Waar ik voor ga

Er wordt mij vaak gevraagd: “en wat is uw programma?”. Dat is natuurlijk een vraag waar ik niet meteen in twee mooie volzinnen kan op antwoorden.

Ik kan wél zeggen dat ik volledig achter het SP.a-Spirit-programma sta. 428 concrete actiepunten, waar we heel lang en met heel veel mensen – ook met mensen van buiten de partij- aan gewerkt hebben. Maar 122 bladzijden leesplezier vallen niet meteen samen te vatten natuurlijk. Daarom heb ik voor een aantal van mijn favoriete thema’s één en ander op een rijtje gezet

Maar daarnaast heb ik, samen met Aline Maes (plaats 18) en Resul Tapmaz (plaats 26), een programma gemaakt op maat van onze wijken: Sluizeken-Tolhuis-Ham, Waterwijk en Oudburg. Met bijzondere aandacht voor het Baudelopark natuurlijk. Lees er hier meer over.

Mobiliteit

In een stad hebben we het geluk dat we ons gemakkelijk op verschillende manieren kunnen verplaatsen: te voet, met de fiets, het openbaar vervoer, de auto. Alleen… gebruiken we voor iedere verplaatsing wel het juiste vervoermiddel?

De afstanden zijn relatief beperkt dus te voet gaan of met de fiets is meestal haalbaar. We moeten het de fietser echter nog gemakkelijker maken.

  • De belangrijkste fietsroutes tussen het centrum en de wijken moeten afgewerkt of gerealiseerd worden. Een comfortabele en veilige fietsroute is noodzakelijk om mensen op de fiets te krijgen!
  • Meer bewaakte en overdekte fietsenstallingen: niet alleen aan het station maar ook op andere plaatsen waar veel volk komt: het centrum, de centra van de deelgemeenten, sporthallen, … Niemand vindt het leuk om zijn fiets gehavend terug te vinden of nog erger… Helemaal niet terug te vinden!
  • Fietsherstelplaats met goede openingsuren en democratische prijzen. Een goed onderhouden fiets is een veilige fiets en niet iedereen heeft de mogelijkheid en de middelen om zijn fiets thuis te onderhouden.

Ook de voetgangers willen we verwennen: gemakkelijker begaanbare voetpaden, een groter voetgangersgebied en minder auto’s in dat voetgangersgebied.
Als het voor de voetgangers te ver wordt of het weer zit weer niet mee dan is er het openbaar vervoer! We kunnen daar niet ambitieus genoeg in zijn! Het openbaar vervoer moet gratis blijven voor jongeren en indien mogelijk dat nog verder uitgebreid worden. Veiligheid op de bus of de tram is belangrijk maar bewakingscamera’s zijn geen alternatief voor de huidige lijnhelpers. De groene gebieden, industrieterreinen en grote attractiepolen zoals het Arteveldestadion en de Watersportbaan moeten vlot ontsloten worden door het openbaar vervoer. Tenslotte kunnen er twee ringvormige openbaar vervoerassen (op de R4 en de R40) gevormd worden. Dit verhoogt de bereikbaarheid van de verschillende stadswijken en kan de verbinding tussen verschillende deelgemeenten verbeterd worden.

Maar soms heb je natuurlijk een auto nodig. En die geraak je dan niet kwijt. Daarom willen we waar mogelijk buurtparkings inrichten. En misschien heb je wel zo weinig een auto nodig dat autodelen en carpoolen een oplossing kan zijn! Die systemen moeten we ondersteunen en democratischer maken. In en rond de Gentse regio dreigt een onoplosbaar verkeersinfact indien er niet snel tot de enkele grote infrastructuurwerken wordt overgegaan (Dampoort, Handelsdokbrug, Siffertunnel, …) We moeten er op aandringen bij de andere overheden dat die projecten er snel moeten komen!

