Het kippensoepincident

Op woensdagmiddag gaan wij meestal een spaghetti eten in de Brooderie. Maar vorige week waren ze bezig dat ze de spaghetti een beetje beu waren, dat ze nog eens thuis wilden eten en wel kippensoep. Want kippensoep, dat vonden ze het lekkerste in de wereld.

Geen probleem, ik zou de week erna voor kippensoep zorgen. Een week aan een stuk werd er gezeurd om kippensoep. Ja, er werd zelfs afgeteld naar woensdag, want dan kregen ze eindelijk kippensoep. Ik om verse groentjes, zette zelf mijn vegetarische soepprincipe opzij. Meestal maak ik vegetarische soep en gooi er al eens ballekes bij voor de kinderen. Maar deze keer volgde ik exact het receptje van Jeroen Meus. Ik sneed de groentjes ultrafijn, echt zoals het hoort. En het moet gezegd worden: de soep was heerlijk.

Als ge nu dacht dat mijn kinderen er uitgebreid zouden van eten: wrong thinking. Toen ze voor hun doen klaar waren, was er eigenlijk amper iets uit hun tas verdwenen. Terwijl de andere twee kinderen aan tafel hun kom leeg gegeten hadden en zelfs bij gevraagd hadden. Goed etende kinderen, die hun bord zonder zeuren leeg eten, zeggen dat het lekker is en zelfs nog bijvragen: ik kan daar waarlijk heel jaloers op zijn.

Kijk, normaal gezien dwing ik mijn kinderen niet om hun bord leeg te eten, want dat zou allemaal niet goed zijn in de strijd tegen obesitas. Niet te veel aandacht aan besteden en al. We moedigen hen aan om hun kleine porties op te eten, belonen al eens met stickers als ze al op zijn minst geproefd hebben want meestal zeggen ze al dat ze iets niet lusten zonder dat ze het geproefd hebben.

Maar gisteren moesten ze van mij hun kom leeg eten. Bij Sien heeft dat héél lang geduurd en ik heb haar zelfs efkes buiten gezet omdat het me allemaal te veel werd (het was niet koud en het regende niet). Janne moest eerst naar de balletles en daarna heeft ze, ook zwaar tegen haar zin, de soep binnen gelepeld. Wat zeg ik: ik heb mijn zesjarige gevoederd als een baby.

Gek word ik daar soms van, van die niet-etende, niet-proevende kinderen. Ik heb al zo veel geprobeerd. Meestal ben ik daar vrij relax in en denk ik dat ze zichzelf wel niet zullen uithongeren. Andere momenten twijfel ik daar aan, want ze eten echt weinig. En het is niet zo dat ze veel koeken of zo tussendoor krijgen, of toch alleszins niet meer dan andere kindjes. Maar ze blijven volgens mij wel daarop overeind.

Zelf eet ik heel graag en euh heel veel, ik ben meer op dieet dan niet. Ik eet vrij gezond, maar als ge mij laat doen: veel te veel. Als kind viel dat ook nogal mee, volgens mijn moeder. Peter was dan weer een ramp om te eten als kind, heb ik altijd gehoord. Dat is ondertussen ook helemaal gekeerd, al is Peter meer liefhebber van de klassieke (ongezondere) keuken.

Een paar uur later zei Janne dat ze heel graag stokbrood eet met kippensoep van de winkel. Argh!! Als het van de winkel komt, vinden ze het altijd beter. Als ik lasagne maak, trekken ze er hun neus voor op. Als het uit zo’n vies bakske uit de winkel is (vol paardenvlees), dan lepelen ze dat uit. Pas op, het is ook niet dat ze dan zo veel eten hé. Ze delen dan één portie. Ze zeuren zich te pletter om frietjes en als het er op aankomt eten ze er vijf. Of tien. Als we spaghetti gaan eten met Sam en Milo eten zij elk een kinderspaghetti en eten ze de rest op van de kinderspaghetti van Janne en Sien, die er samen één delen. Ik wil maar zeggen hé. Janne is 6 jaar en weegt momenteel 16.5 kg, Sien is 4 jaar en weegt 12.5 kg. En ja, ze zijn klein, maar toch, dat is echt niet veel, ver ver onder het gemiddelde.

Gelukkig kon ik al eens mijn ei kwijt op Moeder Facebook, waar ik duidelijk niet alleen ben met dat probleem.

En mijn telefoon, die wou de hele dag kippenseks schrijven in plaats van kippensoep. Dat is blijkbaar ook nog niet zo gek nog niet, want dat is een datingsite voor biologische kippen van VELT.

Loopdilemma

Loopdilemma’s. Ik ben al een tijdje weer goed aan het lopen, dus dan heb ik doelen nodig om naar toe te leven. Na de geslaagde deelname aan de Brugge Urban Trail wou ik ook wel mee doen aan die in Antwerpen, maar het bleek het enige weekend voor een weekend met de vriendinnen aan zee. Een mens moet keuzes maken, hé. Volgend jaar misschien, want urban trails zijn de max.

