” bijvoorbeeld. Of “Pas op, er fietsen kinderen naast mij”. Ja, ik kan dat allemaal zeggen met mijn ogen, ja. Met mijn indringende fietsblik. Als dat niet lukt, begin ik wel te zwaaien. Pas in laatste instantie begin ik te roepen.

4. Wees assertief, maar beleefd. Eis uw plaats op in het verkeer, echt, je bent een volwaardige gebruiker van de weg. Maar als er u een vriendelijke automobilist doorlaat, ook als je eigenlijk geen voorrang hebt, zeg dan zeker “Bedankt”. Steek uw hand eens op, geef een vriendelijk knikje. Dan doen ze dat de volgende keer misschien opnieuw. Is het niet voor u, dan wel voor een andere fietser. Een vriendelijk gebaar, iedereen wordt er beter van.

5. Drukke wegen? Dat is omdat je je concentreert op de route die je normaal neemt met de auto. Kijk eens op de kaart of zo en zie dat er veel betere/veiligere alternatieven zijn. Die veel aangenamer fietsen. Soms zonder auto’s zelfs. In Gent heb je een aantal fietssnelwegen (Melle/Merelbeke, Wondelgem, …) Wedden dat je sneller bent dan met de auto?

6. Ver? Zie hierboven. Het is niet omdat je met de auto de hele stad moet rondrijden dat je dat met de fiets moet doen hé. Shortcuts. Lekker binnendoor. Je ziet nog eens iets leutigs. Heerlijk. Het is niet omdat het met de auto ver is, dat het met de fiets ver is.

7. Is het echt te ver? Overweeg dan een elektrische fiets. Ja dat kost wat, maar dat haal je er snel uit. Nu heb ik er geen, dat is wat overdreven voor mijn korte afstanden in de stad. Maar als ik iedere dag 15 à 20 kilometer zou moeten fietsen, ik zou niet twijfelen. Of indien nog verder is een combi openbaar vervoer-plooifiets misschien wel iets?

8. Regen? Dat valt best nogal mee, hoor. Als je ver gaat fietsen, kun je regenkledij kopen. Nooit elegant, maar het hoeft niet duur te zijn (check Hema, Decathlon, …) . Zelf fiets ik meestal niet zo ver en ik gebruik weinig specifieke regenkledij. ’s Morgens kijk ik of het regent en dan kleed ik me daarnaar. Als ik ’s avonds onverwacht met een nat pak thuis kom… tja, dan doe ik gewoon verse kleren aan. Simpel toch?

9. Als je niet gewoon bent om te fietsen, of het is pakweg van je tienerjaren geleden: oefen eerst wat. Ga eens wat fietsen op zondagmiddag of op rustige momenten. Verken de straten, verken de buurten. Verken je fiets en kweek fietsvaardigheden.

10. Ooh ja. Iedere fietsbeurt telt Maar het is niet omdat je meestal met de fiets gaat, dat je het nooit meer met de auto mag doen. Er bestaan altijd omstandigheden waarin het interessanter is om met de auto te gaan. Maar geef toe: soms/vaak zou het toch wel eens lukken met de fiets? Ewel? Waar wacht je op?

En dan hoop ik dat ik een beetje aanstekelijk gewerkt heb. Allez toe. Probeer het eens. Het wordt schoon weer (hoop ik), het is echt dé moment bij uitstek om het een (paar) kans (en) te geven. Echt, ge gaat versteld staan. Het is heerlijk.