Voor de kleine kindjes en hun ouders

Het grootste probleem is natuurlijk het aantal plaatsen voor de kinderopvang. Ondanks de moeite die de stad al gedaan heeft om voor extra kinderopvangplaatsen te zorgen, het blijft een enorm probleem. Het lijkt er op dat je al twee jaar voor de geboorte van je kind voor opvang moet zorgen. Maar dat kan natuurlijk niet. Het is dan ook noodzakelijk dat er meer plaatsen komen.

Daarnaast moet vraag en aanbod op elkaar afgestemd worden. Ouders willen hun kindje in de opvang bij hen in de buurt. Of in de buurt van het werk. Onlangs nog startte een nieuw inschrijvingssysteem voor die kinderopvang die vraag en aanbod beter op elkaar moeten afstemmen. Helaas weet je pas 5 maanden voor de opvang nodig is of je kinderopvang hebt en waar. Voor pendelende ouders kan een “pendelkribbe” in of vlak aan het station een handige oplossing zijn!

Initiatieven die voor “occassionele kinderopvang” zorgen moeten ondersteund worden. Voor ouders die werk zoeken of nieuwkomers die Nederlandse lessen willen volgen kan occasionele kinderopvang het verschil maken!

Naar analogie met de parkeerplaatsen voor mensen met een handicap of zwangere vrouwen moeten er in een ondergrondse parking ook een aantal ruimere parkeerplaatsen voorzien worden voorzien van een baby-embleem zodat mensen met kinderwagens en buggy’s meer ruimte hebben om in en uit te laden.

  • Extra ravotplekken in parken en speelpleinen
  • Vrije software en open standaarden

    Gent is een universiteitstad en een vooruitstrevende technologiestad. Zo’n stad mag niet achterblijven als nieuwe technologieën zich aandienen. Over vrije software en open standaarden is het laatste woord nog niet gezegd. Sommige steden maken er in ieder geval met succes gebruik van. Maar wat zijn nu echt de voordelen? En de nadelen? Kunnen we dat implementeren in een stad als Gent? Aanbieden aan de bewoners? Genoeg vragen waarop nog een antwoord moet gevonden worden. Gent moet een voortrekker worden in het onderzoek en het gebruik van vrije software en open standaarden. Daarvoor kan de stad een congres organiseren.

    Wat is vrije software? Wat zijn open standaarden?

    Sporten

    Sporten heeft veel voordelen: het brengt je in contact met andere mensen en het houdt je gezond. Sport brengt een stad in beweging. In een stad als Gent moet er aandacht gaan naar de actieve als passieve sporter, de recreatieve sporter en de topsporter, de georganiseerde als de niet georganiseerde sporter. Sport is een goed middel om de integratie in de maatschappij te bevorderen. Maar ondanks het rijke en diverse sportaanbod blijkt dat de participatie aan sport nog steeds sociaal ongelijk verdeeld is. Senioren, allochtonen, lager opgeleiden doen minder aan sport. Er moet hier nog meer aandacht aan geschonken worden.

    Om mensen aan het sporten te krijgen moet je eerst en vooral goede accomodatie hebben. Meer sporthallen mogen natuurlijk altijd! Liefst op strategische plaatsen in de stad zodat de verplaatsing er naar toe beperkt is. Want geef toe: om in de winter met natte haren nog 5 km naar huis te fietsen moet je zeer gemotiveerd zijn… Mogelijkheden om het sporten dichter bij de mensen te brengen:

    • Sportschuren: fantastisch concept maar misschien nog niet bekend genoeg. Zouden er nog bij kunnen komen?
    • Sporten in de scholen: ‘s avonds staan de sportzalen van scholen leeg.
    • Start-2-Run in het centrum van de stad of de deelgemeenten.
    • Begeleide fietstochten in en rond de stad. Zo leren de mensen ook de mooie fietsroutes kennen.
    • Een voetgangers en fietsersbrug over de Watersportbaan:breng de sportvoorzieningen dichter bij de stad! Bij roeiwedstrijden kan er gesupporterd worden vanaf het bankje
    • De dienstregeling van De Lijn moet beter afgesteld worden op de sportaccomodaties.