27 april staat alvast met stip in de agenda aangeduid staat als loopdag… Ik loop (en blog) dan eigenlijk zo goed als exact tien jaar, dan moet ik toch meelopen aan een evenement? Alleen, welk evenement?

Vorig jaar passeerden we die dag een halfuur voor de Kennedytunnel afgesloten werd voor de Antwerp ten miles. Het kriebelde enorm, ik wou meelopen, maar dat ging niet die dag. In 2005 liep ik die al eens mee. Geweldig was dat. Er werd toen nog niet door de Kennedytunnel gelopen, maar dat zou ik echt graag eens doen.

Alleen, die dag is er ook havenloop in Gent. Georganiseerd door goede vriend des huizes Johan. De eerste editie en er zal een hoop volk meedoen dat ik ken. Je kan er verschillende afstanden lopen: 5, 10 of 21 km, door de haven van Gent. Vlak bij de deur. Lijkt me ook heel leutig.

Moeilijke keuze dus, twee leuke loopevenementen op één dag. Maar wat nog meer is: Anja, een ex-collegaatje, heeft me gevraagd om mee te lopen met de Antwerp Ten Miles ten voordele van de Vereniging Voor Autisme. Ge weet, mijn zusje had autisme, dus dat ligt me nauw aan het hart. Wat nog meer is: mijn zusje zou twee dagen erna 40 jaar worden. Misschien is dit wel een mooi eerbetoon aan haar… Dan ga ik hier ook wel vragen om sponsoring, dat wel :-)

Combineren, de 5 km in Gent om 12.15 uur en dan om 15 uur starten in Antwerpen? Zal toch wat krap en veel worden, denk ik. Hoewel er in drie waves gelopen wordt in Antwerpen, als ik in de laatste wave om 16 uur zit… :-)

Zeg het mij eens, wat jullie?

Sien vier

Dit weekend was Sientje jarig. Maar eerst gingen we op halfjaarlijkse trip naar Rijsel met de vriendjes.

Het was een bewogen weekend, waarin we eerst met onze auto echt knal in een betoging reden. Het is te zeggen: we stonden voor het rode licht, de betogers kwamen van de ene kant, de politie van de andere kant. Leutig. Beste methode om een betoging te ontbinden is trouwens beginnen speechen. Tegen het einde daarvan stond er nog twintig man of zo.

Bij terugkomst bleek dat er iets mis was gegaan met de Collect&Go bestelling. Plezant, op zaterdagavond om 19 uur merken dat ge niks in uw kot hebt en de volgende dag een tiental mensen moet voorzien van eten en drinken. Om 19.30 stond ik in de Colruyt voor een race door de winkel, gelukkig wist ik goed wat ik nodig had aangezien het lijstje al gemaakt was.

De week ervoor was er al een feestje met de meter en de peter van Sientje trouwens, want de meter die zat de week erna in Marokko.

Maar zondag mocht Sien dan echt vier kaarsjes uitblazen.

Zondag 9 februari, ook de dag dat de man en ik eindelijk een volwassen relatie hebben!

En volgende zondag is er nog haar feestje voor de vriendjes. Er mogen zoveel vriendjes komen als ze oud wordt, dus in dit geval nodigt ze drie klasgenootjes en vriendje Myrddn uit. Ik vind het een beetje een gek idee om alleen klasgenootjes te vragen (wij vragen toch ook niet alleen collega’s uit op ons feestjes?) dus hier mogen ze vragen wie ze wil, ook buiten de klas. Al moet er natuurlijk wel een maximum op staan :-)

En dan is het weer efkes gedaan met de festiviteiten.

500 km per jaar: januari

Januari zit er op en het was een sportieve maand.

In totaal deed ik 10 looptrainingen, goed voor 48.23 km. Eerste maanddoel gehaald dus want als ik iedere maand zoveel loop haal ik die 500 km vlotjes. Maar we kunnen maar beter wat speling hebben, nietwaar? Gemiddelde snelheid 8.7 km per uur. Een snelheidsduivel zal ik wel nooit worden.
We zijn in Endomondo met drie die echt streven naar dat doel. Annelyse reken ik niet mee, voor haar is dat een makkie. Maar Mikaël, Isabelle en ik zitten op schema. Voor diegenen die nog willen aansluiten: welkom. Je kan makkelijk je trainingen importeren, zeker ook bv vanuit Garmin.