Peloton

Allez hop, nog eens de voordelen van fietsen op een rijtje:
1. geen file. Echt, ik word zot van in de file te staan. Nergens voel ik me meer opgesloten als in een auto in een file.
2. geen parkeerplaats zoeken. Tenzij je zo één van die geluksvogels bent die altijd knal voor de deur kan parkeren. Oeps, in de stad kan dat niet.
3. veel goedkoper. Geen parkeergeld, geen benzine, geen verzekering. Tel maar eens op. Voor de prijs van één groot onderhoud van een gemiddelde wagen koop je een degelijke nieuwe fiets waar je gemakkelijk een jaar of tien mee verder kunt. Onderhoudskosten van de fiets zijn verwaarloosbaar in vergelijking met de kosten voor een auto.
4. je kan er geld mee verdienen. Check eens de voorwaarden op uw werk, tegenwoordig kan je vaak fietsvergoeding krijgen. Dubbele winst: minder kosten, meer opbrengsten.
5. je doet er sport mee. Bij mij valt dat nogal mee, maar mijn broer en schoonzus bijvoorbeeld, die fietsen elke dag van Oosteeklo naar Gent (25 kilometer enkel) (met een elektrische fiets). Mijn broer is 15 kilogram afgevallen sedert hij dat doet.
6. oh ja, het is ook nog goed voor het milieu. En voor de leefbaarheid in de stad. Ook niet onbelangrijk!

Dit was deel 1. Binnenkort een paar tips over fietsen met kinderen.

Run&Bike: verslag

Vorige zondag dus Run & Bike. Op het laatste moment toch een vestimentaire switch: als vrouw van de presentator (ikke) en als vrouw van de organistor (één van de organisatoren, allez)(Griet) voelden we ons min of meer verplicht om met het t-shirt van de Haven Gent te lopen.

En op het laatste moment ook nog een fietsswitch want de band van de oefenfiets had het begeven. Maar helemaal klaar wel hoor, verder.

De start verliep wat chaotisch. De fietsers moesten eerst starten en dat hadden we dus niet afgesproken. Maar ik stelde me iets verderop voorbij de start om te wachten. Maar waar ik vrees voor had gebeurde ook: in het pak lopers vond ik Griet niet meer terug. Gewacht tot alle lopers gepasseerd waren, hoewel ik wist dat ze vrij vooraan stond om te starten. En dan dus oprukken naar voor. Niet evident, tussen zo’n meute lopers. Ik brulde er dus maar op los, maar het duurde een hele tijd tot ik haar vond. Al 8 minuten aan het lopen en anderhalve km ver ongeveer. Ik heb dan maar onmiddellijk overgenomen om te lopen dan want Griet had haar al volledig gesmeten en was wel aan wat rust toe. Toen pas gemerkt dat ik mijn TomTom nog niet aangezet had in die start. Maar mijn Runkeeper app op de telefoon liep wel al. Ik heb dan ook eerst bijna 8 minuten gelopen tot aan de volgende biep. Maar vanaf toen waren we goed vertrokken.

Onze wissels om de vijf minuten liepen heel gesmeerd, een mooie routine. Heel wat lopers keken daar echt van op. Bliepke ging af, fietser naar voor, afspringen, verder lopen met fiets, loper komt erbij, “GO” roepen en loper weg. Het maakte nogal indruk. Maar één keer een klein probleemje gehad. Die vijf minuten waren ook heel goed. Vijf minuten alles geven, dat is goed vol te houden. En dan vijf minuten recupereren.

Je ziet dat ook heel goed aan mijn hartslag. Tijdens het lopen ging die ergens tussen de 160 en de 180. Op de fiets zakte die naar rond de 120 of lager.

Run&Bike1

Een overzicht in zones leverde het volgende op: 37% in easy en 12% in fat burn zone, dus dat is 49% van de tijd niet echt vermoeiend hé.

Run&Bike2

De meesten run & bikers wisselden minder vaak van fiets, tot zelfs maar om het half uur. Maar volgens ons konden we daar geen tijdswinst mee maken. En neen, met de overstap van fiets verloren wij geen tijd.

Alleszins, we hebben enorm genoten van het parcours. Door de metershoge schroothopen (er lagen daar stukken trein in!), langs het water, begeleid door een boot. Langs reusachtige containers. Over de parking van de Honda. Maar vooral door de productiehal van Volvo. Dat was echt vree de moeite. Ik ben benieuwd naar de foto’s van daar.