    Daarnaast moeten er drinkwaterfonteintjes komen op plaatsen waar veel gesport wordt (aan sporthallen, Watersportbaan, Blaarmeersen). Om gezond te sporten moet je regelmatig drinken!

    Sportclubs hebben veel voordelen:je bent verzekerd, er is een trainer die je kan helpen om beter te trainen. Maar niet iedereen heeft zin om zich aan te sluiten bij een club. Voor de niet-georganiseerde sporter is er de Sportlijn. Deze werkt zeer behoorlijk maar is misschien nog niet bekend genoeg. Ook is er een tekort aan pleintjes. Je moet maar eens proberen een badmintonveldje bemachtigen…

    Fitness spreekt velen aan maar is niet voor iedereen toegankelijk omdat het te duur is. De Stad moet onderzoeken of zelf een fitnesscentra uitbaten haalbaar is. Die fitness moet betaalbaar worden voor iedereen.

    Samen naar een sportwedstrijd kijken kan mensen dichter bij elkaar brengen. We moeten de passieve sporters aanmoedigen om voor de Gentse clubs te gaan supporteren. Topsporters hebben een voorbeeldfunctie voor jonge (en oudere) sporters. Daarom moet topsport blijven ondersteund worden!

    Cultuur voor iedereen!

    Cultuur is erg belangrijk en dient voor alle volkslagen te zijn. Het zet een stad als Gent op de kaart en kan de mensen samenbrengen. Cultuur is een geschikt middel om zich nog meer Gentenaar te voelen! Een aantal voorstellen:

    • Jong geleerd is oud gedaan! Een kortingformule voor grootouders die samen met kleinkinderen naar cultuur gaan
    • Cultuurwaardebons voor alle bewoners, net zoals nu al bij studenten gebeurt. Iedereen moet naar het theater kunnen, musea kunnen bezoeken, deel kunnen nemen aan workshops, van opera kunnen genieten, concerten kunnen meepikken… Samenwerking met scholen is hier ook aanbevolen.
    • Een betere synergie tussen de vele cultuurhuizen die onze stad bezit is ook nodig. Zo kan met een beredeneerde en goed overlegde programmatie iedereen bereikt worden. De grote namen uit de muziek, het theater, de dans, de variété, de musical… laten Gent al te vaak links liggen. Terwijl er voldoende zalen zijn maar die worden niet altijd optimaal gebruikt Het virtueel cultuurcentrum moet daar voor zorgen!
    • Ook dient gezegd dat de nieuwe “Gentse”, weg die de Gentse Feesten zijn ingeslagen zeer goed is. Minder volk, meer kwaliteit, meer denken aan de stadsbewoners, aandacht voor de Gentse verenigingen,…
    • Gent is toonaangevend in enkele subculturen. The Lunatic Comedy Club stond mee aan de basis van de “comedy boom”, Boombal is hier ontstaan, de alternatieve muziekscene kan ondermeer buigen op de Beestenmarkt, de Kinky Star en de Charlatan, de Democrazy en de Vooruit. Dat mag nog altijd meer zijn en verdient ondersteuning. Moet kunnen.
    • Cultuursubsidiëring is een Vlaamse aangelegenheid maar samenspannen en hard op de Vlaamse tafel kloppen moet de verdelers van centen overtuigen dat Gent meer fondsen verdient.
    • Ik wil zeker ook een lans breken voor het volkstheater. Een groot publiek, een bewaring van ons taalerfgoed (dat heerlijke dialect), een enorm sociaal gegeven… het stadsbestuur moet hierin volop steunen. Met als historisch voorbeeld de Minard.
    • De Boekenbeurs naar Flanders Expo halen? Graag! Het kan een economische impuls betekenen, zorgt voor uitstraling, exploiteert de site optimaal én het is dan ook gewoon lekker dichtbij.
    • Samen met Lieve Achten (14) en Aline Maes (18) diende ik een amendement in om een stadszender te ontwikkelen, “Gent TV”. Samenwerking met AVS kan een aanvulling betekenen, eerder dan concurrentie. In Lommel kan het, dus in Gent ook!
    • Gent leeft voor een deel dankzij het rijke historische verleden. Het lokt ook veel toeristen en is dus economisch goed. Laten we asjeblieft niets verkommeren, integendeel? De generaties na ons zullen ons dankbaar zijn.
    • Carnaval in Gent? Jawel! Het wint weer aan belang in Ledeberg en Sint-Amandsberg. Dat enthousiasme verdient promotie en steun. Verder is beredeneerd overleg en een strakke en duidelijke visie nodig voor de Cirq, de circusschool en het Forum nodig. Slabakken mag niet!
    • Fuifzalen vormen een probleem in Gent. Al te vaak treden monopolies op. Hierin wil ik mee de mogelijkheden bekijken.
    • Jeugdbewegingen en jeugdwerk moeten minstens evenveel gesteund worden en verdienen een nog bredere basis. Net zoals het verenigingsleven: het zorgt voor sociale cohesie, is vaak een ideale uitlaatplek en kan geluk scheppen.