Daarnaast kwam ik ook op het idee om te beginnen zwemmen. Om meer sport te doen en mijn armen wat te trainen. Ideaal eigenlijk: lopen en zwemmen afwisselen, zijn toch verschillende sporten voor verschillende spiergroepen. En zo kan mijn lijfje dat perfect aan. Het is soms kunst- en vliegwerk om dat allemaal ingepast te krijgen en zo ga ik al eens zwemmen op een vrijdagavond om 21 uur. Met dank aan de man die dat niet erg vind dat ik dan vertrek voor een zwemuurtje. En met dank aan de Gentse zwembaden dat die zo lang open zijn. Ik wissel af tussen het Van Eyck zwembad (ik ben een beetje verliefd op dat zwembad) en de Rozebroeken (overdag, en zo zwem ik ook eens in een vijftigmeterbad)

Ik deed dus ook tien zwemtrainingen. Ik zwom meestal 1 km per training, 40 baantjes vind ik wel genoeg. Behalve die twee keer dat ik form was en ik 50 baantjes zwom. 10,5 kilometer dus.
Ik zwem altijd schoolslag eigenlijk. Ik vind dat wel leuk, maar dat gaat traag natuurlijk. Ik vind dat niet lastig, ik kan dat gewoon blijven zwemmen. Ik zou misschien wel eens beroep willen doen op een zwemleraar om mijn schoolslagtechniek weer eens wat op te poetsen en meer nog: me crawl te leren. Volgens mij kan je daar meer conditie mee kweken. Als er iemand is die een goeie leraar weet?
Ah en zo heb ik samen met Nadine ook een zwemchallenge lopen: 50 km zwemmen per jaar. Daar zit ik vlotjes voor op het schema :-)

Verder heb ik ook nog geskied maar dat heb ik niet in Endomondo gestoken omdat ik werkelijk geen flauw benul heb van het aantal kilometers. En verder fiets ik nog dagelijks. Gewone verplaatsingen steek ik er niet in, maar ik ga wel beginnen verre extra fietsverplaatsingen er in te steken.

Zo deed ik maar liefst 23/31 dagen sport. Ik ben benieuwd hoe lang ik dat kan volhouden. Mijn lijf houdt dat vol hoor, mijn agenda dat is wat anders. Want ge moet het wel echt inplannen, anders lukt dat niet. Ach ja, het is een beetje zoals deze slogan zegt hé.

Bon, voorlopig resultaat op de weegschaal: drie kilo minder. Want ja, daar doen we het toch voor. Het mocht meer zijn, maar ik ga er gewoon hard van uit dat ik keiveel spieren gekweekt heb deze maand :-)

Nu weekend en drie keer een etentje. Niet zo goed voor mijn weegschaal :-)

Skiën (2). Toen het goed kwam. Of toch weer een beetje fout ging.

Dag 3:
Die nacht is er heel veel sneeuw gevallen en ook het dorp ligt nu wit. Ter vergelijking: het verschil met de dag ervoor.

Sofie moet niet meer werken en krijgt nu les van Stef, waar ik me bij aansluit. Met twee is gezelliger dan alleen. We luisteren goed naar de leraar, we leren veel bij. Op het einde van de voormiddag gaan we een blauwe piste af (B23). Is eigenlijk een weg in de zomer en het enige vervelende aan deze piste is dat ze in het midden een heel stuk vlak is, waar je dus niet kunt glijden maar waar je meer moet schuiven en steken. Waar Sofie meer talent heeft voor het skiën, blijk ik uit te blinken in dat sneeuwschuiven. Volgens mij is langlaufen meer iets voor mij, bedenk ik me, want ik vind dit leuk en Sofie vindt het vreselijk.
Vlak voor het stapstuk kijken we achterom, we zien een skiër komen. Plots verdwijnt die in de afgrond en wij schieten een beetje in paniek. Maar bon, wat wij de afgrond vinden, dat is blijkbaar ook een stuk skipiste.

In de namiddag geen les maar we glijden keer na keer die blauwe, makkelijke skipiste af. En dat gaat best wel vlotjes, ondanks dat het hevig sneeuwt. Ja, ik vind het zelfs al een beetje leuk. Maar ik zou het graag gewoon al kunnen, en de fase van het leren overslaan.

Dag 4.
We staan vroeg op want we worden om 9 uur op de berg verwacht voor ons volgende skiles en technieker Bas is naar huis, die kan ons niet meer naar boven rijden. Maar goed, we zijn er. We glijden om op te warmen een paar keer de babypiste af. En nemen vervolgens een stoeltjeslift naar boven. Het plan is om stukken blauwe en rode piste te combineren. Blauwe pistes gaan vlot maar die hebben vaak als nadeel dat ze niet zo breed zijn en al snel een beetje saai worden. Rode stukken zijn, wat mij betreft, meteen al te steil. De eerste stukken gaan behoorlijk goed, ik val maar één keer. Maar dan wordt het steiler. Voor mij echt een mentale barrière, want ik heb hoogtevrees. En snelheidsvrees. Ik doe het, maar ik heb het er zéér, zéér lastig mee. Bovendien gaat alles sneller, moet je alle techniek die uitstekend gaat op de trage pistes, plots beter uitvoeren. Vraagt enorme lichaamsbeheersing en coördinatie. Twee dingen waar ik niet zo goed in ben, wat op de makkelijke stukken als automatisch gaat, sla ik hier volledig in de knoop. Niet goed voor het zelfvertrouwen en ik val meer en meer. Maar bon, ik doe het toch maar en ik ben ergens wel trots op mezelf dat ik het gewoon doe. Maar anderzijds: het geeft me geen bevredigend gevoel, ik word er niet bepaald gelukkig van. Te snel, te steil, de mentale barrières: ik word er echt niet blij van.