We kwamen aan in 1:46:24. Gemiddelde pace 5:08. Dat is ruim een minuut sneller dan ik anders loop. Griet en ik deden ongeveer hetzelfde tempo, zij was misschien iets sneller maar niet heel veel. We konden dat gedurende de wedstrijd mooi opvolgen door de Tom Tom Multisport die op het stuur gemonteerd stond.
Die tijd, dat is bijna een half uurtje rapper dan dat ik die ooit liep in Brussel (2:12). We hadden het er ook regelmatig over: respect voor diegenen die een halve marathon aan dat tempo kunnen uitlopen, wij zouden het alvast niet kunnen.

Oh, en weet je wat nog het strafste van alles is? We hebben zowaar de tweede plaats behaald bij de Run & Bike vrouwenteams! Oké, er waren wel maar 7 vrouwenteams, maar toch! Ik denk dat het zowel voor Griet als voor mij ons eerste (en laatste?) medaille ooit is. Enfin, niet dat er een ceremonie voorzien was hoor. Spijtig, want Peter deed de prijsuitreiking :-)

Volgend jaar? Zeker opnieuw, zelfde team. En echt waar: ik kan jullie dat eens aanraden zo’n run & bike. Een heel apart avontuur.

Fietsen en zingen

Fietsen met kinderen in de stad. De normaalste zaak van de wereld, vinden wij.

Peloton

Op woensdag moet het vaak nogal rap gaan. School is uit om twaalf uur en om 13.15u moeten Sam en Janne al in de balletles zijn. Soms gaan we thuis eten maar dat is ook haastwerk. Dus gaan we vaak eten met de kinderen Met Lise, Sam en Milo. Twee vrouwen, vier kinderen tussen bijna 4 en 6,5 jaar. We gaan dan naar de Brooderie. Ze hebben daar vreselijk lekkere spaghetti en na een simpel telefoontje van ons zetten ze die gewoon voor onze neus neer om 12.15u. Geweldig is dat. Ode aan de Brooderie!

Marbels

Daarna gaan we met vier kinderen richting dansles. Waarvan drie fietsende kinderen. Door het centrum van de stad en een drukke winkelwandelstraat. Ge moet dat wel wat dirigeren. Laat dat nu net zijn waar Lise en ik samen heel erg goed in zijn. Elk heeft zijn rol: ik doe de kop, ik bepaal de weg, zo kunnen de kinderen me volgen. Ik maak ook veel lawaai, want met zo’n treintje door de stad rijden, met voetgangers die niet altijd even goed opletten, het vergt enige concentratie. Pas op, het is niet alsof wij fietsterroristen zijn hé: wij rijden alleen waar wij mogen rijden en door de winkelwandelstraat rijden wij traag, zoals het hoort. Maar we maken de mensen er wel attent op dat er een paar kleine fietsertjes komen. Lise, die rijdt achterop en die houdt den boel in de gaten. Als er ééntje achterblijft brengt zij die mee. Zeer strak geregisseerd.

Peter, gisteren toevallig vrij en eventjes tijd om mee te komen eten, stond er naar te kijken. Hij vond het een echt spektakel. Maar bon, zo speciaal is dat nu ook weer niet, er zijn mensen die dat dagelijks doen. Wij willen gewoon ons stadskinders van kleins af aan leren hoe het is om door de stad te rijden. En niks is beter dan de praktijk!

Trouwens: al die regen van de laatste weken: die van mij vinden dat niet erg. In plaats van te zeuren over de regen, beginnen wij te zingen. Hoe harder het regent, hoe meer wij zingen op de fiets. Bekijks hebben we wel, maar dat trekken we ons niet aan. Zingen is de beste manier om vrolijk te blijven, toch?