    Gent ademt cultuur, maar de adem mag niet stilvallen en heeft constant voeding nodig!

    Rood is groen!

    Groen in de stad? Meer en beter kan. Het Baudelopark is alweer een goede aanzet, maar ik pleit ook voor meer groen op de pleinen, hand in hand met een goede visie op architecturale schoonheid. Graag groen aan het Zuid, op het Sint-Pietersplein, op de Korenmarkt, op de Vrijdagmarkt… Gent heeft de charme, de kunde en het karakter om er enkele prachtige pleinen bij te krijgen, ja zelfs Italiaans geïnspireerde “piazza’s”. Architectuur – waar het stadsbestuur heel veel in de pap te brokken heeft – moet zorgen voor een esthetisch samengaan en een “orgasme van schoonheid”.

    De stad moet het eigen wagenpark milieuvriendelijk maken: auto’s, bussen (in samenspraak met De Lijn), vuilniswagens… Roetfilters en gezonde brandstof zijn ideale middelen.

    Problemen met elektriciteit en water, zoals deze uit het recente verleden, kunnen niet meer. Elke Gentenaar moet er zeker van zijn dat deze basisbehoeften er altijd zijn. Een snelle en gedegen aanpak is nodig, de intercommunales kunnen hierin hun ontegensprekelijk nut bewijzen.

    Gent is een stad met heel veel water. Afvalwater lozen in de Leie, de Lieve of de andere stromen die onze stad rijk is, kan nefaste gevolgen hebben voor de leefbaarheid en onze gezondheid. Daarom moet een gemoderniseerde riolering een prioriteit zijn.

    De auto volledig uit de stad bannen kan niet. Het gebruik ervan matigen, dat wel. Vaak zijn mensen daar hardleers in, maar eenmaal de voordelen ontdekt, drijft ook bij hen het milieubewustzijn boven. Maar het is een werk van lange adem. Gelukkig heeft Gent die lange adem en die goede wil. De P-route kende vele tegenstanders, maar heeft haar nut bewezen. Het werk is nog niet af. Hier en daar kan het nog wat scherper, met extra routes en een blijvende hunker naar ondergronds parkeren zullen onze stad mooier maken. Het verleden heeft bewezen dat de handelaars er verre van bekaaid van afkomen, maar hoe dan ook is blijvend overleg nodig. Een aangename stad maak je samen.

    Jong geleerd, is oud gedaan. Simpele maar efficiënt milieu-educatie op scholen kan daarin helpen. Voor de iets ouderen onder ons, moet er een toegankelijk infopunt zijn en zelfs in buurthuizen kan onderricht gegeven worden met als doel dat iedereen groener denkt en handelt.

    Nog maatregelen uit het rode programma die ik steun. En die verdomd groen zijn!