Als laatste doen we de blauwe piste van gisteren, maar nu gaan we ook die afgrond in. Eigenlijk wilde ik deze echt niet meer doen. Maar Sofie was al ongeveer beneden en de skileraar overtuigde me. Ongeveer even steil als de rode piste maar veel smaller en ijziger. Ik val continu. Ondertussen vind ik vallen niet meer erg, ik doe me toch geen pijn, en daar zijn geen afgronden meer langs waar ik naar beneden kan toeteren. Maar ik vraag me af waar ik mee bezig ben, want op dit moment vind ik het echt niet leuk meer. Te moe en mijn lichaam slaat in de knoop. Skiën is niet echt iets voor mij, vrees ik.

Wel leuk: skileraar Stef neemt ons mee naar de hut van zijn schoonvader met de sneeuwscooter. Sofie kan dan misschien beter skiën dan ik, het is toch een wonder dat ze heelhuids thuis is geraakt. Hier zien we haar in haar pogingen om van de scooter te geraken.

Na de middag ga ik niet meer mee: ik hou Sofie op, en ik heb het volledig gehad met dat skiën en mentale barrières doorbreken. Ik glij nog twee keer de babypiste af en dat was het. Ondertussen ging Sofie naar boven en beleefde daar ook niet meer zo’n fijne ervaring met veel te veel ijs en een leraar die gevallen was en een oude kwetsuur weer erger gemaakt had. En dus hebben we er alletwee genoeg van. Om 14 uur keren we al terug naar het hotel om ons alweer in de sauna te placeren.

Dat ik me gesmeten heb en niet bang was om te vallen, dat ziet ge aan mijn rechterbeen: bont en blauw. Dat komt omdat mijn bochten naar links altijd mislukten peisk. Pas op: op het moment zelf heb ik nooit pijn gehad. Achteraf ook niet, tenzij ik er op sta te duwen. Ik heb de blauwe plekken enkel visueel vastgesteld eigenlijk.

Neen, dat is ook niet van het apres-skiën. Dat hebben we namelijk volledig aan ons voorbij laten gaan. Sofie en ik, de rest van de groep heeft er zich wel eens een keertje in gesmeten :-)

Dag 5
We gaan niet meer skiën: vooral omdat we maar een halve dag hebben en we niet meer kunnen douchen. Ik ook omdat ik er genoeg van heb, omdat ik gewoon denk dat het niks voor mij is. We gaan wel naar het skistation Angertall, het sneeuwt echt ongelooflijk hard. We gaan helemaal naar boven, omdat we daar naar een brug wilden kijken, maar aangezien de zichtbaarheid daar maar 5 meter was hebben we helemaal niks gezien. Behalve ouders die hun kindje van pakweg van 3, tutter in de mond, mee genomen hadden naar boven en ze dat ventje blijkbaar naar beneden wilden laten skiën. Gelukkig hebben ze zich bedacht, we waren al half in shock, wij. Terug naar beneden. Als ik de skiërs zo schijnbaar op het gemak de rode pistes naar beneden zie komen ben ik daar toch wel wat jaloers op. Ik zou dat ook willen kunnen, waarom beperken die barrières in mijn hoofd mij zo?

Slotsom:
Ik ben nu wel gaan skiën, maar ik weet nog steeds niet of het iets voor mij is. Misschien moet ik het nog eens proberen. Misschien ging het allemaal wat te snel voor mij. En eerst nog wat les volgen in de skihallen in de buurt. En daar misschien ook nog lessen volgen. En dan alleen maar blauwe pistes, kilometers en kilometers blauwe piste. Misschien dat er dan wel een klik komt? Ik weet het niet.

Ik zou het graag echt kunnen. En een leraar vinden die me over mijn angsten heen kan zetten.

Maar het kost allemaal zoveel geld. Ik ben er duidelijk (nog) niet aan verslingerd, kan ik er dan wel zoveel geld aan geven? Zo’n privé leraar is allemaal prima en ideaal en zo, maar die tarieven… Als ik nog eens gratis kan gaan skiën zal ik niet twijfelen, of als ik een schoon aanbod vind ook niet. Maar anders…

De kinderen? Ik weet het zo niet, het lijkt me nu een ongelooflijk gezeul om met kinderen te gaan skiën. Ik moet nu al hun boekentassen dragen als ik van school kom met hen, als ik daar ben mag ik dus sleuren met eigen skies, eigen materiaal en de skies en het materiaal van de kinderen. Ik denk dat ik ga wachten tot ze wat groter zijn en ze dan gaan meesturen op wintersportvakantie met het één of het ander zodat ze er ook eens van kunnen proeven.

Maar bon, het was eigenlijk wel een ongelooflijk toffe ervaring. Op reis gaan met een groep mensen waarvan je er maar eentje kent. Eigenlijk twee, met de technieker van Nostalgie heb ik nog in de eerste kleuterklas gezeten, ha! OK ja, en ook Stefan Ackermans, presentator bij Nostalgie. In mijn jonge tijd was ik zwaar fan van de Afrekening, dus ik ging een beetje met een jeugdheld op reis. Bleek het nog een toffe kerel te zijn ook.

Gastein is een heel leuk skigebied met heel veel mogelijkheden. Allemaal vreed in orde. Als ik nog eens zou gaan skiën zou ik zeker naar Gastein willen terugkeren. In Gastein valt veel te beleven en ik mocht daar allemaal van proeven. Heerlijk was dat!

En met Sofie op reis gaan, dat was geweldig. We kennen elkaar al een paar jaar goed, en nu nog veel beter. ‘s Avonds in bed moesten we echt zeggen dat we gingen slapen of we bleven gewoon tetteren. We hebben ons echt goed geamuseerd en we kunnen zeker en vast nog vaak samen op reis gaan. Wat we ook van plan zijn. :-)

Skiën (1). Toen het fout ging. En toch weer een beetje goed kwam.

Dag 0: vertrek en aankomst in Gastein

Sofie en ik vertrekken samen naar Gastein. Onderweg beseffen we dat we echt géén idee hebben hoe dat er aan toegaat dat skiën. Hoe dat zit met dat materiaal, hoe de pistes er uit zien, waar je al dat materiaal dan wel moet laten, allez nikske.
Het vertrek in Eindhoven verloopt chaotisch: door een staking van de security staan er gigantische wachtrijen en even dreigt niet iedereen tijdig op het vliegtuig te geraken, of het vliegtuig zou moeten wachten want werkelijk de helft van de groep staat nog in de rij. Maar het komt goed. Na landing in Salzburg nog een uurtje rijden naar Gastein. Onderweg zien we geen vlokje sneeuw want ook hier is het een warme winter: in het dal ligt geen sneeuw, maar boven wel. We zagen trouwens ook geen bergen en we hadden heel erg warm waardoor we eventjes dachten dat we naar Spanje gevlogen waren, maar we zagen uiteraard geen bergen omdat het donker was :-)

Dag 1:
Een groen dorp zagen we, net als in de zomer, vreemd is dat eigenlijk als je gaat skiën. Boven de wolken lag er sneeuw en was er zon, verzekerden ze ons. Bij het afhalen van onze ski’s meteen pech: we hoorden dat de skileraar ziek was en dat er geen vervanger was, die zou er pas vanmiddag zijn. Bummer: ik ga maar vier dagen skiën en wil er alles uithalen en nu moet ik een ochtend met mijn vingers zitten draaien. Daar had ik geen zin in. Sofie moest reportagekes maken. Een ervaren skiër ging me samen met zijn vriendin meenemen naar boven en me daar wat leren skiën. Kon niet zo moeilijk zijn, verzekerden ze me. Boven (Slossalmbahn II) was het werkelijk spectaculair: stralende zon, uitzicht op een wolkendek waar je zo in wou springen.

Ik had me verwacht aan een mooi oefenpisteke, wat oefeningetjes en zo. Maar eens boven bleek het gewoon een skipiste te zijn. Ze toonden me snel eens een paar dingskes en lieten me starten. Ik moet jullie niet uitleggen dat dat binnen de kortste keren fout ging zeker? Het ging meteen veel te veel naar beneden om maar wat te zeggen. En ook: het is niet omdat ge een goeie skiër zijt dat ge een goede skileraar zijt. Sans rancune naar die mensen hoor, die deden het ook maar uit zeer goeie bedoelingen. Maar daar stond ik dus, bovenop een berg, nul de botten ervaring, met angst voor hellingen. Grmpf.

Na 17 keer vallen en proberen rechtkomen (rechtkomen met ski’s aan is niet gemakkelijk en zeer uitputtend. Ge moet dat eens 10 keer na mekaar doen) had ik door dat het op die manier niks ging worden en dat ik vanmiddag maar les moest volgen. Dus dacht ik: ik maak gezellig een wandelingetje tot aan Angertall, waar we afgesproken hadden die middag. Hoe moeilijk kon dat nu zijn: een wandelingske van een paar kilometer door de sneeuw, ik was toch in goede conditie? Fout dus, skipistes zijn NIET gemaakt om naar beneden te wandelen, dat is behoorlijk gevaarlijk zelfs. Wist ik veel. Op dat moment was ik beter teruggekeerd naar de lift en met de lift naar beneden gegaan maar daar kwam ik pas later achter. Want wandelen op steile skipistes met de meest oncomfortabele schoenen die niet gemaakt zijn om te stappen, maar wel om te skiën, dat is echt niet ideaal (understatement). Neem daarbij dat ge nog twee ski’s draagt en een paar stokken en dat komt niet goed. Om u een idee te geven: mooi hoor, maar niet voor een winterse wandeling.