    • Een geboortebos aan de stadsrand
    • De Vinderhoutse bossen moeten in samenspraak met de Vlaamse overheid opgewaardeerd worden.
    • Groen in de straat. Nog té veel straten hebben té weinig bomen en bloemen. Extra aanwervingen bij de groendienst om de stad groener te maken? Als de begroting het toelaat, lijkt me dat een enorme mogelijkheid. Ook de bewoners kunnen we aansporen om meer groen in hun straatbeeld te brengen. Met geveltuintjes en groencheques.
    • Veel stadsbewoners hebben een dakterras. Of kunnen er een hebben. Een beetje financiële steun daarvoor zal de toepassing ervan nog aanwakkeren.
    • Parken verdienen ook parkwachters. Jammer genoeg heeft niet iedereen evenveel respect voor openbare plaatsen. Een wachter kan het respect aanwakkeren en kan de omgang met de stadseigendommen begeleiden en verbeteren.

    Een groene stad, maar ook een propere stad. Gent heeft te veel last van zwerfvuil. Heel erg jammer, een smet op een mooie stad! Er moeten strenge straffen komen voor sluikstorters, zeker voor de recidivisten. Zwerfvuil achterlaten vraagt om strenge bestraffing. Organisaties die strooibriefjes of gadgets verdelen moeten nadien hun rommel meteen en volledig opruimen.
    De Gentse kanaalzone moet een internationaal productiecentrum voorden voor biobrandstoffen. Dat is dé toekomst, de oplossing voor dure en milieuschendende diesel en benzine. In samenspraak met de wetenschappelijke goudmijn die de universiteit is, kan hier en opmerkelijke doorbraak worden geforceerd.

    In de haven hoort ook zware industrie en schepen. Vervuilend? Ja, deels wel, maar economische wetmatigheden verplichten er ons wel toe. Ik wil me mee engageren om een gezond beleid hierin te voeren, met aandacht voor economie, milieu, werkgelegenheid en stadsgeluk.

    De Kyoto-norm moet dé norm worden. Ik wil mee benadrukken dat de concentraties aan fijn stof in onze stad naar beneden moeten. Een studie zal nodig zijn, adequatie acties achteraf zeker ook.

    Gent: stad van onderwijs!

    Partijgenoot Ruddy Coddens heeft als schepen van onderwijs uitstekend werk geleverd de voorbije jaren: luisterend naar ouders, leerkrachten en kinderen is hij erin geslaagd een heleboel mooie dingen te verwezelijken op een rustige en respectvolle manier.
    Absolute perfectie bestaat echter niet, dus streven wij naar nog beter in de volgende legislatuur. Voor SP.a-Spirit staat onderwijs immers hoog op het prioriteitenlijstje, houding die voortvloeit uit de overtuiging dat goed onderwijs één van de fundamenten is van de maatschappij.
    Onderwijs is voornamelijk een Vlaamse en federale bevoegdheid, maar dat neemt niet weg dat ook de stad een steentje kan bijdragen.

    De school als centraal punt in de samenleving
    Een school moet een deel van de sociale context van een kind zijn en daarom zijn ook hier communicatie en openheid sleutelwoorden.
    Onderwijzen is kennis aanleren maar is ook veel meer dan dat: de school hoort een plaats te zijn waar kinderen zoveel mogelijk zo veel mogelijk informatie en mogelijkheden toegestopt krijgen.

    Daarom ben ik voorstander van de verdere uitbouw van het “Brede School”-principe. Kinderen moeten immers de kans krijgen om dingen te doen, te bewegen, en te leren waar thuis of in de strikte omgeving van het klaslokaal geen ruimte voor is. De schoolpoort zou verder opengegooid moeten worden, en schoolopbouwwerkers, sportverenigingen, culturele verenigingen, jeugdwerkers kunnen samen zorgen voor een waaier aan culturele, sportieve, sociale en andere activiteiten. Op die manier groeien onze kinderen op met een ruime blik op de werkelijkheid.
    Onze kinderen worden ook steeds meer wereldburgers. De wereld is een groot dorp geworden en bijgevolg worden onze kinderen steeds meer geconfronteerd met verschillende gewoonten, waarden en normen. We moeten onze kinderen daar leren mee omgaan en hen laten kennismaken met de wereld.