Enfin, een beetje later kwam een Poolse skiër me te hulp en skiede mijn ski’s een heel eind naar beneden. Hoe die man op zo’n piste overeind kon blijven zonder stokken en met ski’s in zijn handen: dat is me een raadsel. Maar bon, dat heeft dus met ervaring te maken.
Een beetje verder kwam ik een groepje kinderen tegen met een leraar die Nederlands sprak (hoera!), dat was op een veel vlakker pad en daar heb ik zelf een eind mee geskied. Ongelooflijk dat dat lukte eigenlijk. Maar bon, toen het weer meer naar beneden ging lag ik meteen weer tegen de grond en waren de kindjes en de leraar weg. Ik zag Angertall in de diepte liggen maar dat was nog een heel eind. Toen kon ik wel bleiten, eigenlijk. Gelukkig kwam toen Annelies af, ook van de groep, en die nam mijn skies verder mee naar beneden. Ik moest alleen maar die vreselijke botten zien te overleven. Nooit zo blij geweest dat ik een vlag van Nostalgie zag eigenlijk. Ik kwam binnen temidden van de uitzending en zwoor nooit meer die skibotten aan te trekken. Ze hadden zich in de Nostalgiestudio ook nogal zorgen gemaakt precies. Om u een idee te geven: ik ben zo’n drie uur onderweg geweest, heb zo’n duizend meter hoogte en een kilometer of 7, 8 overbrugd denk ik.

Bon. Balen natuurlijk. Half één toekomen, om één uur skiles van de nieuwe leraar. Geen tijd om iets te eten, wel veel water gedronken, ik had een beetje dorst. En iedereen vond het nogal ongelooflijk dat ik nog aan de skilessen begon. Mja, ik wou het wel nog altijd kunnen hé. Doorzettingsvermogen, ja zo ben ik wel. :-)

Dus leerde ik de juiste skihouding, ploegen, ankerliftjes nemen, bochtjes maken. Zoals het hoort eigenlijk. Op het einde van de middag gleed ik probleemloos de babypiste af (want die is er in Angertall wel). En vond ik het zelfs al plezant. Maar ik was wel geradbraakt van mijn ochtendlijke wandeling. De sauna en het bubbelbad deden meer dan deugd. Après-ski: daar had ik geen fut meer voor.

‘s Avonds mochten we wel nog met een stoeltjeslift naar de Bellevue Alm, de oudste hut van de regio. Ook eens leutig.

Statussen van die dagen:
“Heeft nog geen vlok sneeuw gezien, ook geen bergen en heeft het veel te warm. Volgens mij zit ik in Spanje. Ok, de huizen zijn hier wat raar.”
“Denkt voorlopig alleen maar: never again. Ok, dat de skileraar ziek afgehaakt heeft, deed er geen goed aan :-)”
“Een paar uur skiles met een welbespraakte Hollander en het gaat al veel beter. En morgen gelukkig de hele dag les. Nu après ski!”

Lien gaat skiën

Ja, ge leest het goed, Lien gaat skiën. Ik heb dat dus nog nooit gedaan. Of toch niet echt.

Het zit zo: vroeger wou ik altijd al eens gaan skiën. Maar als kind zat dat er niet in: mijn ouders waren niet zo’n sportieve reisgangers. :-) Wel keek ik heel veel ski op tv, ik vond dat heel leuk om naar te kijken. Is het nu daardoor, dat ik me die bewegingen wat kon voorstellen? Alleszins, toen we in het vijfde leerjaar zaten gingen we op schoolreis, en in de namiddag gingen we skiën op borstels ergens ik-weet-nie-meer-waar. We werden opgesplitst in twee groepen: die met ervaring, en die zonder. Na een uurtje werd ik er uitgepikt door de leraar, dat die dat echt niet kon geloven dat ik nog geen ervaring had. En ik mocht nog een uurtje op de hoge piste meedoen. Ik ga er dus gewoon keihard van uit dat ik daar een natuurlijke aanleg voor heb, voor dat skiegedoe en dat ik dat heel goed ga kunnen. (ahum)

De laatste jaren zei het me niet zo veel meer: te koud, te veel gedoe, te duur. Als ik de prijzen hoor: ik ga liever een beetje langer weg in de zomer dan. En de man zou sowieso niet meewillen dus ik zou alleen moeten gaan met de kinderen. Mja.

Maar dus. Een paar weken geleden kreeg ik de vraag van ons Sofie. Dat ze met Nostalgie een reis hadden verloot onder de luisteraars (Nostalski, jawel). En dat zij mee mag als presentatrice. En ze mocht haar lief meenemen, maar die wou onder geen beding mee, want de eerste (en laatste) keer dat ie dat gedaan heeft, heeft ie na twee dagen zijn beide polsen gebroken. Dus ze zocht een vervangster voor haar lief. Na een uitgebreide selectieronde bleef ik als enige kandidate over. En dus mag ik vier dagen gratis ende voor niks gaan skiën. Ik zou moeten zot zijn om dat niet te doen, hé.

Dus verzamelde ik skigerief bij vriendinnen, regelde ik opvang voor de kinderen wanneer de man niet thuis is. En weg zijn we. Overmorgen. We zijn maar een klein beetje nerveus (we, want ik denk dat ik in deze ook voor Sofie spreek). We weten allebei langs geen kanten hoe dat er aan toe gaat. We krijgen allebei al een beetje schrik als we die liftjes zien. We houden ons recht aan de gedachte dat er in ons hotel ook een heel welnesscomplex is.

Al uw goede raad en tips zijn hieronder dan ook welkom.

Een beetje statistiek

Deze blog is ontstaan toen ik begon te lopen in 2004. Lopen is hier niet altijd een constante, maar lopen komt wel altijd terug. Ik herbegin héél vaak met lopen, zullen we maar zeggen.

De eerste jaren kon ik niet echt registreren hoeveel kilometer ik liep, dus ik hield dat ook niet bij. Ik zou kunnen een schatting maken op basis van mijn blog, maar daar gaan we niet aan beginnen. Vanaf 2009 kwamen er steeds meer betaalbare mogelijkheden en dus sedertdien heb ik een idee hoeveel ik loop.

In 2009 mocht ik iets van Nike testen, toen liep ik met Nikeplus. Vanaf 2010 had ik een Android smarthphone en liep ik met Runkeeper, want Nikeplus bestond niet voor Android. Dus ben ik afgehaakt en niet meer teruggekeerd hoewel ze ondertussen ook op Android draaien. Vanaf 2012 loop ik altijd met Endomondo en dat ga ik voorlopig zo houden. Misschien leg ik in een andere post eens het verschil tussen die apps uit en waarom ik Endomondo de beste vind.

Maar nu tijd voor wat statistiek, aangezien ik al voor zo’n 5 jaren loopgegevens bijhoud.

Gemiddeld heb ik de afgelopen jaren 162 kilometer per jaar gelopen. Dat is gene vetten, maar voor een aantal jaar heb ik een goed excuus: in 2009 was ik zwanger vanaf mei (146 km), in 2010 was ik bevallen en de eerste maanden na de bevalling had ik veel te veel andere dingen aan mijn hoofd ook (138 km). In 2011 liep ik 216 km. In 2012 had ik niet echt een excuus en liep ik maar 137 kilometer, een absoluut dieptepunt. In 2013 ging het beter en liep ik toch 318 kilometer.

Lopen1

Beter, maar toch verre van goed genoeg. Er waren maanden waar ik helemaal niet gelopen heb maar de maand waarin ik het meest liep was april 2013, met 85 kilometer. Ik zat toen in een goeie periode. (Klik op het prentje om groter te zien.)

Lopen2

Doelstelling voor dit jaar is om gemiddeld toch tien kilometer per week te lopen, het hele jaar door. Of ongeveer een marathon per maand. Om zo aan 500 kilometer op een jaar te komen. Voor sommigen is dat een makkie, die hebben een challenge lopen van 1000 kilometer. Of 2000 kilometer. Maar als ik mijn kilometers zie van de afgelopen jaren weet ik dat dat niet realistisch is en dat 500 kilometer op een jaar al een mooi streven is. Ondertussen zijn er nog wat vrienden die dat ook gaan proberen halen: Mikaël, Annelyse (die loopt er wel 1000 hoor), Isabelle en Lies.

Ook interessant is om eens de gemiddelden per maand te bekijken.

Lopen3

Februari-maart en april zijn duidelijk de topmaanden. We kunnen dus spreken van een voorjaarseffect. Een nobel streven naar een strak figuur in de zomer (met zeer beperkt effect, helaas). Zomer en wintermaanden scoren niet goed, maar in het najaar is er ook een opflakkering.

Min of meer constant lopen en niet herbeginnen is de doelstelling voor dit jaar. Met een gemiddelde van 10 kilometer per week.

Wil je meedoen aan de challenge van 500 kilometer per jaar? Maak een Endomondo-account aan en meld je hier aan!

Eén jaar Sleepstraat

Dag op dag één jaar geleden verhuisden we. Een hele zware dag was dat, zowel fysiek als mentaal. Met nog eens duizendmaal dank aan alle helden die ons die dag en de dagen ervoor en erna hielpen.

Maar tijd voor een evaluatie dus. Of ik hier graag woon? Héél graag. Dit huis biedt me wat het vorige huis ons niet meer kon bieden: plaats, véél plaats. Met een balzaal als living. Een creakot waar ik heel veel tijd doorbreng. En binnenkort een bureau voor Peter.