    Daarnaast hoort een school ook en ontmoetingsruimte worden, een activiteitencentrale, een open huis in de buurt. De school is immers een ankerpunt in de wijk, in de maatschappij én in de wereld.
    Brugfiguren moeten een rol spelen in de ouder-schoolrelatie en bruggen slaan tussen jonge (allochtone) gezinnen en onze samenleving.

    Onderwijs op maat
    Elk kind is anders en heeft behoefte aan aangepast onderwijs. Ook zijn bepaalde groepen leerlingen zwakker en dienen ze extra beschermd worden. Het is belangrijk dat het GOK – dat deze zogenaamde kansengroepen beschermt- behouden, beschermd en verfijnd wordt.

    Zo is het bijvoorbeeld is pedagogisch bewezen dat kinderen het best een andere taal leren wanneer men zijn eigen moedertaal beter beheerst. Kinderen moeten dus aanvankelijk onderwijs krijgen in hun eigen moedertaal om dan zo snel mogelijk Nederlands te leren. Er moeten daar experimenten opgestart voor worden.

    Secundair onderwijs
    Kiezen voor een bepaalde richting in het secundair onderwijs mag geen imagokwestie zijn. Kiezen voor technologische, beroeps of kunstonderwijs is niet een noodzakelijk kwaad voor voor cognitief minder sterke kinderen. Jongeren moeten kiezen voor de richting die hen het meest interesseert of het meest hun talenten aanspreekt. Anders komen ze in het beruchte “watervalsysteem” terecht en dat leidt tot ontmoedigde leerlingen en schoolmoeheid.

    Daarom moet het imago van technisch en beroepsonderwijs verder opgekrikt worden. Dat kan onder meer door het onderwijs en het beroepsleven hand in hand te laten gaan. Nog te vaak is de combinatie leren-werken (bijvoorbeeld het zogenaamde “leercontract”) te veel een principe en te weinig een realiteit: er zijn te weinig stageplaatsen voor alle leerlingen. Ondernemers moeten daarom gestimuleerd worden om met het onderwijs samen te werken.

    Studenten
    En tot slot… Gent is de grootste en leukste studentenstad van Vlaanderen die kan rekenen op een geëngageerde studentenpopulatie. We moeten ervoor zorgen dat Gent een fijne stad blijft om te studeren en daarom moet er blijvend geluisterd worden naar de stem van de student. De studentenambtenaar moet er voor zorgen dat het samenleven tussen de studenten en de Gentenaars optimaal verloopt door het bemiddelen bij problemen en misverstanden.

    Speciale aandacht voor personen met een handicap

    Gezondheidszorg en zorg voor personen met een handicap zijn ook hele belangrijke bouwstenen in de samenleving. En daarwil ik voor staan. Mijn zus heeft een mentale handicap en is autistisch, vertoeft in een instelling en is altijd een zorgenkind geweest. En is het nog. Chapeau voor mijn ouders, hoe zij al grote happen van hun leven hebben opgeofferd voor Elke, dat is zowel vertederend, als verantwoordelijk, als lovenswaardig.

    Daarom wil ik ook mee instaan voor goede begeleiding en ondersteuning van personen met een handicap én van hun omgeving – dat laatste wordt al te vaak vergeten. Ik wil mee nadenken over goede subsisiëringen van instellingen, over goede begeleidingsplannen, over goede manieren om iedereen in de samenleving te betrekken, over nadenken over personen met een handicap. Ik noem maar enkele zaken: de brailleliga, vzw’s en groeperingen die autisten en motorisch gehandicapten ondersteunen, meer toegankelijkheid in openbare gebouwen en theaters voor rolstoelpatiënten, meewerken aan integratie van psychiatrische patiënten… Ook de langdurig zieken mogen niet vergeten worden. Het kan allemaal veel beter, er is nog een hele weg af te leggen. Op zoek naar de verbanning van het taboe, streven naar een goed leven voor iedereen, ook voor zij die mentaal of fysiek achtergesteld zijn. Iedereen is evenveel waard, jammer genoeg is dat nog niet altijd zo uitgewerkt. En dat raakt mij, als zus van. En als socialiste die een goed leven wil voor iedereen.