Binnenkort ja, want die ruimte is nog niet helemaal af. Geschilderd en al, maar het is nu wachten op de boekenkast en bureautafel, zodat hij er ook echt kan beginnen werken. Peter zijn bureau heeft ongetwijfeld de grootste transformatie ondergaan in ons huis: het was de zolder, niet geïsoleerd, een duivenkot eigenlijk. Er werd geïsoleerd, een trap verstoken, steviger balken gestoken en een nieuwe vloer. Het zal daar plezant zijn. Peter kan werken met uitzicht over Gent, heel leuk.

Daaronder de kinderkamers. Twee ruime kinderkamers van 15 m². Leuke kamers waarvan ze zelf het papiertje mochten kiezen. Oké ja, ik heb ze een beetje gestuurd richting PIP-papierkes :-) Janne geel, Sientje blauw, hun lievelingskleuren.

Tussen de twee kinderkamers, onder de nieuwe trap zit een kinderbadkamertje, afgewerkt, maar doet momenteel nog niet zo veel dienst. Maar dat zal wel komen, zo met de jaren. Een heel kinderverdiep, ze zijn daar met hun gat in de boter gevallen. En oh ja, ze hebben nu wel elk een kamer, maar ze slapen nog altijd samen, want ze vinden dat gezelliger.


Volgende actieplan: de gang laten schilderen, want dat zalmroze zijn we echt wel beu gezien. Uw tips voor betaalbare goeie schilders zijn hier welkom.

En dan moet er ooit nog een nieuwe badkamer komen. En daarna hebben we nog wel wat plannetjes, want een huis, dat is nooit af, toch?

Een grote tuin hebben we niet, maar dat is niet nodig, ik werk toch niet zo graag in de tuin. We gaan die trouwens ook nog eens ferm opkuisen want momenteel staan er een paar te ferme groeiers in die te veel plaats inpalmen. Maar we hebben een terras in het zonneke waar we echt heerlijke momenten beleefd hebben deze zomer. Met terrasmeubelen waar we ons hoofd over gebroken hebben, maar die echt perfect passen in het tuintje. Zeker sedert we ook een geel bankje hebben, dat staat nog niet op de foto.

De straat? Daar hebben wij geen last van. We hebben heel leuke buren. De tram, die horen wij amper. Kom maar eens af, je zou er zelf van verschieten. Verder heeft de straat veel voordelen: een tram voor een vlotte verbinding met station en centrum, winkels die altijd open zijn en Turkse pizza voor als er volk op den bots komt en niemand heeft goesting om te koken. En ja, er passeren wel eens rare figuren…

Oh, en het zal alleen maar beter worden. In 2014 zal Doknoord echt tot leven komen, compleet met winkelcentrum en al. En misschien nog wel het beste van al: Joris en Lise, ons goeiegoeie vriendjes, die komen gewoon schuin over ons wonen. Hoe wijs is dat niet?

Of ik iets mis aan het huis in de Moestuinstraat? Eigenlijk niet… Of toch wel: mijn goeie douche, da’s al. De Moestuinstraat was wijs, maar de Sleepstraat is de max!

‘t Is hier stil geweest, hé?

Maar geen nieuws is in dit geval goed nieuws. ‘t Was gewoon de traditionele Kerst- en nieuwjaarsdrukte.

Kerstmis, dat vier ik altijd met mijn mama en broer en het was voor de eerste keer bij ons wegens daarvoor een te klein huis. Ik was op alles voorbereid, ja, je kon zelfs naar het toilet gaan in stijl.

Het poppenhuis werd afgewerkt en in gebruik genomen.

Enfin ja, afgewerkt. Ik wil nog een vlaggenlijntje maken en tapijtjes en vanalles en nog wat. Maar daar was geen tijd meer voor. En daarbij, dat is gelijk bij een echt huis: dat is nooit echt helemaal af, daar kun je nog altijd iets aan veranderen of verbeteren.

En zelf kreeg ik ook een fijn cadeautje zodat ik nu ook muziek kan beluisteren in mijn creakotje. Kijkt eens hoe gelukkig ik er hier uitzie!

Kort daarna vertrokken wij weer met wat vrienden op reis. Voor de achtste keer, geloof ik. In een tof huis in de Ardennen. En dan doen wij al eens onnozel, ja.

Ik zette een nieuw haakprojectje in gang. Ik nam al wat voorsprong op een crochet along die nu van start gaat. Ideaal als ge wat nieuwe steken wilt bijleren en uitleg in het Nederlands.

En op de laatste dag van het jaar verloor Janne haar eerste tandje.

En de laatste dag van de vakantie sloten we af met een bezoekje aan het circus. En konden we ook niet normaal doen.

Heerlijk die vakantie. Ze mocht nog wat langer duren :-)